Hogere druk op beleggingsadviseurs

Beleggingsadviseurs moeten hun cliënten in de toekomst schriftelijk wijzen op de noodzaak om `schade beperkende' maatregelen te nemen ten aanzien van hun effectenportefeuilles indien de verliezen uit de hand dreigen te lopen. Voorheen lag die verantwoordelijk grotendeels bij de belegger zelf.

Dat blijkt uit een uitspraak van 18 februari van de klachtencommissie van het Dutch Securities Institute, de beroepsorganisatie voor beleggingsadviseurs. In die zaak kreeg een belegger, die een groot verlies had geleden, een schadevergoeding toegewezen van 170.000 euro omdat zijn adviseur hem niet schriftelijk had gewaarschuwd voor zijn risicovolle posities en hem ook niet schriftelijk had gemaand om de verliezen op de portefeuille te beperken. Het is voor het eerst dat de klachtencommissie tot een dergelijke conclusie komt.

,,Het gaat hier om een schokkende uitspraak die veel gevolgen krijgt voor de branche'', zegt T. Loonen, bankier en deeltijd onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Loonen is bezig met promotieonderzoek naar 'het effect van de toenemende bancaire zorgplicht op het bestaansrecht van de Nederlandse beleggingsadvisering'. ,,Dat de cliënt door de bank schriftelijk op de mogelijkheid tot schadebeperking had moeten worden gewezen, staat haaks op de eigen verantwoordelijkheid die de belegger zelf ook heeft'', aldus Loonen. Raadsman W. Schonewille, van Barents & Krans, ziet het anders: ,,De banken roepen in adviesrelaties altijd dat de verantwoordelijkheid bij de belegger ligt, maar dat standpunt wordt door deze heldere uitspraak behoorlijk onderuit gehaald. De uitspraak is goed voor de belegger en schept helderheid voor de adviseurs.''

Door de uitspraak is de scheidslijn tussen vermogensbeheer en vermogensadvies dunner geworden. Een vermogensadviseur heeft doorgaans een persoonlijke dienstverlenende relatie met zijn klanten. Hij geeft aan- en verkoopadviezen, maar beheert anders dan de vermogensbeheerder niet het geld van de cliënt. De klant laat zelf de transacties uitvoeren. ,,De vereiste om schriftelijk te waarschuwen druist in tegen de persoonlijke aard van de dienstverlening, en tegen de snelheid van handelen'', zegt Loonen. Want voordat een schriftelijke waarschuwing over een risicovolle positie de klant heeft bereikt, kan het financiële leed al zijn geschied.

In de zaak ging het om een particulier die in januari 2000 voor het eerst ging beleggen. Hij bracht eigen vermogen (100.000 euro) in en had geld verdiend met de verkoop van zijn huis (256.000 euro). Bovendien was hij bezig met een nieuw huis, waarvoor hij een jaar later in ieder geval 204.000 euro nodig had. Het geld werd aanvankelijk in Vedior en Getronics en Elsevier, en later ook in KPN, UPC en Versatel gestoken. Zijn beleggingen waren nogal eenzijdig en in een beperkt aantal fondsen. In maart 2001 was zijn aandelenpakket nog maar 20.500 euro waard.

De klachtencommissie stelt in de uitspraak vast dat deze risicovolle beleggingen vooral op initiatief van de klagende belegger hadden plaatsgehad. Niettemin hadden de adviseurs hem moeten waarschuwen, schriftelijk en niet alleen mondeling, voor de risico's van zijn eenzijdige aanpak.