Verdeeld Bosnië hervindt veiligheid door SFOR

In het etnisch zo verdeelde Bosnië heeft de vredesmacht SFOR nog wel degelijk een taak, vinden de kenners ter plaatse. Minister De Grave (Defensie) is het daarmee van harte eens.

Ook zes jaar na het eind van de bloedige burgeroorlog in Bosnië worden de Nederlandse militairen van de vredesmacht SFOR nog dagelijks geconfronteerd met de sporen. ,,Bij een inzameling van oud wapentuig troffen we vorige week in een huis in de buurt nog vijf kisten met handgranaten aan'', zegt soldaat D.J. Leijten op de basis Novi Travnik in het besneeuwde bergland ten westen van Sarajevo. ,,Het feit dat ze dat spul thuis bewaarden, geeft aan dat die mensen zich nog altijd niet veilig voelen.''

Toch hebben zich al lange tijd geen ernstige incidenten tussen de moslims, de Serviërs en de Kroaten voorgedaan, waarbij de Nederlanders gewapenderhand tussenbeide moesten komen. Meestal blijven de verzoeken om hulp van de bevolking beperkt tot huishoudelijke kwesties. Zo vragen ze of de Nederlanders kunnen helpen met het herstel van de gas- of elektriciteitsvoorziening in hun huizen.

Door de relatieve rust van de laatste tijd dringt zich de vraag op of de SFOR-troepen nu verder gemist kunnen worden of althans in omvang drastisch kunnen worden teruggebracht. In de praktijk gebeurt dat laatste trouwens al. Van de 60.000 man vredestroepen, die er aanvankelijk in Bosnië zaten, zijn er nog 18.000 over. En naar verwachting zal hun aantal eind dit jaar zijn verminderd tot 12.000.

Ook minister De Grave (Defensie), die maandag en dinsdag de Nederlandse troepen bezocht, stelde de gevoelige vraag aan de orde of er niet met minder troepen kon worden volstaan. ,,Nee'', luidde het bondige antwoord van majoor J. Bergsma op de basis Bugojno. Volgens hem spelen de Nederlandse troepen een zeer nuttige rol bij het herstel van het vertrouwen en het integreren van de verschillende bevolkingsgroepen. ,,We hebben onlangs alle lokale kerkelijke leiders bij elkaar gehad en vorige week zaten we met alle militaire leiders om de tafel.''

Op het hoofdkwartier van SFOR in Sarajevo huivert men eveneens voor een drastische inkrimping van de vredesmacht. ,,Ik zou de gok van het terugtrekken van de troepen liever nu nog niet nemen'', zegt de Nederlandse generaal W.Bek. De politiek adviseur van de commandant van SFOR, de Nederlander R. van Lanschot, zegt: ,,Juist doordat wij hier zitten, ontspoort het niet.''

Op zijn beurt vind ook minister De Grave het te vroeg om tot de ontmanteling van SFOR over te gaan. ,,We voelen ons toch verantwoordelijk voor wat daar gebeurt'', zegt hij op de terugweg van zijn reis naar Bosnië. ,,We hebben niet voor niets de afgelopen jaren zoveel geld en moeite geïnvesteerd in SFOR. Dat kun je nu niet zomaar op zijn beloop laten, al beweren de Amerikanen dat het werk voor de buitenlandse militairen in Bosnië voorbij is.''

Niemand kan intussen met zekerheid zeggen of Bosnië zonder SFOR niet weer snel afglijdt naar een nieuwe oorlog. Politiek adviseur Van Lanschot ziet een aantal verontrustende ontwikkelingen. Zo krijgen Kroatische en Servische kinderen op school hoofdzakelijk te horen dat ze eigenlijk bij Kroatië en Servië horen. De enigen in Bosnië-Hercegovina, die nog hebben meegemaakt hoe prettig de verschillende etnische groepen in vrede met elkaar konden leven en zelfs onderling trouwden, zijn de ouderen en die sterven geleidelijk uit. Ook in de dagelijkse praktijk is het vaak droevig gesteld met de integratie in Bosnië. Zo ontdekte Van Lanschot dat in de noordoostelijke plaats Bijeljina dagelijks 60 bussen naar Servië vertrekken en slechts twee naar de hoofdstad Sarajevo.

Hier staat tegenover dat het op het ogenblik ontegenzeggelijk iets beter gaat met de Bosnische economie, al heeft een land als Egypte nog altijd een hoger inkomen per hoofd van de bevolking. Belangrijk is ook dat het aantal vluchtelingen dat terugkeert naar gebieden waar ze een minderheid vormen, flink is toegenomen. Vorig jaar keerden er bijna 100.000 mensen terug en dit jaar waarschijnlijk nog meer. ,,Je krijgt zo toch weer een multi-etnisch bindweefsel''. aldus Van Lanschot.

De kans is echter niet denkbeeldig dat de omvang van SFOR uiteindelijk helemaal niet wordt bepaald door de toestand in Bosnië zelf maar door crises elders, zoals in Afghanistan, waar ook vredestroepen nodig zijn. En zulke vredestroepen zijn nu eenmaal niet onbeperkt voorradig, zoals ook minister De Grave grif toegeeft.