Kunstdiefstal in Haarlem was `gerichte' actie

De kunstrovers die zondagavond vijf 17de-eeuwse schilderijen uit het Frans Halsmuseum ontvreemdden, zijn ,,brutaal'' en ,,zeer gericht'' te werk gegaan. ,,Het was een professionele actie'', zegt M. Kersten, hoofd museale zaken en adjunct-directeur van het Haarlemse museum. ,,Ze hebben een aantal mooie, bijzondere schilderijen uitgekozen.'' De politie heeft nog geen spoor van de daders.

De totale waarde van de gestolen doeken bedraagt volgens een voorzichtige schatting ongeveer drie miljoen euro. Het museum is verzekerd, maar het is de vraag of het mogelijk is werken van vergelijkbare kwaliteit aan te kopen. Kunsthistorisch gezien zijn De kwakzalver van Jan Steen en De tevreden drinker van Adriaan van Ostade het belangrijkst, aldus Kersten. Alle vijf schilderijen, waaronder ook werken van Cornelis Bega (De muzikanten), Cornelis Dusart (Drinkgelag) en nog een Van Ostade (De kwakzalver), hoorden tot de zogenoemde boerengenre-stukken, afbeeldingen uit het vrolijke boerenleven. Ze hingen in elkaars buurt, in twee verschillende zalen. De dieven hebben rond kwart over negen 's avonds een raam geforceerd, nadat ze over een hek waren geklommen, en hebben binnen vijf minuten hun slag geslagen. Het alarmsysteem werkte, de politie was na vijf minuten ter plekke, maar de daders waren toen al verdwenen. Eén schilderij, De marskramer van Van Ostade, hebben ze achtergelaten, waarschijnlijk in hun haast om weg te komen.

Kersten kan niet zeggen waarom de kunstrovers juist deze schilderijen hebben uitgekozen. ,,Er hangen wel meer goede schilderijen in het museum. Je kunt je afvragen waarom ze geen landschappen of stillevens hebben meegenomen. Ze zijn heel gericht op deze boerengenre-voorstellingen afgegaan. Deze doeken vertegenwoordigen niet de absolute top. Bovendien zijn ze slecht verhandelbaar. Ze zijn uitgebreid gedocumenteerd en gefotografeerd en ze zijn bekend bij de reguliere kunsthandel. De mogelijkheid dat ze op bestelling zijn gestolen is niet uitgesloten, maar het is koffiedik kijken.''

In de praktijk komt het zelden voor dat schilderijen op bestelling worden ontvreemd, of om losgeld te vragen. Wel blijken rovers zich achteraf vaak te hebben verkeken op de verhandelbaarheid van bekende, goed gedocumenteerde schilderijen als deze. Er zijn gevallen bekend waarin kunstrovers zich achteraf weer ontdeden van hun gestolen waar, of zelfs tot vernietiging overgingen.

In februari 1996 was het Frans Halsmuseum eveneens slachtoffer van een inbraak. Ook toen kwamen de inbrekers via een raam binnen en namen een doek van Karel Appel mee. Een maand later werd tijdens de openingsuren een schilderij gestolen van Reynier Hals (1627-71), een zoon van Frans Hals. Dit werk werd later teruggevonden bij een xtc-bende.

De roof is aanleiding voor de D66-Kamerleden B. Dittrich en O. Scheltema terug te komen op de opheffing van de afdeling kunst en antiek van het korps landelijke politiediensten. Zij vragen zich onder meer af of dit gevolgen heeft voor de opsporing en vervolging van kunstrovers.