Vertrouwen op de kracht van `grijze panters'

Staatssecretaris Hoogervorst heeft een pensioennotitie gemaakt. `Wetgeving? Zoveel mogelijk niet doen.' Behalve bijvoorbeeld als de pensioenfondsen ouderen buiten de deur houden.

Jaren geleden heeft Hans Hoogervorst het zelf gezien. ,,Ik werkte toen in de Verenigde Staten, bij de National Bank of Washington, die ging over de kop en veel collega's hadden bij wijze van pensioenvoorziening aandelen in die bank.''

Zij waren niet alleen hun baan kwijt, ook hun pensioen. Geen risico's met het pensioen is het devies van Hoogervorst (VVD), staatssecretaris van Sociale Zaken. ,,In het verleden zijn in Nederland ook incidenten geweest, zoals met Daf, toen die failliet ging was het pensioenfonds niet op orde.''

De uitbetaling van pensioenen door een pensioenfonds moet steeds verzekerd zijn, vindt Hoogervorst. Daarom wijst hij een voorstel van de Sociaal-Economische Raad (SER), overlegforum van werkgevers, werknemers en deskundigen, van de hand dat pensioenfondsen de ruimte wilde geven om tijdelijk een tekort te hebben.

Het is het enige onderdeel van het advies van de SER over een nieuwe pensioenwet dat Hoogervorst niet heeft overgenomen. Vrijdag loodste hij een Hoofdlijnennotie over de nieuwe wet door het kabinet, vandaag is de notitie naar de Tweede Kamer gestuurd.

Dezelfde werkgevers en werknemers die in de SER overleggen, zijn ook de dominante beslissers in de pensioenwereld, goed vertegenwoordigd in de besturen van ruim 900 pensioenfondsen, die samen een belegd vermogen van 405 miljard euro hebben. Gepensioneerden zelf hebben mondjesmaat bestuurszetels gekregen, maar ontbreken bijvoorbeeld als aparte groep in de besturen van de twee grootste fondsen, ABP en PGGM.

De notitie van Hoogervorst tornt niet aan de positie van de sociale partners. ,,Wetgeving? Zoveel mogelijk niet doen'', vat de staatssecretaris zijn beleid bondig samen. Laat werknemers en werkgevers hun gang gaan. Bijvoorbeeld bij het terugdringen van het aantal mensen dat wordt uitgesloten van een pensioenregeling bij hun baas. Of in hun terughoudendheid om automatisch jaarlijk de inflatietoeslag (indexatie) aan gepensioneerden uit te betalen.

Voor dat laatste is geen noodzaak, vindt Hoogervorst, want verreweg de meeste grote pensioenfondsen betalen ondanks astronomische verliezen (samen 32 miljard euro) vorig jaar de toeslag die hun reglement aangeeft. Dat geldt ook voor fondsen, zoals die van Philips en Nedlloyd, die de afgelopen jaren grote bedragen overtollig vermogen hebben teruggestort in de kas van de werkgever.

En bovendien is een onvoorwaardelijke indexatieplicht onoverkomelijk duur. ,,Dan moeten de reserves van de fondsen met zo'n 20 procent worden verhoogd. Dat kunnen we niet gebruiken nu de loonkosten al onder opwaartse druk staan.'' De pensioenpremies die werkgevers en werknemers betalen, zo'n 9 à 10 procent van de loonsom, zijn onderdeel van de CAO-onderhandelingen.

Al laat Hoogervorst pensioenen over aan het maatschappelijk middenveld, hij ,,dreigt'' langs de kant wel met wetgeving als de partijen niet verder komen dan elkaar de bal toespelen. Zo heeft hij ,,goeie hoop'' dat de werkgevers en de werknemers samen met de ouderenorganisaties (CSO) er wel uit zullen komen om een nieuw convenant te sluiten over medezeggenschap van gepensioneerden in de pensioenfondsbesturen.

Mocht dat niet lukken, dan wil hij wel met wetgeving komen om elk beduidend pensioenfonds te verplichten tot het instellen van een deelnemersraad, een overlegforum van werknemers en gepensioneerden. Hoogervorst wil de bevoegdheden van de deelnemersraden uitbreiden, inclusief adviesrecht over de inflatietoeslag op ingegane pensioenen. Verdere participatie van gepensioneerden in besturen van pensioenfondsen wil hij niet stimuleren. Hij vertrouwt op de zelfwerkzaamheid van de ,,grijze panters'' zoals hij de senioren aanduidt.

Een belangentegenstelling tussen gepensioneerden, die adequate indexatie willen, en werknemers, die liever een lagere pensioenpremie betalen en daardoor een hoger besteedbaar inkomen genieten, bestaat naar zijn mening niet. ,,Elke werknemer is een toekomstig gepensioneerde. Het is evident in het belang van werknemers dat er een goede indexeringsregeling is.''

Als een pensioenfonds, bijvoorbeeld door tegenvallende beleggingsopbrengsten (meerdere) of problemen bij de werkgever (KPN), geen of minder indexatie betaalt, moet die beslissing ,,in begrijpelijke taal'' aan deelnemers en gepensioneerden worden uitgelegd, wil hij wettelijk vastleggen.

Hoogervorst: ,,Voorkomen moet worden dat men een loopje neemt met de indexatieverplichtingen. Ik wil de transparantie over indexatie vergroten, met een jaarlijkse rapportage over de hoogte van de indexatie door de Pensioen- en Verzekeringskamer. Als een fonds het advies van de deelnemersraad over indexatie niet serieus neemt, kan zo'n raad naar de rechter stappen, dat is al gebeurd.'' De rechter gaf de raad gelijk.