Dubbele moraal is terug in VS-beleid in Midden-Oosten

De Midden-Oostenpolitiek van de Amerikaanse regering is onlangs geheel de verkeerde kant op gegaan. Een kant die niet alleen een concessie aan het terrorisme inhoudt, maar ook een schending van bepaalde beginselen.

Net op het moment dat Israël zich verdedigde tegen een niet aflatende, ondraaglijke druk, verklaarde president Bush dat het optreden van Israël – de jacht op terroristen en de militaire bezetting van het land waar ze vandaan kwamen – ,,niet gunstig'' was. Zoals The Washington Post berichtte, heeft ,,het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken aangedrongen op een algehele terugtrekking uit alle Palestijnse steden en vluchtelingenkampen die bij de verwoestende strafexpeditie van de laatste twee weken weer zijn ingenomen''. The New York Times schreef dat ,,minister Colin Powell van Buitenlandse Zaken in een vertrouwelijk gesprek met premier Ariel Sharon botweg had geëist dat hij zich terugtrok uit de gebieden onder Palestijns bestuur, ter ondersteuning van de Amerikaanse pogingen om een staakt-het-vuren te bereiken''.

Voor veel Amerikanen die democratie boven dictatuur, en fatsoen boven terreur verkiezen, was tot nu toe het Midden-Oostenbeleid van Bush een welkome verademing. Anders dan zijn voorganger had hij geweigerd Yasser Arafat te bejegenen als een verantwoordelijk staatsman, hem naar het Witte Huis te halen en druk op de democratische staat Israël uit te oefenen om concessies aan de dictatoriale Palestijnse Autoriteit te doen. Bush werd beschouwd als de meest pro-Israëlische president sinds jaren en dus als de grootste voorstander van democratie in het Midden-Oosten.

We lijken wel vergeten dat de Palestijnen op 11 september juichend de straat op gingen. Menigeen in de Arabische wereld ziet in wat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken niet inziet: het lot van Amerika en het lot van Israël zijn één en hetzelfde. Beide landen zijn een democratie. Beide eerbiedigen godsdienstige en etnische verscheidenheid onder hun burgers. Beide staan hun burgers toe hun politieke en economische beleid te bepalen. Beide landen kunnen bogen op een welige aanhang voor de vrijheid van meningsuiting en drukpers.

Dat kan allemaal niet worden gezegd van de Arabische staten, die deels bondgenoten van de Verenigde Staten zijn, maar deels ook niet. En terwijl de Palestijnen de slachtpartij van 11 september toejuichten, ging in Israël de vlag halfstok.

In september jongstleden kregen de Verenigde Staten te verduren wat Israël al sinds zijn oprichting in 1948 te verduren heeft. Maar als Israël zou concluderen dat de Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme verantwoordelijk is voor de escalatie van de zelfmoordaanslagen in Israël en de Verenigde Staten zou vragen hun campagne in Afghanistan af te blazen, dan zouden de Verenigde Staten dat weigeren. De Verenigde Staten hebben het recht zich te verdedigen en de moordenaars van burgers uit te roeien. Mede-democratie Israël heeft datzelfde recht – en laten we niet vergeten dat degenen die de Verenigde Staten willen vernietigen dezelfden zijn die Israël zouden vernietigen.

Met deze jongste wending in het beleid is weer eens een oude boodschap herhaald. Die ging voor het eerst uit in 1991, toen de Verenigde Staten Israël vroegen zich niet te verdedigen toen het tijdens de Amerikaanse bevrijding van Koeweit door Saddam Hussein met Scud-raketten werd beschoten. De boodschap ging nogmaals uit toen Arafat met egards werd onthaald in het Witte Huis kort nadat hij zich in de Golfoorlog achter Saddam had geschaard. Die boodschap luidt: joods bloed is goedkoop. Vermoord burgers, pleeg nog meer zelfmoordaanslagen en je zult worden beloond. Terrorisme werkt.

Israël wordt onder druk gezet zodat de Verenigde Staten landen als Egypte en Saoedi-Arabië te vriend kunnen houden. Toch zijn die landen ervoor verantwoordelijk dat de ergste vormen van anti-joodse propaganda sinds Joseph Goebbels weer opduiken. Laatst verscheen in een Saoedische regeringskrant een artikel waarin werd beweerd dat de joodse feestdag Poeriem ,,van joden vergt dat ze mensenbloed bemachtigen, zodat hun geestelijken het feestgebak kunnen bereiden. [...] Dat is een bekend feit, historisch en juridisch door de eeuwen heen bewezen.'' Een Egyptische overheidskrant beweerde onlangs dat een Palestijnse zelfmoordaanslag op een café in Jeruzalem ,,heldhaftig'' was. Intussen laat Arafat Hamas zijn gang gaan op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza en staat hij ook de groei toe van de zelfmoordbrigades van de Al Aqsa-martelaars.

De Israëlische heerschappij over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook is niet het probleem voor de Arabieren. Het probleem is de democratie. Het probleem is het bestaan van Israël – waar dan ook. Het probleem zijn de joden. Dit zou niet meer gebeuren. De Verenigde Staten dachten dat het de wereld lang zou heugen wat de lange geschiedenis van aanvallen op joden, in combinatie met de afdracht van land aan dictators, voor gevolgen had. De Verenigde Staten zetten Israël onder druk en eisen niet van hun Arabische bondgenoten dat ze ophouden met hun verspreiding van middeleeuwse propaganda die terreur oproept.

In plaats daarvan houdt Bush Saoedi-Arabië zoet door kroonprins Abdullah bij hem thuis in Texas uit te nodigen – alsof de Verenigde Staten de Saoedi's gunsten verschuldigd zijn, alsof zij de Verenigde Staten niet tal van verklaringen verschuldigd zijn. En eens te meer behandelen de Verenigde Staten Arafat met egards.

De slotsom van de Arabieren? Hou je in het Engels op de vlakte, preek in het Arabisch het terrorisme, en de Verenigde Staten zullen hun mede-democratieën onder druk zetten ten gunste van heersers die de meeste kogels in plaats van de meeste stemmen hebben. Deze lessen in dubbele moraal beloven het ergste voor de democratie, niet alleen in Amerika of Israël, maar in de gehele wereld.

William J. Bennet is auteur van het boek `Why We Fight: Moral Clarity and the War on Terrorism'.

© LAT-WP Newsservice