Vijftien jaar cel voor moorden club Esther

Het Amsterdamse gerechtshof heeft gisteren de twee 37-jarige verdachten van de viervoudige doodslag in de Haarlemse seksclub Esther veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. Een van de twee, de portier van de club, kreeg bovendien tbs met dwangverpleging opgelegd.

De schietpartij in de nacht van 19 op 20 februari 2000 was het gevolg van een ruzie in de bar van de club. Een van de bezoekers zou de bardame hebben bedreigd. Portier L. zou deze man hebben neergeschoten. Met het wapen van de bezoeker zou de andere verdachte, Van der P., vervolgens op de neergeschoten man en diens drie vrienden hebben geschoten. De lijken werden een paar dagen later ontdekt in de garage van de club. Overigens volgden de gebeurtenissen in de nacht van de moorden zich zo snel op dat volgens de rechtbank moeilijk was na te gaan wie precies welke schoten loste, ondanks een uitvoerige reconstructie.

De straf die het hof M. Van der P. oplegt is milder dan eerder die van de rechtbank. Die veroordeelde hem vorig jaar tot levenslang. De portier kreeg een hogere straf. Hij werd destijds veroordeeld tot tien jaar gevangenis en tbs. De Haarlemse rechtbank achtte in 2001 het (mede)plegen van moord op de vier mannen bewezen en verwierp het beroep op noodweer in alle gevallen. Het openbaar ministerie eiste in hoger beroep opnieuw levenslang tegen Van der P. en vond de straf van L. te laag.

Het hof acht de twee in gelijke mate schuldig aan doodslag op vier bezoekers van de Haarlemse seksclub. Ze zijn ontslagen van rechtsvervolging voor het doden van het eerste slachtoffer, dat volgens het hof was neergeschoten uit noodweer. Beide verdachten zijn tevens veroordeeld tot schadevergoeding aan de nabestaanden. De portier gaat in cassatie.

B. Ficq, advocate van Van de P., toonde zich tevreden met het arrest. Ze betoogde voor de rechtbank dat haar cliënt uit lijfsbehoud had geschoten. Ook het OM was, ondanks de lagere straf voor Van der P. niet ontevreden.