Palestijnen uitzetten om Israël te redden

In Israël is uitzetting van de Palestijnen uit de bezette gebieden legitiem onderwerp van gesprek geworden. Voorstanders zien het als laatste mogelijkheid om het Land van Israël te behouden.

Onder de traumatische invloed van de Palestijnse opstand is in Israël het debat over de moraliteit van uitzetting van de Palestijnen uit de bezette gebieden een legitiem onderwerp van discussie geworden. Al jarenlang worden na Palestijnse aanslagen op muren graffiti gespoten met de tekst: ,,(Rabbijn) Kahane heeft gelijk. Arabieren eruit''. In de jaren zeventig werd rabbijn Meir Kahane's Kach-partij wegens het propageren van de uitzettingsideologie buiten de wet geplaatst. Maar dezer dagen werd het politieke manifest van Moledet, de Vaderland-partij, als inleg van de krant Ma'ariv in enkele honderdduizenden exemplaren verspreid. Rehavam Ze'evi, oprichter en leider van Moledet, had de uitzetting tot de ideologische ruggengraat van zijn partij gemaakt. In een hotel in Jeruzalem werd hij enkele maanden geleden door Palestijnen vermoord. ,,Slechts uitzetting zal vrede brengen'', staat er op de voorpagina van het pamflet.

Ze'evi had er een handje van om uitspraken van vroegere zionistische leiders zoals David Ben Gurion en anderen aan te halen om zijn opvattingen over uitzetting te rechtvaardigen. Ben Gurion opperde de mogelijkheid van uitzetting in 1937 in zijn dagboek in een totaal andere politieke context, lang voor het uitroepen van de staat Israël en nog voor de Holocaust.

Als bewijs dat de uitzettingsgedachte ook in linkse zionistische kringen leeft, prijkt ook een uitspraak van de bekende Israëlische schrijver A.B. Jehoshua uit 1993 voorop het pamflet. ,,Als de Palestijnen de verdragen die we met ze hebben gesloten verbreken zeg ik: pak ze op en zet ze op een ordelijke manier over de rivier de Jordaan''. Dat deze schrijver ook talloze oproepen voor vrede met de Palestijnen en tegen de bezetting heeft ondertekend, negeren de opstellers van het pamflet. Moledet en andere ultranationalistische stromingen die voor uitzetting zijn, stellen nederzettingen in bezet gebied gelijk aan kibbutsen binnen de grenzen van 1967 en proberen zo hun gelijk te halen. In het pamflet van Moledet worden 82 kibbutsen genoemd die sedert de oorlog van 1948 zijn verrezen op plaatsen waar eens Arabische dorpen stonden. De socialistische ex-minister Juli Tamir waarschuwde deze week dat gelijkstelling van het bestaansrecht van nederzettingen in bezet gebied met dat van Tel Aviv door kolonisten en hun ideologische aanhangers de basis van Israëls bestaan binnen de grenzen van 1967 aantast. ,,Dat is een groot gevaar'', zei ze op een bijeenkomst van rebellen in de Arbeidspartij, die op een duurzame vrede met de Palestijnen aansturen op basis van de bestandslijnen van 1967.

Het idee van het verplaatsen van de Palestijnen, bijvoorbeeld naar Jordanië, wordt door de voorstanders gezien als ultieme mogelijkheid om het `Land van Israël' (Judea en Samaria) te behouden met handhaving van de joodse democratie. Vorige maand was volgens een opiniepeiling in Ma'ariv 35 procent van de Israëliërs vóór het uitzetten van de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook.

Aan Israëls politieke horizon verrijst een orthodoxe brigade-generaal b.d., Effi Eitam, die op de golven van extreem-nationalistische standpunten, waaronder indirecte doch keiharde steun aan de uitzettingsideologie, naar nationaal leiderschap surft. Deze charismatische man, die opgroeide in een seculiere kibbuts, keerde zoals velen onder de schok van de oorlog in 1973 terug naar `het antwoord', te vinden in de schoot van de orthodoxie. Nu draagt hij de mystieke overtuiging uit te zijn voorbestemd om de rol van `redder van Israël' te spelen. Eitam verschijnt regelmatig in populaire politieke tv-programma's. Hij staat in de startblokken om het leiderschap van de Nationale Religieuze Partij op te eisen om met Likuds ex-premier Benjamin Netanyahu een ultrarechtse coalitie te vormen. De krant Ha'aretz ziet hem ook als een van de opkomende politieke sterren en liet hem het afgelopen weekeinde in een uitvoerig interview aan het woord.

Eitam legt in dat vraaggesprek uit dat Israël ten onder gaat indien niet ,,in één keer Yasser Arafat, Irak en Iran worden verslagen. Het is onmogelijk via een dialoog tot verzoening met hen te komen. Ze moeten worden weggevaagd. Er is geen andere weg.'' Verdrijving van Arafats regime, militaire overname van de hele Westelijke Jordaanoever en Israëlische soevereiniteit over Judea en Samaria (Westelijke Jordaanoever), zijn volgens Eitam de drie basiselementen voor de oplossing van het Palestijnse vraagstuk. ,,En wat zal er gebeuren met de Palestijnen in Judea, Samaria en Gaza'', vroeg Ha'aretz. ,,Ze zullen inwoners (van Israël) zonder kiesrecht zijn. Ze moeten de keuze hebben tussen een verlichte woonplaats onder ons en het donkere burgerschap van Arabische landen'', antwoordde hij. De apartheidspolitiek die Eitam zo helder belijdt, gaat in de loop van het vraaggesprek over in uitwijzing naar Jordanië en de Egyptische Sinaï-woestijn. ,,Als ons een oorlog wordt opgelegd zullen we handelen zoals in oorlog nu eenmaal gebeurt. Als consequentie van oorlog kan ik absoluut voorzien dat niet veel Arabieren hier (in de gebieden) blijven.''

De Arabische staatsburgers van Israël zelf omschrijft Eitam als ,,een tikkende bom onder democratisch Israël''. Israël zou dat ,,kankergezwel'' wel eens te laat kunnen ontdekken. Eitam kan zich voorstellen dat de Israëlische Arabieren hun kiesrecht in de toekomst willen laten gelden in de Palestijnse staat in Jordanië en in de Sinaï-woestijn.

De religieuze gevoelens die Eitams politieke wereldbeeld vormen zijn identiek aan die van veel kolonisten in bezet gebied. Daar heeft hij zijn grootste aanhang. Voor de dienstplichtigen uit de nederzettingen is hij een held. Eitams invloed reikt echter verder. Premier Ariel Sharon zou hem gevraagd hebben om zijn adviseur voor de bestrijding van terrorisme te worden. Volgens Ha'aretz van vandaag zou Eitam dit aanbod hebben geweigerd omdat hij op een ministerschap mikt.

`Slechts uitzetting van Palestijnen zal vrede brengen'