Billenkoek

In het redactionele commentaar van 21 maart over kindermishandeling wordt het wettelijk verbod op het slaan van kinderen aangesneden.

In navolging van de Tweede Kamer stelt de redactie dat het onmogelijk is onderscheid te maken tussen de pedagogische tik (wel toegestaan) en mishandeling (reeds verboden). Op grond hiervan wordt een voorstel tot invoering van een wettelijk verbod op billenkoek verworpen.

In deze discussie wordt naar mijn mening ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen de rol van de ouders en die van de staat. Het vertrouwen van een kind dat door zijn ouders wordt mishandeld is al geschonden; zijn vertrouwen wordt echter nog eens extra geschonden, indien het kind aan een overheidsinstantie openheid van zaken geeft over de mishandeling en de desbetreffende ouder straffeloos blijft op grond van een ouderlijk tuchtigingsrecht. Helaas vergissen de mensen zich die menen dat het tuchtigingsrecht iets is dat alleen in andere landen voorkomt of tot een ander tijdperk behoort.

Zo was de Hoge Raad op 10 oktober 2000 genoodzaakt een beslissing van een Gerechtshof te vernietigen waarin een man, die verdacht werd van het regelmatig en hardhandig slaan van zijn vier kinderen, op grond van een vermeend ouderlijk tuchtigingsrecht werd ontslagen van rechtsvervolging.

Naar het oordeel van het hof waren de grenzen van dit tuchtigingsrecht niet overschreden. Het zijn opvattingen van overheidsinstanties als dit Gerechtshof die een wettelijk verbod op het slaan van kinderen kan tegengaan. Daarna kan een begin worden gemaakt met het herstellen van het vertrouwen van het mishandelde kind in de samenleving.