Een nieuwe rage: de lokale informateur

Nu lokale besturen langer over de vorming van een nieuw college van B en W mogen doen, treden allerlei tussenpersonen op die de politieke verhoudingen moeten masseren. Een beloning van bange politici of een verrijking van het lokale bestuur?

Ze schieten als paddestoelen uit de grond, de externe informateurs en formateurs die na de raadsverkiezingen van begin maart de eerste stappen moeten zetten bij de vorming van nieuwe colleges van burgemeester en wethouders. Soms neemt de burgemeester in de betrokken gemeente die rol op zich, zoals in Amsterdam of Sneek. Elders nemen wijze mannen de honneurs waar zoals een hoogleraar (in Rotterdam) of een oud-lid van de Provinciale staten (in Eindhoven).

Inschakeling van die externe 'politieke masseurs' is een nieuw fenomeen in de lokale politiek. Traditioneel formeerde de lijsttrekker van de partij die de verkiezingen won een nieuw college. Maar die praktijk lijkt te veranderen na de recente invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur. Over zo'n externe onderhandelaar zegt de nieuwe wet weliswaar niets, maar het schrappen van de deadline van 6 weken waarvoor een college geformeerd moest zijn, lijkt inschakeling van politieke masseurs te bevorderen. Lokale politieke partijen gaan steeds meer het formatiemodel kopiëren dat in de landelijke politiek gangbaar is bij de vorming van een nieuw kabinet.

In de gemeente Venray treedt het voormalige Tweede Kamerlid Woltjer op als informateur. Ook de gemeente Eindhoven heeft gekozen voor een extern formateur, J. Houben, voormalig oud-voorzitter van het CDA in de Provinciale Staten. In ondermeer Amsterdam, Sneek en Franekeradeel heeft de burgemeester de taak van bemiddelaar op zich genomen. In Rotterdam was burgemeester Opstelten actief betrokken bij de benoeming van de hoogleraar politicologie Van Schepdelen als informateur. Die onderzocht of er samenwerking mogelijk is tussen Leefbaar Rotterdam en de PvdA en rapporteert in eerste instantie ook niet aan de politieke partijen, maar aan Opstelten zelf, om de rol van de burgemeester bij de collegeonderhandelingen te benadrukken.

In Amsterdam is burgemeester Cohen door PvdA-lijsttrekker Oudkerk gevraagd als informateur nadat het de laatste niet gelukt was om in een eerste ronde een keuze te maken tot samenwerking met óf VVD, óf GroenLinks. Voor Amsterdam is de actieve betrokkenheid van de burgemeester bij de collegeonderhandelingen een unicum. Cohens voorgangers Patijn en Van Thijn werden in het verleden juist bewust buiten de collegeonderhandelingen gehouden. Ze waren immers benoemde, en geen gekozen functionarissen. Toch had Amsterdam vier jaar geleden wel de primeur van de lokale informateur in de persoon van de Utrechtse topambtenaar Walter Kok. Toenmalig PvdA-lijsttrekker Jaap van der Aa schakelde hem in nadat de onderhandelingen waren vastgelopen.

Maar diezelfde Van der Aa beziet nu met gefronste wenkbrauwen de huidige rage van lokale externe formateurs. Hij ziet ze vooral als "manier voor lokale politici om moeilijke keuzes uit te stellen. Het lijkt er op dat men op lokaal niveau wil werken zoals dat landelijk gebeurt. Zonder dat er is nagedacht over de rol van die informateur. Maar wat heeft Van Schendelen in Rotterdam bereikt? Het was al bekend dat PvdA en Leefbaar Rotterdam niet door één deur konden. Daar kon de informateur weinig aan toevoegen. Het CDA heeft haar blokkade aan het adres van Leefbaar Rotterdam opgeheven, maar dat zou zonder die informateur ook gebeurd zijn."

In Amsterdam heeft Cohen volgens betrokkenen op het stadhuis ook nauwelijks positie als informateur. Want PvdA-lijsttrekker Oudkerk heeft geen fricties met andere partijen, alleen een eigen intern probleem. Zijn eigen fractie durfde niet te kiezen tussen VVD of GroenLinks. Vanochtend maakte Oudkerk overigens bekend dat zijn partij ten koste van GroenLinks voor de VVD heeft gekozen als collegepartner.

De burgemeester in de rol als informateur is volgens Van der Aa een rare vorm van staatsrechtelijke vermenging, waarover in de wet niets is opgenomen. Daarin is alleen vastgelegd dat de burgemeester achteraf over de collegeonderhandeligen moet worden geïnformeerd waarna hij, geheel vrijblijvend, zijn visie op de resultaten kan geven. "Het inschakelen van de burgemeester is pas functioneel als er gekozen wordt voor een stelsel met een gekozen burgemeester die vervolgens zijn eigen college en collegeprogramma vaststelt. Nu kan de burgemeester tijdens zo'n informatieronde weinig uitrichten. In een klein dorp kan zijn rol nog van betekenis zijn. Maar zodra er politieke problemen opdoemen, moet hij inbinden want hij moet neutraal blijven. Het lijkt er op dat al die ingeschakelde burgemeesters moeten voorkomen dat de formateur die daarna aan het werk moet, zijn neus niet stoot."

In de gemeente Sneek sloot burgemeester Hartkamp vorige week zijn informatietaak af. "Vier jaar geleden was zo'n taak voor de burgemeester niet aan de orde", aldus Hartkamp. "of de burgemeester in het nieuwe duale stelsel er in slaagt als formateur op te treden, is een kwestie van persoonlijkheidsstructuren en verhoudingen in de raad. Hij moet wel het vertrouwen van betrokken politieke partijen genieten. Als voorzitter van het college van b. en w. én de gemeenteraad voel ik me wel een beetje playing captain en scheidsrechter tegelijkertijd."

Dat spanningsveld komt ook tot uitdrukking in de gemeente Franekeradeel. Daar treedt de burgemeester op als formateur. In die rol moet hij partijen op een rij krijgen die bereid zijn om een college te vormen. Hij formuleert een notitie die als grondlegger voor dat nieuwe collegeprogramma moet dienen. De kandidaat-wethouders schrijven vervolgens een collegeakkoord dat zij daarna in de gemeenteraad moeten verdedigen.

Voor (in-)formerende burgemeesters heeft de nieuwe wet overigens één stok achter de deur. Voor de duur van demissionaire colleges is weliswaar geen deadline opgenomen. Maar als dergelijke colleges 'leeglopen' en minder dan de helft van de zittende wethouders overblijft zonder zicht op vervanging, moet de burgemeester de collegetaken overnemen en beheren.