Gestolen kunst

De kunstroof uit het Frans Halsmuseum in Haarlem is voor de D66-Kamerleden Dittrich en Scheltema aanleiding terug te komen op de opheffing van het speciale informatiepunt Kunst en Antiek bij het landelijke politiekorps KLPD. Er is geen reden te twijfelen aan de inzet van de politie bij deze spectaculaire diefstal. Maar die is slechts het topje van de ijsberg: zo bleek twee jaar geleden uit een onderzoek onder 227 musea dat deze toch al gauw met een paar dozijn diefstallen en inbraken te maken hadden gehad, nog afgezien van verduistering door eigen personeel.

Het onderwerp is, net als dat van de kunstvernieling, een taboe in de museumwereld – al beginnen er initiatieven op gang te komen om gerichte aandacht te schenken aan risicobeheer. Dan moet de politie het niet laten afweten door een alom gewaardeerde vraagbaak als het informatiepunt Kunst en Antiek bureaucratisch onder te schoffelen in een andere afdeling, om die daar vervolgens een stille dood te laten sterven. Het is wel duidelijk wat er achter zit. De opsporing van kunstdiefstal scoort niet erg. Meer dan vijf tot tien procent opgeloste gevallen van de gemelde kunstdiefstallen heeft er in het dertig jaar lange bestaan van het informatiepunt nooit ingezeten. Dat is mager, zelfs bij ophelderingspercentages die over de hele linie zijn gedaald. Het past zeker niet bij het Fortuyn-denken, waarin de politie wordt afgerekend op vooraf overeen te komen opsporingspercentages.

De kunstroof uit het Frans Halsmuseum herinnert eraan dat ook een kwalitatief belang in geding is: dat van het culturele erfgoed. Nederland heeft bovendien Europese verplichtingen om kunstsmokkel te bestrijden. Ook daar is het speciale informatiepunt voor. Opheffing hiervan is een verkeerd signaal aan de kunst- en antiekhandel. Minister De Vries (Binnenlandse Zaken) is net bezig met het opzetten van een landelijke recherche. Hij heeft dus een uitgelezen kans om de schaarse expertise over gestolen en gesmokkelde kunst binnen de politie de duidelijke plaats te geven die zij verdient èn de versterking die zij nodig heeft.