Wederopbouw in Rwanda, met ijzeren hand

Rwanda portretteert zichzelf als verscheurde natie die aan verzoening werkt. Intussen neemt de onderdrukking toe.

Als Dative Nukansinga die zonnige maandagmorgen naar haar werk wil gaan, vindt ze bij haar voordeur een bruine kartonnen doos die stinkt. Een doos met verse, menselijke poep. In Rwanda staat het sturen van uitwerpselen gelijk aan een doodsbedreiging.

De 44-jarige Dative is maatschappelijk werkster in de armoedigste volkswijk van de Rwandese hoofdstad Kigali. Ze weet al maanden dat ze gevaar loopt. Ze neemt het op voor mensen die volgens haar ten onrechte worden opgepakt door de Rwandese autoriteiten en in de gevangenis gestopt of als soldaten naar de oorlog in het naburige Congo worden gestuurd.

Dative die tijdens de Rwandese genocide van 1994 haar man verloor en achterbleef met vier kleine kinderen, heeft het hart op de tong en dat zet kwaad bloed. Ze verwijt de huidige autoriteiten niets te doen voor de gewone bevolking, die het in de jaren na de genocide alleen maar slechter heeft gekregen. Zeventig procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens.

Al snel werd ze uitgemaakt voor génocidaire, iemand die betrokken was bij de massaslachtingen van 1994 en nu opkomt voor de Hutu's. Ze verweert zich door te zeggen dat ze de rechten van de allerarmsten verdedigt. In Rwanda zijn de allerarmsten voornamelijk Hutu's, omdat tachtig procent van de bevolking Hutu is. Dative vlucht uiteindelijk via Oeganda naar Frankrijk.

Acht jaar na de genocide die naar schatting 800.000 Hutu's en gematigde Tutsi's het leven kostte, heeft Rwanda twee gezichten. Tegenover de internationale gemeenschap zet de huidige regering, gedomineerd door de Tutsi-partij RPF, een beeld neer van een verscheurde natie, die met man en macht aan verzoening en wederopbouw werkt. Tegelijkertijd neemt de onderdrukking toe. De oprichting van politieke partijen is verboden, de pers wordt aan banden gelegd, politieke tegenstanders vermoord of gearresteerd.

John Mugabi was tot vorig jaar hoofdredacteur van het onafhankelijke blad Umeseso. Zijn krant stond al maanden onder politieke druk. De regering verweet het blad een spreekbuis van Hutu's te zijn. Nadat hij de oprichting van een nieuwe politieke partij wilde melden, werd Mugabi met de dood bedreigd. Hij vluchtte en kreeg politiek asiel in Nederland. Zijn adjunct ontkwam naar Zuid-Afrika. De organisatie Reporters Sans Frontières spreekt in een rapport over Rwanda over ,,bedreigingen, indirecte censuur en zelfcensuur'.

De nieuwe partij waarover Mugabi wilde schrijven, werd gelanceerd door Pasteur Bizimungu, tot twee jaar geleden president van Rwanda. Bizimungu stapte op na een heftig machtsconflict met zijn toenmalige partijgenoot en vice-president Paul Kagame. Volgens Charles Ntakintinka, rechterhand van Bizimungu en voormalig minister in diens kabinet, draaide dat conflict om wie in Rwanda nu werkelijk de macht hebben: militairen of politici. De militair Kagame won.

Anderhalf jaar na zijn gedwongen vertrek presenteerde de oud-president een nieuwe partij: Ubunyanja, vrij vertaald `opleving'. De partij werd onmiddellijk door de autoriteiten verboden. Bizimungu is onder huisarrest geplaatst. ,,Ik ben mijn leven niet meer zeker', zegt Ntakintinka tijdens een geheime ontmoeting. ,,Ik krijg geen baan meer. Ik mag de stad niet uit, word dag en nacht bewaakt.'

De term `Ubunyanja' is taboe verklaard. Twee priesters annex vredesactivisten werden eind januari gearresteerd omdat ze het verboden woord hadden afgedrukt in een krantje. Weken later werd het tweetal vrijgelaten, Laurien Ntzeimana (winnaar van de Pax Christi-vredesprijs in 2000) en Didace Muremangingo, zij het voorwaardelijk.

Volgens Noël Twagiramungo, voorzitter van de mensenrechtenorganisatie LDGL, groeit de repressie omdat volgend jaar voor het eerst in de geschiedenis van Rwanda parlements- en presidentsverkiezingen worden gehouden. ,,De RPF wil koste wat het kost de macht houden', zegt Twagiramungo.

Opposanten worden snel uitgemaakt voor `mensen die de etnische kaart spelen'. Dat geldt voor de partij van Bizimungu, voor de onafhankelijke pers, maar ook voor individuele burgers, zoals Dative. De secretaris-generaal van de MDR, een Hutu-partij die deel uitmaakt van de regering van nationale eenheid, is om die reden gearresteerd.

Patrick Mazimpaka, kabinetschef van president Kagame, zegt dat het in het Rwanda van na de genocide niet mogelijk is te praten in termen van Hutu's en Tutsi's. ,,We willen geen splitsing in de samenleving, maar eenheid.' Ook Aloysie Inyumba hamert op eenheid en verzoening. Inyumba is gouverneur van de provincie Kigali-Rural en sinds jaar en dag één van de machtigste vrouwen binnen de RPF. Dat haar partij in 2003 de verkiezingen wint, staat voor haar bij voorbaat vast. ,,Hoe zouden wij die kunnen verliezen?', vraagt ze verontwaardigd. De afgelopen maanden heeft de bevolking op de functionarissen kunnen stemmen, die volgend jaar parlement en president moeten kiezen. Volgens internationale mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch zijn die verkiezingen door de RPF gemanipuleerd. Inyumba: ,,De gewone burgers zijn net baby's . Die moet je nog helemaal opvoeden als het om democratie gaat.'

Mazimpaka en Inyumba verwijten oud-president Bizimungu de Hutu's in een slachtofferrol te plaatsen. Diens partijgenoot Ntakintinka stelt daar tegenover dat Hutu's in het hedendaagse Rwanda worden gemarginaliseerd. Als voorbeeld voert hij aan dat uitsluitend Hutu-jongeren ,,als kanonnenvlees' naar het oorlogsfront in Congo worden gestuurd.

Hij zegt dat vooral de uit Oeganda afkomstige Tutsi's de politieke en economische macht naar zich toe trekken. Ook Tutsi's hebben te vrezen van de RPF, zegt Ntakintinka. De RPF-top jaagt in het geheim op het eigen partijkader. In de voorbije maanden ontvluchtten enkele hoge militairen Rwanda omdat zij in de burgeroorlog 1990-1994 getuigen zijn geweest van mensenrechtenschendingen door het toenmalige Tutsi-leger.

,,De enige bescherming die de oppositie nog heeft is de internationale gemeenschap', zegt opposant Ntakintinka. Maar ook dat is betrekkelijk. Bij één lokale mensenrechtenorganisatie werd de computer gekraakt. Waarmee de directe informatielijn naar de internationale organisatie Human Rights Watch kon worden blootgelegd.