Privéhulp voor Pakistaanse junks

Wanneer in Pakistan adequate overheidshulp ontbreekt, springt de liefdadigheid in. De ontwenningskliniek van Muhammad Shafiq behandelt Pakistanen die een toevlucht hebben gezocht in de drugs om hun ellende te vergeten.

Aan de achterkant van het station van Wazirabad, in een nauwe straat waar een schoenenlapper zijn vak in de open lucht uitoefent, is de kliniek voor heroïneverslaafden van Haji Muhammad Shafiq. De toevoeging `haji' op zijn visitekaartje geeft aan dat hij de voor moslims verplichte bedevaart naar Mekka heeft volbracht. De 43-jarige Muhammad Shafiq is eigenaar van een computerwinkel in de vijftig kilometer verderop gelegen industriestad Sialkot, maar de meeste tijd brengt hij door in zijn opvangcentrum, gevestigd in een wit geverfd, twee verdiepingen tellend pand.

Zijn visitekaartje vermeldt ook: Algemeen secretaris van de stichting `Anjuman Islah-i-Nujawan'. Dat wil zoiets zeggen als: `Hervorming van de Jonge Generatie'. De stichting geeft voorlichting over drugsverslaving en organiseert sportwedstrijden voor jongeren. Maar de belangrijkste activiteit is de ontwenningskliniek in Wazirabad, die volledig op privégelden drijft. `Anjuman Islah-i-Nujawan' is een van de talloze voorbeelden in Pakistan van sociale liefdadigheid waar adequate overheidshulp ontbreekt.

Op de bovenste verdieping zijn drie kamers. Daar verblijven de 43 verslaafden, jongemannen in de leeftijd van achttien tot een jaar of veertig. Ze zitten op de vloer, dicht tegen elkaar aan tegen de vier muren. Sommigen kijken de bezoeker stilzwijgend en met holle ogen aan, anderen knikken vriendelijk ter begroeting.

De behandeling die zij ondergaan is heel eenvoudig: drie maanden lang mogen ze het pand niet verlaten en in die tijd ondergaan ze intensieve therapie om hun lichaam en geest gezond te maken. Om de ontwenningsverschijnselen tegen te gaan, krijgen ze zonodig homeopathische middelen die worden verstrekt door een arts. Maar de basis van de behandeling is de fysieke en geestelijke discipline die hun wordt opgelegd. Elke ochtend voor zonsopgang staan ze op, douchen zich, en bidden en luisteren naar de preek. Dag en nacht brengen ze gezamenlijk door op hun kamers.

Ze doen overdag lichamelijke oefeningen, praten met elkaar, doen spelletjes, mogen een boek lezen en verrichten huishoudelijke werkzaamheden. En ze steunen elkaar bij het overwinnen van hun afkickverschijnselen. Rafiq ontbloot zijn borst, waarop grote littekens te zien zijn van de verwondingen die hij zichzelf toebracht met een mes. ,,Ik was ver heen, maar nu gaat het beter. We helpen elkaar, we proberen de pijn te verzachten door elkaar te masseren'', zegt hij. Elke dag komen twee artsen langs, onder wie een homeopaat, om hun gezondheid te controleren.

Wazirabad is een voorstad van Gujranwala, in het noordoosten van Pakistan. De meeste verslaafden komen uit de omgeving, maar ze komen ook uit steden als Lahore en Rawalpindi, gestuurd door ouders of familie. ,,Deze methode is de beste'', zegt Ghalid. ,,Sommige klinieken vragen 60.000 rupee's en ze zijn lang niet zo streng. In sommige kun je zelfs drugs krijgen. Hier betaal je alleen 2.000 rupee's voor het eten en de discipline is uiterst strak. Dat werkt veel beter.'' Ghalid weet waarover hij spreekt. Als jongen verhuisde hij met zijn familie naar Oslo en zijn ouders hebben hem al voor de derde keer voor behandeling naar Pakistan gestuurd. ,,Het begon altijd met hasj en eindigde met heroïne. Maar dit is de laatste keer, dat weet ik zeker'', zegt hij.

Zeventig procent van de verslaafden die de kliniek na drie maanden verlaten, is voorgoed van de verslaving genezen, zegt secretaris Muhammad Shafiq. Maar tegelijkertijd constateert hij dat het aantal verslaafden aan drank, hasj en heroïne de laatste tijd weer sterk toeneemt. ,,Vooral jongeren nemen hun toevlucht tot deze drugs om te ontsnappen aan hun misère.''

Gujranwala is bekend om zijn bestekindustrie, maar de export is ingezakt na 11 september en door de strubbelingen met India. Er heerst grote werkloosheid en veel jongemannen hebben geen baan om in het onderhoud van hun familie te voorzien.

Het onderontwikkelde Pakistan (140 miljoen inwoners) behoort tot de landen in de wereld met naar verhouding het grootste aantal verslaafden. Volgens een binnenkort te verschijnen rapport van de VN-organisatie voor drugsbestrijding (UNDCP) is ten minste een half miljoen mensen in Pakistan verslaafd aan heroïne. Schattingen over het totale aantal verslaafden aan drank (illegaal in Pakistan), hasj, heroïne, opium en andere drugs lopen in de miljoenen.

De meeste heroïne en opium komen uit buurland Afghanistan. Onder de Talibaan, die de teelt van papavers verboden, was de aanvoer min of meer onder controle, zegt Muhammad Shafiq. Maar de laatste maanden wordt heel Pakistan overspoeld met heroïne, afkomstig van eerder aangelegde voorraden die vanuit Afghanistan zijn overgebracht naar de tribale grensgebieden in het westen en de omgeving van Peshawar. ,,Zelfs hier, tegen de grens met India aan, merk je dat de aanvoer sterk is toegenomen sinds de verdrijving van de Talbaan. De drugs zijn gemakkelijk te verkrijgen.''

Hoeveel heroïne precies kost, weet Muhammad Shafiq niet precies. Maar er zijn genoeg deskundigen in de buurt. ,,700 a 800 rupee's voor 100 gram hasj, honderd rupee's voor 1 gram heroïne'', antwoordt Mohammad. Een ongeschoold arbeider verdient in de fabriek tussen de honderd en tweehonderd rupee's per dag.

De 34-jarige Mohammad is bezig met huishoudelijke werkzaamheden. Over tien dagen verlaat hij het afkickcentrum en gaat hij terug naar zijn woonplaats Lahore. ,,Ik ben nu weer in een normale conditie, en ik kan nu weer naar huis om voor mijn ouders te zorgen'', zegt hij. ,,Ik ben computeroperator en ik denk dat ik wel weer aan het werk kom.'' Zijn vriendin bedroog hem, daarom raakte hij aan de drugs. Maar die pijn is nu ook over, zegt hij.