Dupré

Zin om te ordenen was roomse mystici niet te ontzeggen. Mediteren op het alomvattende sterven van Jezus Christus aan het kruis ging wond voor wond. En de gang van de Heer naar het kruis werd overzichtelijk opgedeeld in 14 statiën. Marcel Dupré, groot componist van voornamelijk orgelmuziek, was net zo Frans als rooms. Zijn muziek is virtuoos en brutaal, maar er zit ook een dogmatische soort van ordelijkheid in. Dupré was niet, zoals zijn leerling Messiaen beweerde, `de Liszt van het orgel'. Franz Liszt brak rigoureus met de verregaande reglementeringen van zijn leraar, de etudenpomp Czerny. Dupré was in de school van Lemmens juist de ijverigste leerling en trachtte de techniek voor eeuwig maakbaar te houden, in supersonische systemen.

Al die behendigheid werd in 1931 op het Lijden van Christus losgelaten, toen Dupré in Brussel (voorbereid) moest improviseren op Kruisweg-gedichten van Paul Claudel. Het resultaat later met grote zorg uitgewerkt tot Le Chemin de la Croix – is een dik uur naïeve toonschilderkunst, gevat in de meest geavanceerde toccata's en cantabile's. Ter dood veroordeeld gaat Jezus op weg. Hij struikelt steeds aandoenlijker onder de last van de executiestellage (statie 3, 7 en 9). Hij komt zijn moeder Maria tegen (statie 4) en de hulpvaardige Simon van Cyrene (statie 5), hij troost de dochters van Jeruzalem (statie 8), enzovoort. Dramatisch hoogtepunt is natuurlijk de kruisiging zelf (statie 11): de nagels gaan met een bruut gescandeerd ritme het hout in.

De interpretatie van Ben van Oosten is fantastisch afgepast in vaart, élan en introspectie. De organist van de Grote Kerk in Den Haag is zelf een fascinerende weg gegaan door zich vanuit een protestantse achtergrond steeds verder te verdiepen in de rijke roomse symfonische orgelcultuur van Frankrijk. Dit is zijn derde Dupré-cd, net als de eerste opgenomen op het daartoe uiterst geschikte orgel van Aristide Cavaillé-Coll in de Saint-Ouen van Rouen. Enige nadeel is de afstandelijkheid van de opname.

Marcel Dupré (1886-1971), Organ Works Vol. 3. (MDG 316 0953-2)