Slaven bevrijd in Tsjetsjenië

In Chaladzji in het zuidoosten van Tsjetsjenië zijn vijf mensen die daar sinds tien tot twaalf jaar als slaven moesten werken, bevrijd tijdens een actie van het Russische leger. Dat meldde volgens het Russische persbureau Interfax het (pro-Russische) ministerie van Binnenlandse Zaken van Tsjetsjenië.

Het ging om mannen tussen vijftig en zestig jaar oud met Russisch, Oekraïens en Georgisch klinkende namen. Ze zijn in een ziekenhuis opgenomen voor een medisch onderzoek.

In maart werd in de Pankisi-kloof in het noorden van Georgië, een gebied dat grenst aan Tsjetsjenië, een Rus bevrijd die al dertien jaar door Tsjetsjenen als slaaf werd gehouden.

De traditie van slavernij is in de noordelijke Kaukasus nooit geheel verdwenen. In de door stammen en clans gedomineerde samenlevingen in de noordelijke Kaukasus zijn uiterst traditionele islamitische en zelfs pre-islamitische normen en waarden blijven bestaan. In augustus vorig jaar werd in Dagestan een inwoner betrapt op en later veroordeeld wegens het verhandelen van een slaaf.

Tot begin twintigste eeuw was slavernij bij sommige Kaukasische volkeren heel gewoon en geenszins immoreel. In de noordelijke Kaukasus werden regelmatig eigen familieleden als slaven naar Perzië en Turkije verkocht. Het kwam zelfs voor dat mensen zichzelf als slaaf aanboden om later, vrij èn relatief rijk, naar de Kaukasus terug te keren. Eerder, in de negentiende eeuw, toen de Russen met veel moeite de noordelijke Kaukasus veroverden, werden Russische krijgsgevangenen traditioneel in slavernij gehouden.

De na de val van de Sovjet-Unie opgebloeide internationale mensensmokkel heeft volgens sommige deskundigen zelfs tot een toename van het aantal slaven in de Kaukasische regio geleid. Elk jaar verdwijnen honderden Azerbajdzjaanse, Armeense en Georgische vrouwen; velen belanden in West-Europese of Turkse bordelen, maar een aantal van hen blijft in de regio, als slavin.