Verbod antibiotica diervoeder per 2006

De Europese Commissie wil het gebruik van antibiotica als groeibevorderaar in diervoerder per 2006 verbieden. Dat moet de veiligheid van voedsel vergroten.

,,We hebben allemaal het grote belang van veilig diervoeder leren kennen tijdens de voedselcrises van de laatste jaren'', zei Eurocommissaris David Byrne (Gezondheid, Consumentenbescherming) gisteren, waarmee hij onder meer doelde op de gekkekoeienziekte BSE.

Het verbod op de vier nog resterende toegelaten antibiotica moet ook het gevaar van resistente bacteriën voorkomen die bestrijding van infectieziekten bemoeilijkt.

Het voorstel over het verbod op antibiotica is onderdeel van een pakket dat ook gaat over nieuwe toelatings- en beoordelingsprocedures voor additieven (onder meer vitamines en smaakstoffen) in diervoeder. De pas opgerichte Europese Voedselautoriteit (EFSA) is hiervoor bevoegd. Volgens de nieuwe regels moeten producenten het positieve effect voor dieren en de afwezigheid van risico's voor menselijke en dierlijke gezondheid en milieu aantonen.

Volgens de nieuwe regels geldt de toelating van additieven voor tien jaar. Voor reeds toegelaten additieven moet binnen zeven jaar opnieuw toelating worden gevraagd. De EFSA gaat ook toelaatbare residu-waarden voor additieven vaststellen. Europarlement en EU-ministers moeten zich nog over de ontwerpverordening uitspreken.

Volgens de ontwerpverordening mogen vanaf 2006 de antibiotica monensin-natrium, salinomycine-natrium, avilamycine en flavofosfolipol, die gewoonlijk niet in voor mensen bestemde medicijnen worden toegepast.

Volgens een studie van de European Federation of Animal Health (FEDESA) consumeerden dieren op boerderijen in 1999 4700 ton (35 procent) van alle in de EU geregistreerde antibiotica, terwijl 8.500 ton (65 procent) voor menselijke consumptie werd gebruikt. Van de antibiotica voor dieren werd 786 ton als groeibevorderaar in hun voeder toegediend. Sinds 1997 zou dergelijk gebruik met de helft zijn gedaald.