Arabische leiders mijden hun top

Nog niet de helft van de Arabische leiders woont de Arabische top in Beiroet bij. Daarmee verliest het Saoedische vredesgebaar naar Israël dat er aanvaard moet worden, zijn glans.

De Arabische topconferentie in Beiroet, aangekondigd als toneel van een groots Arabisch gebaar naar Israël – in essentie normale relaties in ruil voor teruggave van alle bezette gebieden – heeft binnen één etmaal zijn voorspelde betekenis verloren.

Niet eens door de afwezigheid van de Palestijnse leider Yasser Arafat, thuis in Ramallah gebleven uit protest tegen de reisvoorwaarden die premier Sharon hem had opgelegd. Arafat, die op een groot videoscherm aanwezig zal zijn, wordt als martelaar de grote held van de bijeenkomst. Belangrijker zijn de afzeggingen van twee Arabische zwaargewichten, de Egyptische president Mubarak en de Jordaanse koning Abdallah II, nota bene het afgelopen jaar voorzitter van de Arabische Liga. Zij zegden respectievelijk gisteravond en vanochtend af, slechts enkele uren voor het begin van de top. Hun afwezigheid, gevoegd bij die van negen andere ziek (Saoedi-Arabië, Koeweit), boos (Libië) dan wel veiligheidshalve (Irak) thuisgebleven leiders, betekent dat het vredesgebaar van de Saoedische kroonprins Abdullah door minder dan de helft van de Arabische leiders in persoon zal worden onderschreven. En of de vervangers van de afwezigen Abdullahs plan nu steunen of niet, de magere opkomst ondergraaft het internationale gewicht ervan. Wie geeft erom wat de leiders van Djibouti en de Comoren ondertekenen?

Al enkele dagen deden berichten de ronde dat Mubarak thuis zou blijven, wat hij uiteindelijk volgens zijn minister van Buitenlandse Zaken wegens ,,binnenlandse verplichtingen'' deed (vandaag veranderde dat in ,,steun voor Arafat''). In Beiroet en bij de Arabische Liga werd gesproken van het ,,zeer slechte humeur'' van Mubarak, die van het vredesinitiatief van de Saoedische kroonprins had vernomen in de New York Times, waar het vorige maand werd aangekondigd. Hoewel de betekenis van Egypte in de Arabische wereld de laatste jaren is geërodeerd in die zin dat er nu niet één maar verscheidene regionale machtscentra zijn, wordt dat in Kairo niet zo geaccepteerd. Volgens een Arabische minister die door het persbureau AFP werd geciteerd was het van het begin af aan duidelijk dat Mubarak niet erg warm liep voor het Saoedische initiatief. ,,De Egyptenaren vinden dat elk belangrijk initiatief door hen moet worden gelanceerd.''

Het valt te betwijfelen of sommige van de wel aanwezige Arabische leiders zo treurig zijn over de jongste ontwikkelingen. Libanon maakt zich grote zorgen over het recht van terugkeer van Palestijnse vluchtelingen, dat voorlopig in het Saoedische voorstel zeer vaag wordt gehouden – de Libanezen willen gewoon zo snel mogelijk af van de honderdduizenden vluchtelingen op hun bodem. Syrië vindt het temidden van het Israëlisch-Palestijnse geweld hoe dan ook niet het juiste moment voor vredesgebaren. Van de afwezigen waren Irak en Libië al tegen: de Iraakse vice-premier Ramadan sprak begin deze maand van een ,,teken van zwakte'' en de Libische leider Gaddafi wil sinds kort helemaal geen Israël naast Palestina meer maar ,,Isratina''. Het is bepaald niet uitgesloten dat deze landen er vandaag en morgen in zullen slagen de bewoordingen van het plan te verzwakken.

Wie evenmin ontevreden zal zijn over het lot van het Saoedische initiatief, is premier Sharon, die er niets voor voelt om alle bezette gebieden weg te geven. Hij wordt verlost van de noodzaak van een serieuze reactie. De Palestijnen op hun beurt hadden toch al niets verwacht. De Palestijnse krant Al-Quds schreef vanochtend dat men zich bewust was van de ,,pijnlijke Arabische realiteit''.