Weg met het knopjesfetisjisme

Mobiele telefoontjes, magnetrons, autoradio's, videorecorders – zónder moderne elektronica zijn ze ondenkbaar, maar mét al hun functies, knopjes en snufjes zijn ze veelal onbedienbaar, signaleert Warna Oosterbaan. Waar ging het mis, en hoe worden we de warboel aan elektronische `opties' weer de baas?

Ik wilde voor mijn moeder een mobieltje kopen. Net zoals al mijn leeftijdgenoten van de babyboomgeneratie leek het mij een geruststellende gedachte dat ze altijd kon bellen. Als er iets was, als de trein vertraging had of als de auto het niet meer deed.

In de telefoonwinkel zonk de moed me in de schoenen. Vijfentwintig modellen, de een nog kleiner en geraffineerder dan de andere. Elektronische wondertjes waarmee je kunt sms-en, waarmee je spelletjes kunt spelen en die je als modem voor je laptop kunt gebruiken. Waarin een agenda, een wekker en een calculator zit en waarin je een compleet adressenbestand uit je computer kunt laden.

Mijn moeder wil alleen maar bellen. Met de gebruiksaanwijzing in de hand hebben we de functies, de mogelijkheden en de schermen doorgeploegd. Ik had me voorgenomen dat we alleen de eenvoudigste dingen zouden behandelen, maar je hoefde maar een toets verkeerd in te drukken of je verzeilde in mogelijkheden die je helemaal niet wilde kennen. We bedachten dat ze in zulke gevallen maar het beste de telefoon uit kon zetten en van voren af aan moest beginnen. Ook dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan, want het minuscule uit-knopje had drie functies, en het hing er maar net vanaf hoe lang en op welke manier je het indrukte.

Het is een fenomeen dat bekend is van de videorecorder, waar je ook op stuit als je de magnetron wilt aanzetten, als je met de computer een brief wilt schrijven of als je op de autoradio naar een andere zender zoekt. Je krijgt dan te maken met iets dat zich het best laat samenvatten als de onbedienbaarheid van de moderne wereld: de chaos van functies, knopjes en symbolen, de geharnaste onvriendelijkheid van elektronische apparatuur.

De videorecorder is het spreekwoordelijke voorbeeld. Wie hem zo kan instellen dat hij een programma van de televisie opneemt, geniet in elke huishouding een groot prestige. Als hij de recorder na de zoveelste zenderwisseling ook weer zo kan programmeren dat Nederland 1, 2 en 3 weer op geheugenplaatsen 1, 2 en 3 terechtkomen, wordt hij in de hele buurt een graag geziene gast.

De autoradio. Als je naar Radio 1 wilt luisteren, moet je met chirurgische precisie het juiste knopje indrukken. Een halve centimeter teveel naar links of rechts en de radio gooit alle moeizaam ingestelde stations uit het geheugen, scant opnieuw de band af en laadt geheel eigenmachtig Sky Radio, Radio Noordzee en alle regionale zenders in. Wie het een paar keer meemaakt, begint te vermoeden dat behalve mobiel bellen ook mobiel radioluisteren veel verkeersslachtoffers veroorzaakt. Magnetrons, elektrische kookplaten en andere keukenapparatuur lijden ook aan deze kwalen. Magnetrons die alleen maar werken als je eerst op een klok de juiste tijd hebt ingesteld, kookplaten met plus- en mintoetsen die soms afzonderlijk maar op andere momenten tegelijkertijd moeten worden ingedrukt, wasmachines die na het instellen van raadselachtige draaiknoppen eerst 20 seconden niets doen, en pas daarna beginnen, zelfdenkende cv-thermostaten die hun eigen gang gaan – het behoort allemaal tot de folklore van het moderne leven.

De PC. Wil je met een programma als Word een brief of een stuk te schrijven, houd dan vooral het hoofd koel. Let niet op de absurde grammaticale aanwijzingen die je krijgt – ik heb nog nooit één correcte tip van Word gekregen – negeer de raadselachtige oproepen de `sjabloon Normal' te herzien, en probeer niet gek te worden van de pogingen van Word om datums zelf in te typen, of de opmaak van het stuk te verlevendigen met de gevreesde `opsommingstekens'.

Het ergonomisch drama dat in deze voorbeelden zichtbaar wordt, vindt zijn bronnen in twee noodlottige momenten in de moderne geschiedenis. Het eerste moment deed zich een jaar of vijftien geleden voor. In steeds meer apparaten werd de tot dan toe gebruikte mechanische bediening vervangen door een bediening via tiptoetsen. De radio verloor zijn draaiknoppen, de telefoon zijn kiesschijf en het fototoestel zijn transporthendel. Voortaan bediende de gebruiker niet zelf het toestel, maar gaf hij via tiptoetsen signalen aan een klein computertje in het inwendige, en dat computertje zette de gevraagde functies aan of uit.

Deze overgang had zeker voordelen. De apparaten werden er lichter door en op den duur goedkoper. Bij de telefoon was het voordeel zelfs spectaculair: toetsen ging sneller dan draaien en voor het eerst kon je het laatst gebelde nummer met één druk op de knop nog een keer bellen. Maar de overgang had ook nadelen, de belangrijkste was wel dat de intuïtieve band tussen gebruiker en apparaat verloren ging en de directe feedback die een mechanische bediening zijn gebruiker geeft verdween. De ouderwetse cv-thermostaat kon geen volledig weekprogramma onthouden, maar hij had iets dat zijn moderne opvolgers niet hadden: een voel- en hoorbaar klikje als je de knop verdraaide. Dan wist je: nu slaat hij aan. Je kon de traditionele autoradio niet zelf door de zenders heen laten scannen, maar zelf draaien aan de afstemknop had wel het voordeel dat je op den duur wist waar de zenders zaten.

En hier voltrok zich de eerste ramp: de ontwerpers van de nieuwe telefoons, radio's en televisies braken zich niet het hoofd over de vraag hoe ze voor de nieuwe bediening begrijpelijke symbolen konden maken, ze gingen niet in conclaaf om een nieuwe, gestandaardiseerde apparatentaal te verzinnen. Nee, ze bedachten allemaal iets anders en het had niets intuïtiefs meer. Je kreeg knopjes die iets anders betekenden wanneer je er lang op drukte dan wanneer je kort op drukte. Je kreeg knopjes die je met zijn tweeën tegelijk moest indrukken. Ja, je kreeg zelfs knopjes die je drie keer kort moest indrukken. De gebruiker werd een marconist, en bij elke telefoon of horloge moest hij opnieuw morse leren.

Vrijwel tegelijk met deze veranderingen voltrok zich een tweede technologische transitie: de ongebreidelde uitbreiding van de mogelijkheden. Nu een computertje het apparaat bediende, konden er opeens dingen die vroeger niet konden: telefoonnummers in geheugens opslaan, teksten typen in een telefoonschermpje, faxen met een kopieerapparaat, of de nummers van een cd in een willekeurige volgorde afspelen. Sommige van die nieuwigheden waren zinvol, andere niet, maar elke fabrikant nam ze allemaal mee en er kwamen steeds meer van die `opties'.

In samenhang met de afwezigheid van standaarden was de kiem gelegd voor de warboel waarin we nu zitten: kleine telefoontjes met dikke gebruiksaanwijzingen en televisies die het niet zonder helpdesk kunnen stellen.

De gebruiksaanwijzingen zijn een hoofdstuk apart. Ze zijn niet op de gebruiker, maar op het apparaat gericht. Ze verklaren het apparaat, in veel talen, met veel taalfouten en met veel pijltjesschema's. Ze gaan ervan uit dat de gebruiker niets liever wil dan zich verdiepen in de interne principes en hoe die met elkaar samenhangen, terwijl hij alleen maar wil weten hoe je een cd moet draaien of moet bellen. De gebruiksaanwijzingen geven vooral een indruk van het denkpatroon van de ontwerpers: geheel gevangen in de wereld van organogrammen en stroomschema's.

Wiens schuld is dit nu allemaal? Er zijn drie schuldige partijen: de fabrikanten, de ontwerpers en wijzelf.

De fabrikanten omdat ze hun kopers niet serieus nemen. Ze weten dat hun spullen toch wel gekocht worden, vooral door het jonge publiek dat het wel een interessante opgave vindt om achter de geheimen van de knopjes en de schermpjes te komen. Het minste wat je ervan kunt zeggen is dat het geen teken van maatschappelijk verantwoord ondernemen is, dat kiezen voor de snelle winst. Maar het is ook kortzichtig, want de fabrikanten laten zo een grote groep van koopkrachtige ouderen links liggen. De markt voor mobiele telefoons is verzadigd, zo kun je ze voortdurend horen klagen. Het tegendeel is het geval: een grote groep oudere gebruikers wil er best een kopen. Maar dan moet hij eerst simpeler en functioneler worden.

Dan de ontwerpers. Hun valt te verwijten dat ze de wereld niet gemakkelijker, maar juist moeilijker hebben gemaakt. Dat ze zijn bezweken voor de opties, de functies en het knopjesfetisjisme en dat ze hun vak hebben verwaarloosd. Natuurlijk zijn er ook ontwerpers die niet tot die wereld behoren, ze komen elk jaar vol goede moed van de universiteiten en academies af. Maar het curieuze is dat ze al hun creativiteit richten op gebieden waar de problemen al lang geleden zijn opgelost. Ze vinden liever de stoel en de bureaulamp uit dan dat ze zich buigen over de telefoon en de autoradio.

Ten slotte wijzelf. Wij, de gebruikers schieten ook tekort. Niet omdat we ons te weinig inspannen om de rebussen van de elektronische industrie op te lossen. Nee, we doen juist te veel ons best. We denken dat het aan ons ligt als de centrale verwarming midden in de nacht op volle kracht gaat loeien. We denken dat het onze vergeetachtigheid is als we niet meer weten in welk telefoonmenu we nu weer zitten.

We zouden moeten beseffen dat we recht hebben op begrijpelijke apparaten, die zichzelf uitleggen, die er mooi uitzien, en die simpel en functioneel zijn. Zolang dat niet het geval is zouden we net als de dolle reporter in de film Network het raam moeten opengooien en keihard moeten schreeuwen: I'm mad as hell and I'm not going to take it anymore!

discussie: www.nrc.nl/opinie

Warna Oosterbaan is redacteur van NRC Handelsblad.