Schepping van een God uit Polen

Het Tijdschrift voor Slavische literatuur is aan religie gewijd en het heeft een verheugende mededeling te doen bij monde van Karol Lesman, vertaler uit het Pools: ,,God is niet dood. God is vorig jaar juni negentig geworden en hij woont met zijn vrouw in Kraków, van waaruit hij de wereld blijft verbazen met het uitbreiden van zijn schepping waarmee hij kennelijk nog niet klaar is...''

De allernieuwste schepping van deze God is ook in het tijdschrift afgedrukt, waarmee het net als vorig jaar de lezer een pagina's groot gedicht van Czeslaw Milosz aanbiedt. Deze keer gaat het om de reeks Theologisch traktaat, die 23 gedichten beslaat. Geen kleinigheid, en zeker niet voor de Nederlandse lezer die in eigen taal niet erg verwend is met gedichten van de God van de Poolse poëzie.

Lesman schrijft iets dat de Poolse dichter Adam Zagajewski ook wel eens met kracht van overtuiging heeft beweerd: dat Milosz, anders dan vaak gedacht en geschreven wordt, niet in de eerste plaats een historisch en politiek dichter is, maar een metafysische dichter. ,,En in zijn laatste gedichten misschien zelfs wel een religieus dichter'', voegt Lesman daar nog aan toe. Wie deze gedichten leest, waarvan het Tijdschrift voor Slavische literatuur de primeur heeft, zelfs nog voor ze in Polen gepubliceerd zijn, zou dat laatste zeker kunnen denken. Die leest regels als:

Wie van ons stemt in met het heelal zonder

één stem

Van medelijden, genade, begrip?

Het mensdom betekent volkomen vreemdheid te midden

van melkwegstelsels.

Voldoende reden om samen met anderen

heiligdommen op te richten van onvoorstelbare barmhartigheid.

Deze poëzie is soms wel erg prozaïsch, inderdaad zoals een traktaat. Dat verbaast een beetje als je in de inleiding leest dat Milosz erop uit zou zijn `de christelijke verbeelding' te restaureren. Bij verbeelding denk je eerder een gedichten met, letterlijk, meer (stilistische) beeldenrijkdom. Wat niet wegneemt dat het een bijzondere ervaring is om deze gedichten/overwegingen te lezen van iemand die kortweg schrijft:

natuurlijk ben ik sceptisch, maar ik

zing mee.

De ontroerendste bladzijde in dit nummer is een brief die niets met religie van doen heeft, namelijk de eerste brief die Marina Tsvetajeva ontving van haar echtgenoot Sergej (Serjozja) Efron nadat ze elkaar door de Russische Revolutie jaren niet hadden gezien. Efron had de kant van de Witten gekozen en was weggetrokken om te vechten, Marina onder zeer moeilijke omstandigheden in Moskou achterlatend met twee kleine kinderen. Ze hadden op het moment van de brief al twee jaar helemaal niets meer van elkaar vernomen, zelfs niet of ze nog leefden. ,,Zonder jou heeft het leven voor mij geen zin, dus leef!''

Tijdschrift voor Slavische Literatuur 31, febr. 2002. Uitg. Stichting Slavische Literatuur, ISSN 0922-1182