Een dam van documenten

Hoogopgeleide buitenlandse werknemers komen in dezelfde papiermolen terecht als asielzoekers. De trage afhandeling van verblijfspapieren benadeelt bedrijven bij het aantrekken van schaars talent, vindt een twintigtal multinationals. Zij willen dat er voor hun arbeidsmigranten een spoedloket komt met één contactpersoon. `Een jaar hier werken, kost een half jaar bureaucratie.'

Bij een Nederlandse multinational werkt sinds vier maanden een Amerikaanse manager. Hij was al jaren in dienst van een dochter in de Verenigde Staten en komt een paar jaar op het hoofdkantoor in Nederland werken. Er is alleen een probleem: hij is geboren in India. Om die reden mag hij alleen in Nederland komen wonen als hij kan bewijzen dat hij de man is die in zijn paspoort staat. Daarvoor moet hij een geboorteakte inleveren bij de gemeente. Een dubbel gelegaliseerde én inhoudelijk geverifieerde geboorteakte zelfs, zoals dat heet in jargon. Want in India zijn veel valse paspoorten in omloop.

Maar hij heeft die akte niet. De meeste Indiërs hebben geen geboortebewijs, is de ervaring van Henk Mensink, Guy Kerpen en Martin de Jong, de mensen die alles regelen voor expats bij respectievelijk Akzo, Philips en Unilever. In India bestaat geen uitgebreide bevolkingsadministratie. Soms is er een handgeschreven verklaring van de moeder die als bewijs zou kunnen dienen. Maar dat vindt de `gemeentelijke basisadministratie' onvoldoende. De genoemde manager, die twintig jaar in Amerika woonde en zelfs Amerikaanse staatsburger is, bestaat officieel nog steeds niet in Nederland. Zijn werkgever móet een alternatief document te voorschijn toveren, wil hij geaccepteerd worden.

Het is één voorbeeld van de vele hobbels die naar schatting duizend managers, onderzoekers en specialisten afkomstig uit een land buiten de Europese Unie moeten nemen om in Nederland te mogen werken. Het aantal regels om misbruik van de asielprocedure te voorkomen, is inmiddels zo groot dat behalve echte vluchtelingen (tussen 20 en 40 procent van de asielzoekers) ook welkome, hooggeschoolde werknemers de dupe zijn.

Zo'n twintig Nederlandse multinationals – waaronder Akzo Nobel, Shell, KLM, Philips, Unilever en Heineken – hebben er genoeg van. Ze dringen in Den Haag aan op een speciaal loket voor economische migranten, een spoedloket. ,,Het is van nationaal belang dat het bedrijfsleven in staat wordt gesteld gericht (hoog)gekwalificeerde werknemers van buiten de EU aan te trekken'', schrijft werkgeversorganisatie VNO-NCW aan de betrokken ministers. Anders zal er ,,grote economische schade worden aangericht, omdat door de mondiale concurrentie en de globalisering Nederland dan als vestigingsplaats nauwelijks behouden kan blijven en de kans zal toenemen dat bedrijven uit Nederland vertrekken''. Het liefst willen ze ook één contactpersoon in het spoedloket die namens alle betrokken ministeries spreekt.

De lobby heeft geleid tot vorming van de interdepartementale commissie W. van Leeuwen (directeur-generaal bij Sociale Zaken) die de komende maand het kabinet adviseert. De bedrijven hebben ,,goede hoop'' dat het spoedloket er komt sinds het laatste gesprek met de commissie tien dagen geleden. De commissie wil nog niet reageren.

Economische migranten vallen al onder een andere wet dan asielzoekers. Zij worden toegelaten op grond van de Wet Arbeid Vreemdelingen, asielverzoeken worden beoordeeld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Maar in de praktijk worden ze op één hoop gegooid met de duizenden asiel- en gelukszoekers die Nederland bereiken. Want hun komst wordt behandeld door dezelfde instanties. En die zijn overbelast.

Ten eerste moet de werkgever een werkvergunning aanvragen bij het arbeidsbureau (Sociale Zaken). Tegelijk moet de migrant een machtiging tot voorlopig verblijf (mmv) aanvragen bij de Nederlandse ambassade (Buitenlandse Zaken) in het land zelf. Dit duurt acht weken. Dan kan de migrant in het vliegtuig stappen. Maar echt binnen zijn ze dan nog niet. Want de mvv verloopt na drie maanden en daarna moeten ze van de IND, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (Justitie) een verblijfsvergunning krijgen die een jaar geldig is. Ook moeten ze zich inschrijven bij de gemeente waar ze gaan wonen. Mensen uit de `risico-landen' Pakistan, Ghana, Nigeria of de Dominicaanse Republiek hebben daarvoor een driedubbel gelegitimeerde geboorteakte nodig. Die is maar zes maanden geldig. Nederlandse werkgevers kunnen dus niet van elke werknemer in die risicolanden bij voorbaat een geboorteakte opvragen als ze in dienst treden, want die is na een half jaar verlopen.

Met name de IND heeft andere zorgen dan haast maken voor het bedrijfsleven; volgens de nieuwe wet moet de IND over elk asielverzoek binnen zes maanden een beslissing nemen. Bovendien, zegt Guy Kerpen van Philips, heeft de IND tegenwoordig maar één doel voor ogen: Nederland mínder aantrekkelijk maken in plaats van méer. ,,Versoepelingen van regels die wij voorstellen, stuiten bij de instanties telkens op het bezwaar dat velen er dan misbruik van zullen maken.''

Heeft Nederland niet genoeg eigen `toptalent'? Nee, zegt Sip Nieuwsma arbeidsmarktdeskundige van VNO-NCW. ,,Steeds minder jongeren volgen technische opleidingen. De overheid wijst ons telkens op het `arbeidsreservoir' – mensen zonder werk – maar die bestaat vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Dat zijn geen financiële specialisten of managers die een divisie in Zuid-Oost Azië hebben geleid.''

Bovendien moet een multinational ook multinationaal geleid worden, zegt Guy Kerpen van Philips. Philips heeft werknemers in zestig landen, Unilver in 90, Akzo in tachtig. Neem de denktank corporate strategy van het electronicaconcern op het hoofdkantoor in Amsterdam. Kerpen: ,,Je kunt niet alleen Nederlanders in die denktank opnemen, ook al zou je tien geschikte kandidaten vinden. Daar moeten mensen inzitten uit al onze belangrijke markten.'' In Bangalore, India, zit het softwarecentrum van Philips. Kerpen: ,,Die mensen kunnen dus niet in het vliegtuig stappen om een jaar in Nederland te komen meedraaien. Een jaar hier werken, kost een half jaar bureaucratie.''

Nederland staat zwak vergeleken met landen als Duitsland en Frankrijk omdat zij de regels voor hoogopgeleide arbeidsmigranten al hebben versoepeld. De Franse, Spaanse en Duitse beroepsbevolking slinkt sneller dan hier. In Duitsland krijgt de economische migrant bijvoorbeeld meteen een green card, pas achteraf gaat de overheid toetsen of hij echt nodig is in Duitsland.

En Nederlandse werkgevers vissen in dezelfde vijver als buitenlandse concurrenten, zegt Martin de Jong, international assignment manager bij Unilever. ,,Aan specialisten die je bijvoorbeeld spot op een internationaal congres, wordt getrokken door allerlei grote bedrijven. Zij gaan liever naar een land waar ze makkelijk toegelaten worden dan naar Nederland.'' Neem alleen al manier waarop echtgenotes en kinderen sinds juli vorig jaar worden behandeld, zegt De Jong. ,,Zij mogen niet meer mee in de `verkorte procedure' en volgen pas na drie maanden. Dat vinden wij onaanvaardbaar lang. Het is al ingewikkeld om te aarden in een ander continent, en al helemaal als je gezin er niet is.'' De manager mag na aankomst ook niet over de grens reizen in de tijd dat zijn verlopige verblijfsvergunning wordt aangevraagd.

De overheid moet drie categorieën economische migranten onderscheiden, vindt VNO-NCW. De eerste: buitenlanders die in dienst zijn van het concern, maar een paar jaar in Nederland moeten werken om vervolgens weer terug te keren naar hun land. De werkgever staat garant voor hun inkomen, ziekteverzekering en hun terugkeer. De tweede: buitenlanders die niet in dienst zijn, zoals studenten en hoogleraren, maar die ook zeker zullen terugkeren naar hun land. De derde: `toptalenten' die het bedrijf wil aantrekken, die nog níet in dienst zijn. Voor die laatste groep moet het bedrijf aantonen dat er niemand binnen Europa is (breder dan de EU-lidstaten) die die functie kan vervullen. Adverteren dus. VNO-NCW vindt het begrijpelijk dat de overheid ,,lastig doet'' over die groep. Als een bedrijf iemand aantrekt die hij niet kent, kan het zijn dat hij voor eeuwig in Nederland wil blijven. Alle drie groepen moeten terecht kunnen bij het nieuwe spoedloket.

Het ministerie van Justitie wijst erop dat er vorig jaar enkele versoepelingen voor werkgevers zijn ingevoerd. Ze krijgen binnen zes weken een `machtiging voorlopig verblijf', mits ze garant staan voor de migrant. Daarnaast is voor IT-specialisten en onderzoekers in juli vorig jaar afgesproken dat de werkgever niet eerst in Europa gezocht hoeven te worden, zoals wel moet bij andere beorepsgroepen. Alleen blijkt dit streven in de praktijk weinig te bespoedigen, stelt VNO-NCW nu vast. Tegelijk zijn de regels voor alle ándere economische migranten, en hun gezinnen, vorig jaar verscherpt.

Wrang is het wel dat voor sommige migranten zo sterk wordt gelobbyd, vindt Vluchtelingenwerk, de organisatie die zich inzet voor asielzoekers. ,,Een spoedloket omdat de instanties verstopt zijn? De asielzoekers hebben het meeste last van die overbelaste instanties. Zij moeten twee jaar afwachten of ze mogen blijven.''

Bovendien is bijna tweederde van de vluchtelingen mét een verblijfsvergunning in Nederland uit Afghanistan, Somalië, Iran en Eritrea MBO tot wetenschappelijk geschoold. Dit blijkt uit onderzoek naar 400 vluchtelingen van het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen vorig jaar. Tegelijk is tweederde van die 400 mensen werkloos, bleek ook. Van álle asielzoekers die nog geen verblijfsvergunning hebben, is een kwart hoogopgeleid, blijkt uit onderzoek van het Centraal Orgaan voor Opvang Asielzoekers onder 5.500 asielzoekers.

De multinationals erkennen dat dit wringt. Sip Nieuwsma: ,,Maar die mensen worden op andere gronden toegelaten in Nederland: op humanitaire basis, niet op economische''.