`Aanpak jeugdcriminelen is inefficiënt'

De instanties die te maken hebben met jeugdcriminaliteit werken langs elkaar heen en zijn veelal niet in staat onderling informatie uit te wisselen. Vroegtijdige signalering van jongeren die dreigen af te glijden in de criminaliteit heeft daardoor onvoldoende plaats. Van 44 procent van de in 1999 door de politie aangehouden jongeren is onbekend wat justitie vervolgens met de dossiers heeft gedaan.

Dit concludeert de Algemene Rekenkamer in het rapport `Preventie en bestrijding jeugdcriminaliteit'. De Rekenkamer onderzocht de afhandeling van jongeren die in 1999 met politie en justitie in aanraking zijn gekomen. Zelfs de precieze omvang van de jeugdcriminaliteit kon door gebrekkige bestanden bij de politie, justitie, de bureaus Halt en de Raad voor de Kinderbescherming niet worden achterhaald.

Sinds 1996 komt bijna 2 procent van de jongeren tussen twaalf en zeventien jaar met de politie in aanraking. In totaal ging het volgens de Rekenkamer in 1998 en 1999 om ruim 20.000 jongeren. Uit voor het onderzoek gehouden interviews met jongeren blijkt dat het vaak meer dan een jaar kan duren voordat een straf wordt uitgevoerd. Een van de geïnterviewden moest zelf bellen met de vraag of en wanneer hij zijn taakstraf moest `uitzitten'. De wachttijden zijn vaak zo lang dat betrokken jongeren inmiddels werk hadden of een opleiding volgden.

Bestrijding van jeugdcriminaliteit is al jaren beleidsprioriteit. Het kabinet bespreekt vandaag een notitie waarin wordt voorgesteld ouders van criminele jongeren verplicht op cursus te sturen. Maar in de praktijk ontbreekt het zicht op de vraag om welke jongeren en ouders het daarbij moet gaan, zo blijkt uit het onderzoek. ,,Op landelijk en regionaal niveau steken instanties veel tijd in overleg, aldus de Rekenkamer. ,,Maar de coördinatie en onderlinge afstemming is onvoldoende.'' Screening van jongeren gebeurt, maar niet systematisch. Probleemjongeren worden slechts mondjesmaat naar de hulpverlening doorverwezen. ,,Daardoor bestaat het risico dat onvoldoende adequaat wordt gereageerd op jongeren die signaalgedrag vertonen.'' Bij 40 procent van de processen-verbaal over jeugdige criminelen wordt het dossier niet opgestuurd naar de Raad voor de Kinderbescherming.

Volgens de Rekenkamer moet minister Korthals van Justitie betere coördinatie afdwingen tussen alle betrokken departementen. ,,Een interdepartentaal overlegorgaan ontbreekt echter'', aldus de Rekenkamer.