Besmet?

Beatrijs Ritsema schreef in haar column `Besmet' (NRC Handelsblad, 13 maart) dat elk sociaal-wetenschappelijk onderzoek een ideologische lading heeft en daarin afwijkt van de natuurwetenschappen. Als voorbeelden noemde Ritsema het onderzoek naar het effect van crèches op de ontwikkeling van kinderen en het boek `Heilige Verontwaardiging' van Han Israëls dat vorig jaar tegen ,,de heersende ideologie'' inging. Ritsema: ,,Kritiek wordt afgestraft met ontslag en een Berufsverbot. Dit is een schandvlek op het blazoen der sociale wetenschappen''.

De algemene stelling dat sociaal-wetenschappelijk onderzoek altijd ideologisch is, achten wij onhoudbaar. Zij geldt voor quasi-experimentele studies, maar niet voor experimenteel psychologisch onderzoek. Dat levert gegevens op die repliceerbaar zijn in andere laboratoria, net als de natuurwetenschappen. Essentieel voor experimenteel psychologisch onderzoek is dat proefpersonen willekeurig aan verschillende condities worden toegewezen. En dat stuit bij sommige onderwerpen op praktische problemen. Zo zullen weinig ouders bereid zijn mee te doen aan een experiment waarin het lot bepaalt of hun kind wel of niet naar een crèche gaat. Als je de invloed van een crèche op een kind onderzoekt zonder willekeurige toewijzing doe je een `quasi-experiment'. Het fundamentele probleem daarvan is dat kinderen die wel naar een crèche worden gestuurd niet goed vergeleken kunnen worden met kinderen die er niet naar toe gaan. Zij kunnen verschillen in intelligentie, persoonlijkheid, gezinssituatie, etc. Er worden appels met peren vergeleken en dat schept ruimte voor ideologische discussies. Die ruimte is dus te vinden in quasi-experimenteel en niet in experimenteel psychologisch onderzoek.