Macabere video in Franse rechtszaal

Op de derde dag van de rechtszitting in het Franse Auch zijn videobeelden vertoond van vier vermoorde Nederlanders. Verdachte Ben Salah kon het niet aanzien.

Brigadier Carré kreeg vanochtend in de rechtszaal van het Zuid-Franse Auch het woord. De politieman gaf commentaar bij een video die een van zijn mannen maakte toen de lichamen werden ontdekt van de vermoorde echtparen Van Hulst en Nieuwenhuis. Zo begon de derde dag van het proces tegen de Frans-Tunesische Kamel Ben Salah (37), die verdacht wordt van moord op twee Nederlandse echtparen in het nabijgelegen Montfort, mei 1999.

Het was een bibberig beeldverslag, af en toe versneld afgedraaid, van een macabere wandeltocht door de kamers van de familie Van Hulst. Met de rommel van de verbouwing. Met papieren die her en der verstrooid lagen. Met het gemartelde lichaam van meneer Nieuwenhuis, die in de keuken lag, met het gezicht naar de grond. En met, in de slaapkamer boven, de vrouwen op bed, de keel doorgesneden, polsen en enkels samengebonden met de tape van het bedrijf van meneer Van Hulst.

En toen de camera was aanbeland bij Van Hulst, die in een gebarricadeerd rommelkamertje lag, zijn bril nog op en opgedroogd donker bloed op zijn lichaam, toen sloeg de verdachte de handen voor zijn gezicht. Ben Salah, door Van Hulst ingehuurd als schilder, had gisteren nog zelfverzekerd antwoord gegeven tijdens zijn eerste openbare verhoor.

Na de eerste dag, afgelopen vrijdag, toen naaste familieleden het door geweld, incest, verlating en zelfverminking getekende leven van de verdachte en trouwens ook dat van henzelf schetsten, werd gisteren eerst een groot deel van de zitting gewijd aan de rapporten en bevindingen van vier psychologen en psychiaters. De eerste drie hadden geen enkele ,,aanwijzing voor psychiatrisch risico'' of ,,persoonlijkheidsstoornis'' kunnen ontdekken en hooguit een eventuele mogelijkheid van ,,conflicten met de gevestigde orde''.

De ene schreef hem een laag-gemiddelde intelligentie toe, de ander een hoog-gemiddelde. Psychiater Franck was de enige die uiteenlopende biografische gegevens uit Ben Salahs jeugd in verband bracht met een gedragsbepalende ,,angst voor gebrek'' van de verdachte. Zo bond zijn alcoholische en gewelddadige vader hem op jonge leeftijd aan een boom vast en dreigde vervolgens hem de keel door te snijden. Verder trof hij zijn moeder met een vreemde man in bed aan en lieten beide ouders hem vóór zijn dertiende jaar in de steek.

Omdat de pijn van het in de steek gelaten zijn naar de mening van Franck tot elke prijs onderdrukt moet worden, geeft Ben Salah de voorkeur aan ,,handelen boven nadenken''. Om diezelfde reden is de verdachte in zijn lezing ook een ,,narcistische leugenaar'' en heeft hij de neiging om eenzelfde verhaal nu eens te dramatiseren dan weer juist mooi voor te stellen. Maar op de vragen over de effecten van het roken van joints bleef ook hij het antwoord schuldig.

Dat was het eerste onderwerp dat rechtbankpresident Georges Bastier aansneed, toen tegen het eind van de middag de ondervraging van Ben Salah zelf een aanvang nam. Deze had in eerdere verklaringen gezegd ten tijde van de moorden dertig tot vijftig gram cannabis per dag te gebruiken. Daarom liet zijn geheugen hem in de steek bij diverse verhoren tijdens het vooronderzoek, daarom had hij tegenstrijdige lezingen gegeven van zijn activiteiten voor, tijdens en na de moorden.

Vervolgens somde Bastier een eindeloze reeks op van pogingen om geld op te nemen met elf verschillende bankpassen van de slachtoffers. Die begonnen al voor de moorden, maar slaagden erna pas: een slachtoffer was gemarteld, kennelijk om hem pincodes te ontlokken. Steeds informeerde de rechtbankpresident wat Ben Salah op het tijdstip van de geldopname deed en waar hij zich bevond.

Bij vlagen verwijzend naar zijn geheugenverlies en met soms nieuwe correcties bracht deze zijn verklaringen min of meer in overeenstemming met eerdere lezingen, terwijl hij de vraag naar zijn commentaar op alle geldopnames pareerde met: ,,Die vraag moet u stellen aan de persoon of personen die de passen gebruikt hebben, en niet aan mij.'' Ook zei hij: ,,Ik weet om te gaan met passen en weet dat de machine ze na drie pogingen inslikt. En ik zou trouwens wel een volslagen idioot zijn om dat zo vlak bij mij in de buurt te proberen.'' Gevraagd naar zijn hoge uitgaven direct na de moorden bracht hij de rechtbankpresident op de hoogte van de verdiensten van een dealer: ,,Geld was nooit een probleem voor me.''

Tegen het slot van zijn zelfverzekerde maar wankele getuigenis werd Ben Salah zichtbaar nerveuzer. Hij werd vervolgens twee keer kwaad. Hij is de laatste geweest die de vermoorde echtparen bij leven heeft gezien ,,met uitzondering van de dader of daders'', zoals hij niet naliet te preciseren. Op de vraag van Jacoba de Jongh-Dunand, de Nederlands/Franse advocaat van de nabestaanden, naar wat mevrouw Van Hulst aanhad, bleef hij het antwoord schuldig. Toen De Jongh zei: ,,Ze kwamen thuis, complimenteerden u met uw schilderwerk'', beet de verdachte haar toe: ,,U kunt natuurlijk niet hebben, dat een Arabier aardig wordt gevonden.''

President Bastier riep Ben Salah daarop luid tot de orde en zei dat de vraag niets met racisme van doen had. Kort daarop viel Ben Salah uit tegen officier van justitie Aldigé. ,,Als u mij nog één keer onderbreekt, ga ik terug naar mijn cel en ziet u verder maar. Ik ben hier om mijn woordje te kunnen doen, na drie jaar voorarrest. Dus dat staat u toe, of ik houd ermee op.''