Beslissing voor aanschaf JSF is verantwoord

Ook al hoeft een besluit over de opvolging van de F-16 pas in 2008 te worden genomen, het is te verdedigen nu al voor de Amerikaanse Joint Strike Fighter te kiezen. De JSF zal namelijk ook in 2008 het beste vliegtuig zijn en het op tafel liggende pakket aan financiële en industriële afspraken is voldoende hecht doortimmerd, meent Harry van den Bergh.

Het is verbazingwekkend hoe lang het geduurd heeft totdat de discussie over de vervanging van de F-16 op gang kwam. Een proces dat al enkele jaren geleden begon en waarin met instemming van de Tweede Kamer een paar honderd miljoen gulden is gestoken, leidt nu tot een debat, dat vrijwel alleen gaat over de financiële en industriële kanten.

Mijn eigen partij, de Partij van de Arbeid, heeft het er in de Tweede Kamer knap moeilijk mee. Dat is niet verbazingwekkend, omdat de fractie terecht zwaar tilt aan grote investeringen op defensiegebied. Toch zou het goed zijn in de afweging vooral systematisch te redeneren. In twee nota's, die de basis werden voor het beleid van de fractie, de nota `Een Plan voor de Krijgsmacht' van september 1999 en de nota `De Europese Toets' van 16 november 2000, werd geconcludeerd dat bezuinigingen gezien de internationale ambities van de PvdA niet langer verantwoord waren en dat een van de hoofddoelstellingen diende te zijn de versterking van de Europese defensiecapaciteit in het kader van het Atlantisch Bondgenootschap. Handhaving van het luchtwapen was nodig, zo luidde de conclusie, en de verwachting was dat de betekenis van het luchtwapen zou toenemen – wat in de praktijk ook duidelijk is geworden.

De PvdA-fractie bepleitte terecht bij de behandeling van de Defensienota dat de afschaffing van een squadron F-16's onverstandig was. Ook andere fracties deden dat en minister De Grave haalde bakzeil. Het lijkt mij daarom juist om er bij het vervangingsvraagstuk van uit te gaan dat die mening nog steeds prevaleert en dat een luchtwapen ook op termijn in de Nederlandse krijgsmacht van grote betekenis blijft. Tegelijkertijd is het luchtwapen ook wezenlijk voor de versterking van de Europese defensiecapaciteit. Ook dat is een uitgangspunt dat sinds `Kosovo' en de vredesoperaties algemeen aanvaard is.

Het besluit nu tot vervanging over te gaan dient verder, naast het wezenlijke politieke uitgangspunt, geanalyseerd te worden op grond van enkele centrale vragen. Wanneer dient het huidige vliegtuig vervangen te worden? En, als dat nodig is, welk type vliegtuig past het beste in de Nederlandse buitenlandspolitieke ambities en technologische voorwaarden? De volgende vraag is hoe en op welk moment industriële overwegingen al dan niet van betekenis zouden kunnen zijn in de besluitvorming.

Het vraagstuk van de industriële participatie is slechts van belang als afgeleide van de defensiepolitiek en militair-operationele overwegingen. Deze zijn als volgt samen te vatten:

De betekenis van het luchtwapen is onverminderd groot en neemt zelfs nog toe. Zo moet de luchtmacht zorgen voor het minimaliseren van de nevenschade, ze moet vanaf grotere hoogtes met grotere precisie opereren en ze moet de mogelijkheid krijgen met grote scherpte de (politieke) doelen te bepalen. Ook de aantallen eigen slachtoffers moeten worden beperkt. Om die reden moet vervanging in de toekomst serieus overwogen worden.

Het tijdstip van de vervanging moet liggen voor het moment dat de eerste F-16's uit dienst treden. Mijns inziens ligt dit tijdstip pas rond 2016/2017 en is er geen grond de beslissing nu te nemen. Daarvoor zou bijvoorbeeld 2008 een goed moment kunnen zijn, omdat dan tijdig de nieuwe vliegtuigen in het bestand kunnen worden opgenomen. Deze beslissing zou inhouden: het kopen van de plank en het bedingen van een goed weliswaar zeer traditioneel compensatiepakket.

Het is evident dat de JSF zowel nu als in 2008 het te verkiezen vliegtuig is, omdat het zeer onwaarschijnlijk is dat enig Frans of half-Europees vliegtuig om technologische en industriële redenen een serieuze concurrent kan zijn voor het Amerikaanse toestel. Ook de prijs-kwaliteitverhouding en de opties voor de langere termijn zullen altijd in het Amerikaanse voordeel uitvallen. Geen Europees vliegtuig zal op de markt in de buurt komen van de Amerikaanse toestellen. (Van de Eurofighter zullen volgens eigen opgave maximaal 900 vliegtuigen worden verkocht, inclusief de eventuele Nederlandse; van de Rafale op z'n best 320 toestellen, inclusief de eventuele Nederlandse en terwijl er van de JSF tussen de 4.500 en 6.000 geproduceerd zullen worden). De industriële en technologische kloof is op dit terrein te groot geworden. Geen enkele Nederlandse regering zal zich kunnen veroorloven dure defensie-euro's in de plomp te gooien voor het abstracte Europese ideaal van een Frans of half-Europees gevechtsvliegtuig. De ontwikkeling en productie van een geavanceerd gevechtsvliegtuig heeft alleen toekomst in een transatlantisch verband, waarin samenwerking mogelijk is tussen Amerikaanse en Europese industrieën.

Als dit nu waar is, zou Nederland dan ontrouw zijn aan de ook door de PvdA gedeelde opvatting van de noodzaak van een eigen Europese defensiecapaciteit? Nee, omdat een vliegtuig met de beste prijs-kwaliteitverhouding van belang is voor de Europese capaciteit, zeker als tal van andere Europese landen, zoals het lijkt, de JSF zullen aanschaffen. Wij hoeven niet uit een soort van verkeerd begrepen Europees ideaal subsidies te verschaffen aan Europese landen die hun eigen industrieën willen steunen.

De conclusie is derhalve dat op welk tijdstip men ook zou besluiten, de JSF de verantwoorde keuze is, nu of in 2008.

Waarom moet men dan nu een dergelijke beslissing nemen en niet in 2008? Dat is alleen nuttig en wenselijk als er doorslaggevende industriële redenen zijn – inclusief het belang van de werkgelegenheid. Er is in het geheel niets tegen om bij dergelijke gigantische investeringen de belangen van industrie en werkgelegenheid mee te wegen en dat is in hoge mate aan de orde.

Ook de PvdA-fractie dient dit zonder dubbele agenda's te doen en zich in redelijkheid af te vragen of het huidige financiële en industriële pakket het naar voren schuiven van een beslissing rechtvaardigen. Uiteraard volgt de vakbeweging, traditioneel een bondgenoot van de sociaal-democratie, met argusogen de aard en kwaliteit van de besluitvorming in de PvdA, die nu nog alleen maar gaat over het financiële en industriële pakket.

Er kan slechts begrip bestaan voor kritische vragen, maar het lijkt mij toch dat aan de gegevens die sinds donderdag bekend zijn nauwelijks iets kan worden toegevoegd. Ook vierhonderd vliegtuigen meer of minder hadden de huidige afspraken niet aangetast, behalve dan dat bij minder vliegtuigen de industrie vanaf 2008 meer aan de Nederlandse overheid zou moeten afdragen. Inmiddels is dit punt opgelost door de positiebepaling van de Amerikaanse regering.

Op grond van het huidige pakket financiële en industriële afspraken is het verantwoord de beslissing nu te nemen en het industriële belang een doorslaggevende betekenis toe te kennen. Daarbij is het ook zo dat het schema van de vervanging nu zo uitkomt dat pas in 2016 het eerste squadron operationeel zal zijn, wat overeenkomt met de uitgangspunten van het PvdA-rapport `De vervanging van de F-16: een verkenning' van november 2001. Die beslissing nu is verantwoord omdat het pakket financiële afspraken gedegen genoeg is:

Voor de overheid is er alleen een financieel risico van beperkte betekenis als men niet overgaat tot de feitelijke aankoop van het vliegtuig.

De financiële afspraken zijn in de Letter of Intent zo ingericht dat na een aankoopbesluit de financiële garanties voor de overheid zijn dichtgetimmerd door terugbetalingen met rente, kortingen en royalty's. Er is een knap evenwicht bereikt bij het veiligstellen van belastinggeld en het dienen van defensiepolitiek en industriële belangen.

De garanties voor deelname aan de productie zijn niet in formele zin 100 procent. De hardheid van de Amerikaanse toezeggingen is bij good business practices meer dan aanvaardbaar.

De afspraken over de prijsbeheersing bij het ontwikkelingsproces zijn meer dan verantwoord.

Drs. Harry J. van den Bergh was lid van de Tweede Kamer voor de PvdA en defensiewoordvoerder. Hij is voorzitter van de Commissie Veiligheid en Defensie van deze partij. Onder zijn verantwoordelijkheid verscheen onder meer het rapport `De vervanging van de F-16, een verkenning'.

www.nrc.nl/den haag

Discussie