Eed van Hippocrates

Het artikel `Hij verwees mij door om geld te verdienen' (NRC Handelsblad, 22 maart) gaat zowel over een probleem van financiële of van organisatorische aard als om onvoldoende kwaliteitsgarantie.

Als een arts vanuit zijn functie in een ziekenhuis de patiënt doorverwijst naar een eigen bedrijf gebruikt hij het ziekenhuis als wervingsroute voor privé-patiënten. Terecht dat een ziekenhuis dat daar niet expliciet toestemming voor gegeven heeft daar bezwaar tegen maakt. Twee keer geld verdienen voor de behandeling van één patiënt is uit den boze. Maar met het feit dat een arts geld verdient met een behandeling is op zich niets mis en de eed van Hippocrates heeft daar niets mee te maken want daarin komt geen woord over betaling voor.

Toezicht op de kwaliteit van alle vormen van medische beroepsuitoefening behoort tot de wettelijke taak van de Inspectie van de gezondheidszorg. De geciteerde uitspraak van een medewerker dat het niet duidelijk is onder wiens toezicht privéklinieken vallen kan hoogstens betrekking hebben op de bedrijfsvoering, niet op de kwaliteit. Juist nu de regering voorstaat dat het aanbod van medische zorg wordt uitgebreid en aangeeft het winstoogmerk een goede prikkel te vinden om daarvoor te zorgen, is het belangrijk helderheid te bieden. De burger zal dan allereerst willen weten wat hij kan verwachten, wat de consequenties daarvan zijn, of de kwaliteit gegarandeerd is en of de aangeboden diensten binnen zijn verzekering vallen. Eén algemene verzekering voor alle noodzakelijke zorg lijkt de beste voorwaarde voor inzichtelijkheid en toegankelijkheid.