`De zwarte arend, da was ne coureur'

Eigenlijk was het een gênante vertoning, die najaarsdag in 1998 in het Kuurpark bij het Casino in Valkenburg. De Belgen Marcel Kint en Briek Schotte waren afgereisd naar het Limburgse stadje waar ze allebei een van de hoogtepunten in hun wielercarrière hadden bereikt. Schotte was er wereldkampioen geworden in 1948, Kint veroverde er tien jaar eerder na 27 beklimmingen van de Cauberg de regenboogtrui. Beide monumenten uit de wielersport waren vlak voor het WK van dat jaar uitgenodigd om getuige te zijn van de onthulling van trappen die hun naam hadden gekregen. Met golfkarretjes werden ze vervoerd naar de Marcel Kint- en de Briek Schottetrap. De schonkige boerenzoon Schotte, vol met nauwelijks verstaanbare anecdotes uit het rijke Vlaamse wielerleven, en de fragiele maar nog immer gesoigneerde Kint. Modebewust, ook dat nog: hij droeg die dag in zijn instappers geen sokken!

Zaterdag overleed Kint aan de gevolgen van kanker, op 87-jarige leeftijd, in een ziekenhuis in Kortrijk. `Kintie' had tot vorige week nog met grote belangstelling de etappekoers Parijs-Nice gevolgd. Geen minuut van het dagelijkse televisieverslag was hem ontgaan. Eind vorige week verslechterde zijn situatie en op de dag dat hij van zijn woonplaats Zwevegem naar het ziekenhuis in Kortrijk werd gebracht, kwam een einde aan zijn leven.

Kampioen van Vlaanderen, dat was de eerste grote prijs van Kint, in 1934. Vier jaar later beleefde hij in Valkenburg het hoogtepunt uit z'n loopbaan. ,,Na een uiterst zwaren strijd, waarin niet minder dan 28 renners van de 36 die gestart zijn opgegeven hebben, is de Belg Marcel Kint wereldkampioen geworden'', meldde het Limburgs Dagblad op 5 september 1938. ,,Het waren de mannen met den langste adem die de wedstrijd hebben gewonnen.'' Onder de opgevers niet de minsten, zoals Gino Bartali, die eerder dat jaar de Ronde van Frankrijk had gewonnen. Hoewel de palmares van Bartali aanzienlijk rijker was, hadden de Italiaan en de Belg Kint een belangrijke overeenkomst. Beiden hadden een indrukwekkender erelijst kunnen hebben als de wereld verschoond was gebleven van Adolf Hitler en de Tweede Wereldoorlog. In 1939 werd hij weliswaar nog kampioen van België, maar een WK zou niet meer verreden worden voor 1946. Evenals in het geval van Bartali waren de jaren waarin Kint de meeste overwinningen had kunnen behalen door de oorlog verpest. Met zijn overwinning in 1943 in Parijs-Roubaix beleefde hij nog wel een fraai succes in die oorlogsjaren. Na zijn overwinning fietste hij naar huis. Maar de grote koersen, zoals het WK en de Tour, waarin hij twee keer negende werd en zes etappes won, lagen stil in de periode dat Kint op z'n sterkst was. Acht jaar bezat hij de regenboogtrui en daarmee ging hij de geschiedenis in als de renner die zich het langst wereldkampioen mocht noemen. En acht jaar lang was hij de laatste winnaar van een etappe in de Tour: op 30 juli 1939, een maand voor de Duitsers Polen binnenvielen, reed hij het Parc des Princes in Parijs als eerste binnen. Pas op 25 juni 1947 ging in de Franse hoofdstad de eerstvolgende Touretappe van start. Een jaar eerder had Kint in het eerste WK na de oorlog zijn wereldtitel verspeeld. Hij reed met de Zwitser Hans Knecht voorop, tot een toeschouwer aan zijn zadel trok.

Op de baan vierde Kint enkele successen met Rik van Steenbergen, zijn landgenoot die op de weg een grote rivaal was geweest. ,,Onvoorstelbaar hoe hard die man kon fietsen'', zei zijn tien jaar jongere oud-collega. In acht zesdaagsen vormden ze een koppel, twee keer wonnen ze, in Brussel. Bij een val tijdens de Zesdaagse van Parijs, in 1947, liep Kint een zware schedelbreuk op en daarna was hij nooit meer dezelfde. In 1951 beëindigde de renner die wegens zijn zwarte haren, zijn donkere trui en zijn scherpe neus `de zwarte arend' werd genoemd, zijn carrière.

Zaterdag wordt Kint begraven, vanuit de Sint-Elooiskerk in Kortrijk. Als diens gezondheid het toestaat is ook Schotte er ook bij, oud-collega en vriend. Uit de mond van deze `laatste der flandriens' komt het mooiste compliment over Kint, doeltreffend in z'n eenvoud: ,,Vent toch, da was ne coureur.''