Gwyneth Paltrow als slanke den en als een enorme dikzak

De poëtica van de broertjes Peter en Bobby Farrelly laat zich misschien het best samenvatten als een obsessieve, puberale humor die vooral fysieke aangelegenheden betreft, alsmede een even puberale, wanhopige behoefte om serieus genomen te worden. Na de sperma-gel in There's Something about Mary, de zelfkastijding van Jim Carrey in Me, Myself and Irene en ontelbare poep- en piesgrappen, neemt het Farrelly-streven in Shallow Hal een iets andere wending. Ze wilden nu een film maken die zowel om te lachen is als om te huilen, waarin je zowel geamuseerd wordt door de fysieke problemen van een vrouw die 150 kilo weegt als ontroerd door haar sociale isolement. In principe zou je je zo'n film kunnen voorstellen, al zal het niet eenvoudig zijn de juiste toon te vinden. Onmogelijk wordt het als die toon niet zuiver is. En gevreesd moet worden dat de broertjes Farrelly diep in hun hart `lelijke' mensen niet verdragen kunnen, ook al doen ze nog zo hun best het tegendeel te beweren.

Neem nu de casting van Rosemary, de rijkeluisdochter die maar niet kan stoppen met eten. `Platte Hal' (Jack Black), een seksist die na hypnose door een motivatie-goeroe alleen nog maar innerlijke schoonheid ziet, is de enige die Rosemary als slanke den waarneemt. De keuze voor de anorectische Gwyneth Paltrow, onherkenbaar in latexpak en andere speciale make-up, maar meestal in haar graatdunne verschijning, dus bezien door de ogen van Hal, is verdedigbaar, maar op het randje. Natuurlijk gaat het de Farrelly's om plaatjes als die van lichtgewicht Paltrow die in het zwembad springt met het effect van een landmijn, of in een naar één kant overhellende kano. Dat is visuele humor, een van hun sterkste kanten. Maar de problemen die Hal voor zijn kiezen krijgt, wanneer hij probeert verder te kijken dan de buitenkant, roepen vooral ongemakkelijke vragen op over de samenleving die in de eerste plaats zo dikke mensen voortbrengt, in de tweede plaats zo veel belang aan uiterlijkheden hecht en in de derde plaats hypocriet net doet alsof dat niet het geval is. Is Shallow Hal een intelligente satire op al deze overwegend Amerikaanse - eigenaardigheden of een akelige exploitatie van vooroordelen in de wrede doelgroep van tieners die een avondje willen lachen in de bioscoop? Ik vrees het laatste, maar twijfel aan dat oordeel.

Er zitten immers, zoals in elke Farrelly-film, ook onverwacht oprechte, brutaal confronterende momenten van authentieke woede, verbazing of bevrijding in Shallow Hal. De rol van de zich monter op handen en voeten voortbewegende open-rugpatiënt René Kirby, die min of meer zichzelf speelt had ik bijvoorbeeld niet graag willen missen, evenmin als de zeldzame handicap die Hals vriend Mauricio (Jason Alexander uit `Seinfeld') aan het slot van de film als surprise uit zijn broek tovert.

Shallow Hal. Regie: Peter en Bobby Farrelly. Met: Gwyneth Paltrow, Jack Black, Jason Alexander, Joe Viterelli. In 56 bioscopen.