Klagen is gewoon hier, schieten niet

Nanterre is nog steeds een communistische stad. Bij de bakker komen vanmorgen de mensen vertellen wie wel en niet geraakt zijn.

In het rustige straatje van de dader zijn alle deuren en ramen gesloten. Hier, in een klein huisje in het centrum van de Parijse voorstad Nanterre, woonde Richard Durn (32), na vannacht een bekende `tueur' in Frankrijk. Acht doden, veertien zwaargewonden was de balans toen hij vannacht om 01.11 uur het vuur opende op de gemeenteraad van Nanterre. Hij leegde twee wapens voordat hij bij het herladen overmeesterd werd.

Nanterre is, zeggen de bewoners, een `betrekkelijk rustige' stad van 86.000 inwoners aan de westkant van Parijs, juist achter het zakencentrum La Défense. Als hoofdstad van het departement gebeurt er wel eens wat. Er is een belangrijk gerechtshof waar grote zaken spelen, er is een gevangenis, een prefectuur, een universiteit.

Verschrikkelijk, geschokt, ongelooflijk – de eerste reacties uit de buurt zijn onvermijdelijk clichés. De naam van de dader zegt de meesten weinig. ,,Van gezicht zal ik hem kennen'', zegt de bakker, M. Jouetel. Bij haar komen de mensen vanmorgen vertellen wie is `touché': dood of gewond. Die twee van de RPR, gonst het. Niet de eerste loco-burgemeester, maar de tweede is dood!

Over de dader komen de tongen langzamer los. Hij woonde nog bij zijn moeder, een jaren geleden uit Slovenië geïmmigreerde vrouw. Hij deed aan schietsport. Hij zat altijd, stilletjes, bij alle vergaderingen van de gemeenteraad, ook bij de laatste, over de begroting. Alle gemeenteraadsleden kenden hem, bij de laatste verkiezingen had hij nog stemmen geteld.

Durn was `ecolo', weten de meesten, milieuactivist en anti-globalist. Dat is niet bijzonder in Nanterre, een van de echte rode bastions rond Parijs. De communisten zijn veruit de grootste in de raad en van de presidentskandidaten hangen de meeste posters hier voor Robert Hue, de communistische kandidaat. De burgemeester van Nanterre, ongedeerd, is een communiste: Jacqueline Fraysse.

Gemopper over de dominantie van de communisten in de gemeenteraad en de gemeentelijke politiek is gewoon in Nanterre. Maar is dat de achtergrond van de `act de folie' van vannacht? Nanterre is bekend geworden als de stad waar in 1968 de revolte van de studenten begon. Het is ook de stad die van oudsher grote armoede kende. Begin jaren zeventig waren hier nog echte sloppenwijken, gebouwd door arme immigranten. Twee jaar geleden werden de laatste noodflats pas afgebroken.

Tegenwoordig is Nanterre vooral een stad van grenzen. Direct ten noorden beginnen de `probleem-banlieux', waar criminaliteit, armoede, werkloosheid en gettovorming troef zijn. Direct ten zuiden liggen de woonsteden van de betere bourgeoisie, Nanterre zelf is volgens de Nanterriens `verknipt' in zeven delen, wijken van zeer verschillende signatuur.

Durn woont in het pittoreske centrum. De wijken worden doorsneden door vele verkeersaders. Zelfs de school tegenover het gemeentehuis is alleen te bereiken via een loopbrug over een drukke verkeersweg. Het verkeer is dan ook het hete hangijzer in de doorgaans tamme gemeenteraad. De stad heeft financieel belang bij de drukte. De wegen voeren naar La Défense. Een magneet van bedrijven en geld waar Nanterre van mee profiteert. Maar de communisten gebruiken dat geld het liefst om klassieke sociale ongelijkheid op te lossen. Van nieuwe linkse thema's als het ontwikkelen van openbaar vervoer of meer groen in de stad, zoals een park langs de Seine, komt weinig terecht. De communisten hebben welgeteld één fietspad aan laten leggen: van het metrostation naar het stadhuis, waar zich vannacht het drama voltrok dat alle ogen in Frankrijk even op Nanterre richtte.