Sliep-uit literatuur

De dichter Ilja Leonard Pfeijffer heeft een roman geschreven, beter gezegd het eerste deel van een tetralogie. Ik was niet van plan Rupert (zo heet het boek) te lezen, want het leven is te kort voor tetralogieën. Daar begin ik niet aan. Elke lezer heeft z'n eigen optimum, als het om de dikte van een boek gaat. Toen ik jong was en niets omhanden had, maalde ik niet om een pagina of duizend, maar tegenwoordig raak ik al lichtelijk gepikeerd als het boek dikker is dan 300 pagina's (exclusief noten in het geval van non-fictie). Hoe interessant moet de schrijver zich niet wanen om zoveel van iemands tijd te claimen?

Er zijn te veel concurrerende mogelijkheden. Niet alleen kinderen in de basisschoolleeftijd, die van alle opvoedende kanten te horen krijgen dat lezen zo geweldig is, hebben hiermee te kampen, maar ook literatuurminnende volwassenen. Ik hield altijd op een tamelijk onbekommerde manier van lezen en literatuur, maar die onbevangenheid is verdwenen. Een van mijn problemen is de sociologische blik. Binnen twintig seconden heb ik al bladerend een willekeurig boek van een schrijver, mij bekend of niet, geclassificeerd als roman met een maatschappelijk thema van deze tijd, al dan niet satirische tijdgeestvanger, degelijke coming-of-age, historische fictie, quasi-autobiografische ontboezemingen, impressies uit verre streken, vreselijke ervaringen, filosofische analyse, liefdesperikelen, moderne keukenmeidenroman, moderne damesemoties, therapeutische memoires, seksuele memoires, saaie memoires, diepgravend en nuttig onderzoek dat in een A-viertje samen te vatten is, etherische onzin, religieuze bespiegelingen, Scandinavische zwaarte, ballingenproza, opgeblazen tijdschriftartikelen, uitgewalste winterboeken, schotschriften en nog allerlei ander moois.

De sociologische blik komt steeds meer neer op vooringenomenheid, een gesel met een verlammende uitwerking. Als ik van tevoren al min of meer weet wat me te wachten staat, wat is dan nog de meerwaarde van een boek boven andere vormen van tijdsbesteding? Het gelijkschakelen van literatuur met sportbeoefening, televisie kijken of concertbezoek (overal zit wel iets zelfontplooiends in) bedekt alles met een zweem van vrijblijvendheid. Je kunt het doen, je kunt het ook laten. Een afschuwelijke postmoderne impasse.

Mijn vooroordelen groeien alleen maar, zonder dat ik het wil. In de krant lees ik dat het hierboven genoemde Rupert vol zit met citaten uit en verwijzingen naar The Waste Land van T.S. Eliot. De recensent die het ontdekte riep verontwaardigd: `Plagiaat!' Maar de schrijver wees deze beschuldiging superieur van de hand. Pfeijffer had, naar eigen zeggen, zijn grotestadsroman volgestopt met verwijzingen naar het beroemde gedicht, omdat hij een literair spel wilde spelen. Er zaten nog veel meer citaten in dan de bewuste recensent had gevonden, voegde hij er triomfantelijk aan toe.

Dit soort spelletjes roept irritatie en agressie bij me op. Waarschijnlijk omdat ik niet kan meespelen. Ik heb The Waste Land nooit gelezen (ik moet bekennen dat ik terugdeins voor gedichten die langer doorgaan dan een pagina) en zal dus geen enkele passage herkennen. Als ik nietsvermoedend aan Rupert was begonnen, was ik misschien wel onder de indruk geweest van de citaten uit Eliot. Dat heeft Pfeijffer toch maar treffend geformuleerd, had ik bij mezelf kunnen denken. Maar dit zou een geheel verkeerde reactie zijn geweest, want het was de bedoeling dat ik dacht: `Tjonge, wat heeft die Pfeijffer fragmenten uit The Waste Land knap in zijn grotestadstetralogie geïncorporeerd.' `Sliep uit!' doet Pfeijffer tegen alle lezers die niet erudiet genoeg zijn voor zijn literaire puzzels. Bloedeloze bezigheidstherapie.