Kruipen door schouwburgkrochten

Diep in de kelder van de Amsterdamse Stadsschouwburg aan het Leidseplein bevindt zich een luik waarop met kalkwitte letters `Versche lucht' staat geschilderd. Dit detail inspireerde fotograaf en beeldend kunstenaar Jan Theun van Rees tot een intensieve ontdekkingsreis door de kruipruimtes, schuilhoeken en krochten van dit gebouw. Hij volgde de weg die de verse lucht, vermengd met warmte van een niet meer bestaande centrale verwarming, aflegde door de zalen en foyers, langs het trappenhuis om uiteindelijk hoog in het toneelhuis de schouwburg te verlaten. Met zijn camera kroop hij door ruimtes waar nooit iemand komt. Versche lucht heet de fototentoonstelling die smaakvol is gepresenteerd in de terrasfoyer van de schouwburg. Zo ontdekte Van Rees dat een van de kruipruimtes, een ronde, gebogen gang, een afspiegeling is van de zaal daarboven.

De zwart-wit opnamen zijn verstilde, bijna abstracte grafische patronen. Ze gunnen je een blik op plekken waar geen bezoeker kan komen: tussen de muren, onder de vloer, tussen de ragfijne touwen die vanuit het toneelhuis de decorstukken laten dalen en weer optakelen. Interessant zijn de foto's die het grensgebied tonen tussen het toneel en de zaal. Juist op die lijn verandert werkelijkheid in illusie en andersom. Filosoof Fons Elders sprak tijens de opening over ,,theater dat de schuilplaatsen van de menselijke geest zichtbaar maakt''. In feite doet Van Rees hetzelfde met de schouwburg: onvindbare plekken aan de openbaarheid prijsgeven. Een andere fascinatie van de fotograaf zijn de ruimtes achter de zichtbare ruimte, zogenaamde parallelle ruimtes. Met de installatie Zichtlijnen maakt hij dwarsdoorsneden door het gebouw.

Intrigerend is de reusachtige, op linnen afgedrukte foto in de rotonde. Tussen de zwarte pilaren die de zaalvloer dragen zien we een zwart, rond voorwerp. Via dit cilindervormige huis werd vroeger de lucht afgevoerd. Het bevindt zich zo'n dertig meter boven de kroonluchter in de rotonde. De bezoeker moet zich dus voorstellen dat hij dwars door de vloer en de plafonds naar boven kijkt. Staan we op het Marnixbordes en zouden we omlaag kunnen blikken, dan treffen we ver onder onze voeten een stelsel van tunnels aan. Op oude tekeningen staan die vermeld als `Tunnel voor de verwarming'. De foto die Van Rees maakte zou uit een film noir kunnen komen: een donkere ruimte vol onheil.

Vanuit de kleine foyer kijkt men op het Kleine-Gartmanplantsoen. Daar lijkt de Lijnbaansgracht te eindigen, maar in feite stroomt die onder de Schouwburg gewoon verder. Foto's laten zien hoe die waterloop zich een weg zoekt langs bakstenen fundamenten. De bezoeker maakt, aan de hand van een nauwkeurige beschrijving, een fraaie route door de Schouwburg. Langzaam neemt Van Rees' idee bezit van je geest: sta je in het trappenhuis en kijk je langs de muren omhoog, dan treft je blik ergens de houten kap van de zolder. De weelderige bezoekerstrap met de goudkleurige leuning staat in contrast met de stalen wenteltrap achter de wand. Deze foto's verrijken, door gestileerde uivoering en zeggingskracht, je geest. Dichter Willem van Toorn ziet het zo in zijn gedicht Versche lucht, dat gaat over het reizende oog door dit theater: `luchtig en eindeloos/ achter deze doodgewone/ sierwereld van taal en schijn.// Buiten iedere binnenkant/ weer verborgen binnenkanten/ waar je gedachten kunnen zijn'.

Tentoonstelling: Zichtlijnen en Versche lucht, t/m 10-3-2003 in: Stadsschouwburg, Amsterdam. Inl.: 020-5237700.