Stop met referenda en beperk het stemrecht

Het is onbegrijpelijk dat de gevestigde politici zich democraat in hart en nieren voelen. Het succes van Fortuyn bewijst het failliet van een te ver doorgeschoten democratie, meent Gerard Marlet.

De houding van het politieke establishment lijkt op dit moment op die van een aangeslagen bokser. Begrijpelijk. Want het is natuurlijk frustrerend om, tegen een relatief lage vergoeding maar vol overtuiging, hard te werken aan de toekomst van het land om vervolgens electoraal te worden verpletterd door een volslagen nieuwkomer die net de deur van de donkere kamer achter zich dicht doet.

Electoraal gewin gaat niet langer samen met succesvol beleid of pogingen daartoe. Die discrepantie wringt en is gevaarlijk. Ook gevestigde politici komen daardoor in de verleiding het landsbestuur op de tweede plaats te stellen en vol in te zetten op aansprekende retoriek en mediaoptredens. Een week van een minister duurt ook maar 7 dagen. Een Fortuynachtige tournee in een verkiezingsjaar moet dus wel ten koste gaan van het dagelijks bestuur van ons land.

Bovendien wordt de verleiding steeds groter om evident goede, maar impopulaire maatregelen – zoals het rekeningrijden of de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek – uit electorale overwegingen te negeren of kritiseren. Nu al zijn verschillende Kamerleden, zoals VVD'er Hofstra, daar een groot deel van hun tijd mee bezig. Je moet er niet aan denken dat straks de hele volksvertegenwoordiging uit dat soort figuren bestaat.

Het is dan ook onbegrijpelijk dat politici zich nog in koor `democraat in hart en nieren' verklaren. Het succes van Fortuyn bewijst juist het failliet van onze te ver doorgeschoten democratie. Net als eerder al het referendum in Groningen, de winst van Westbroek, De Winter, Haider, Berlusconi en 1933 in Duitsland. Populisten van verschillende pluimage, maar met steeds hetzelfde resultaat: ontwrichting van het lokaal en landelijk bestuur tot zelfs de wereldorde. De intentie is meestal sympathiek, de uitwerking desastreus. Het referendum in Groningen maakte een einde aan goed doordachte plannen voor aanpassingen in het stadscentrum. Westbroek wierp Utrecht weer twintig jaar terug in de tijd en gaf het gedrocht Hoog Catharijne een onverdiend verlengde levensduur. De rest behoeft geen nadere toelichting.

Nu de nadelen van de Nederlandse democratie geprononceerd aan het licht komen is het dus tijd voor bezinning op het staatsbestel. De parlementaire democratie met stemrecht voor iedereen was in de 20ste eeuw een belangrijke verworvenheid. Het was een resultaat van en voltooide de emancipatie van katholieken, arbeiders en vrouwen in Nederland. In de huidige samenleving is de noodzaak tot emancipatie afwezig en daarmee neemt de interesse in de politiek logischerwijze af. Dat is dus geen negatief verschijnsel, maar een bijproduct van grote verworvenheden.

De huidige maatschappij is op vele vlakken complexer geworden. Voor goed landsbestuur is vaak specialistische kennis nodig. De aanleg van infrastructuur en een geavanceerd systeem voor de kilometerheffing vereist ook in de besluitvormingsfase specialistische technische en economische kennis. Het onderwijsvraagstuk is niet alleen het terrein van onderwijsdeskundigen maar ook economen, financieel specialisten en psychologen zijn nodig voor een oplossing. En dat geldt in toenemende mate voor alle beleidsterreinen.

Populisten als Fortuyn weten met hun retoriek het volk aan te spreken, maar eenmaal aan de macht gooien ze zand in de motor. De op handen zijnde politieke aardverschuiving is dus zowel op en top democratisch als desastreus voor het land. Nu nadenken over een ander bestel kan dit soort gevaarlijke ontwikkelingen in de toekomst voorkomen.

Dat betekent ten eerste ophouden met de kostbare en ontwrichtende referenda. Eens per vier jaar vertegenwoordigers kiezen is meer dan voldoende, daarna moeten die het dan ook zelf maar doen en zich niet verschuilen achter de zogenaamde wil van het volk.

Bovendien valt te denken aan een inperking van het electoraat. Het beleid richt zich er nu ten onrechte op mensen zonder interesse voor politiek met allerlei lokkertjes over te halen te gaan stemmen. Mensen zonder interesse in en kennis van politiek en beleid moeten juist worden ontmoedigd te gaan stemmen. Dat kan bijvoorbeeld door het stemrecht te koppelen aan een verplicht toelatingsexamen, analoog aan de systematiek van het rijbewijs. Op die manier ontstaat een geëngageerd electoraat, dat meer dan nu interesse zal hebben in de programma's van de partijen en de verwachte uitkomsten van beleid, zonder dat het algemeen stemrecht wordt aangetast. Met zo'n beperkt electoraat zou de ster van Fortuyn veel minder rijzen. Zo kan worden voorkomen dat opportunisme ons land te gronde richt.

vorige artikelen www.nrc.nl/opinie

Gerard Marlet is historicus.