Oudercursussen

Ouders van criminele jongeren moeten verplicht worden een cursus opvoeden te volgen, vindt staatssecretaris Kalsbeek van Justitie. `Niet vrijblijvende vormen van opvoedingsondersteuning' luidt de vakterm. Het is duidelijk dat menige ouder deze kan gebruiken. De jeugdcriminaliteit mag zich dan wel stabiliseren, tegelijk is sprake van een verharding. Ouders zijn ontegenzeggelijk onderdeel van dit probleem. Er is wel voorgesteld hen mede aansprakelijk te stellen voor de ontsporingen van hun kroost. Maar dat is juridisch en praktisch een stap te ver, zo was althans tot dusver de conclusie. Vandaar de gedachte van verplichte oudercursussen, een mooie middenweg in het polderlandschap.

Premier Kok gooide er in 1999 een balletje over op na een onderzoek waaruit bleek dat 68 procent van de ondervraagden dit een goed idee vond. Hij vroeg minister Korthals (Jusitie) de wettelijke mogelijkheden te onderzoeken. De uitkomst was positief. Deze week behandelt het kabinet een voorstel over bestrijding van jeugdcriminaliteit, met als onderdeel de verplichte cursussen. Het blijft balanceren op een slap koord. Met name een verstandige selectie van de ouders die in aanmerking komen is precair. Het is een vorm van staatsbemoeienis met het gezinsleven – en daarmee is het altijd oppassen. Van praktisch aard is het bezwaar dat het met onwillige honden kwaad hazen vangen is. Op zichzelf vormt dit geen reden af te zien van een stevige benadering om probleemgezinnen over de streep te trekken. Het echte knelpunt is de vraag wat te doen wanneer de onwilligheid aanhoudt.

Een geldboete, zoals het ministerie van Justitie wil, lost weinig op. Daarmee komt ondertoezichtstelling, een reeds bestaande kinderbeschermingsmaatregel, in beeld. De moeilijkheid is alleen dat de gezinsvoogdij, die primair met de uitvoering is belast, het werk nu al niet aankan. Een veeg teken is dat ondertoezichtstelling, bedoeld als tijdelijke maatregel, in de praktijk vaak pas eindigt door meerderjarigheid van de pupil.

Het beginsel van de jeugdbescherming is: ,,zo kort, zo licht, zo nabij mogelijk''. Het kabinet erkende nog in december dat daar het nodige aan ontbreekt, zeker in samenhang. Zolang dit het geval is, past scepsis bij nieuwe dwangmaatregelen waarvan ongewis is of ze te handhaven zijn en over het nut waarvan de experts verdeeld zijn.