De privé-primeur als handelswaar

Met twee glinsterende fotopagina's neemt De Telegraaf afscheid van zijn meest succesvolle én omstreden verslaggever. Wie hem een primeur onthield, kon rekenen op dagenlange hetze.

De voorpagina van De Telegraaf is vandaag vrijwel geheel gewijd aan het afscheid van showbiz-reporter Henk van der Meyden. Er staan niet meer dan twee andere berichten op. Ook twee binnenpagina's worden geheel gevuld met foto's van het afscheidsfeest in het Circustheater in Scheveningen, onder de kop `Bedankt Henk!'

De grootste krant van Nederland heeft alle reden tot dankbaarheid. In de 44 jaar dat hij er redacteur was, heeft Van der Meyden in totaal 13.728 pagina's volgeschreven, die veel hebben bijgedragen tot het commerciële succes. Jarenlang verscheen zijn pagina nooit op woensdag; op die dag werden er altijd aanzienlijk minder losse nummers van de krant verkocht.

Van der Meyden (64) werd eind jaren vijftig aangenomen als radio-tv-redacteur. De toenmalige hoofdredacteur J.J.F. Stokvis voorzag dat de televisie een belangrijk medium zou worden en wenste er elke dag de laatste nieuwtjes over te lezen. Niet over de omroepbestuurders, maar over de artiesten die op het scherm verschenen en daardoor vertrouwde gasten werden in een snel groeiend aantal Nederlandse huiskamers. De jonge, geestdriftige reporter spiegelde zich aan de schandaaljournalistiek van de populaire Engelse kranten en rekende zodoende ook het privé-leven van de artiesten tot zijn werkterrein.

Dat was nieuw, in die prudente en discrete tijd. Zonder enige terughoudendheid bombardeerde Van der Meyden de zangers, zangeressen, acteurs, actrices en presentatoren over wie hij schreef, tot sterren. En daarna maakte hij van die sterren, door te schrijven over hun particuliere besognes, weer mensen zoals iedereen. ,,Een meisje in een soap? Zo iemand mag je van mij geen ster noemen', zegt hij in een interview in een speciale programmakrant die gisteravond in Scheveningen werd uitgedeeld. Maar die inflatie van het woord ster heeft hij zelf in de hand gewerkt.

In de jaren zestig stond Van der Meyden als `roddeljournalist' nog alleen. De artiesten over wie hij schreef, spraken achter zijn rug om vaak met weerzin over zijn jacht op privé-primeurtjes, maar durfden hem zelden tegen te werken. Allengs werd het verstandig beleid om bij een huwelijk, de geboorte van een kind, een scheiding of een artistieke rel toch zelf maar even contact met Van der Meyden op te nemen – dan was de berichtgeving tenminste nog enigszins in de hand te houden. Wie desondanks weigerde met hem te spreken, kon rekenen op een dagenlange hetze. Het werd een beproefd procédé: dag in dag uit honende aanvallen, tot het murw gemaakte slachtoffer toch maar een `exclusief interview' gaf – en dan was een sympathiek artikel de beloning, want in zo'n geval draaide de reporter om als een blad aan een boom.

Van der Meyden was voor De Telegraaf belangrijk genoeg om hem toestemming te geven voor zijn zakelijke nevenactiviteiten, waarover hij ook veelvuldig schreef. Zo werden de concerten van de tango-accordeonist Carel Kraayenhof, die hij een paar weken geleden organiseerde, begeleid door paginagrote interviews. Van der Meyden redeneert dat hij daardoor ook nieuws maakt voor zijn krant. Maar naarmate hij meer belangen kreeg in de wereld waarover hij schreef, was hij lang niet meer zo nietsontziend als in het begin.

Uitgeverij De Telegraaf profiteerde volop mee van het weekblad Privé, dat op zijn initiatief werd opgericht. Van der Meyden werd in 1977 zelfs uitgeroepen tot Sales Manager van het Jaar ,,wegens het leveren van uitzonderlijk goede verkoopprestaties op het terrein van de commerciële journalistiek.' Minder goed liep het af met het programma TV Privé, dat hij tussen 1974 en 1984 voor de TROS maakte. De kijkcijfers waren goed, maar de programmaleiding bezag zijn presentatie met stijgende gêne. Een paar jaar geleden keerde Van der Meyden terug bij SBS6, maar toen was zijn aanpak allang niet exclusief meer. Vergeefs bokste hij op tegen talloze andere programma's over de mens achter de artiest.

Toch bleef zijn positie als de koning van de gossip tot op de dag van vandaag goeddeels onaangetast. Nog altijd grijpt hij zelden naast de grote primeurs. Hoewel er nu vier weekbladen op dit terrein bestaan, en ook andere kranten niet langer a priori hun neus ophalen voor een smeuïg privé-berichtje uit de showbiz, bleef Van der Meydens netwerk ongeëvenaard. Op zijn afscheidsfeest werd hij in vele toonaarden geprezen om het feit ,,dat er afspraken met hem te maken waren' – als een publicatie volgens de betrokkene te schadelijk zou zijn, was Van der Meyden bereid nog even te wachten, in ruil voor de primeur. Zelf zei hij gisteravond de aanwezigheid van zo veel bekende Nederlanders te beschouwen als het bewijs ,,dat ik uw vertrouwen niet beschaamd heb'.

Ook zijn onnavolgbare proza – hij schuwt geen enkel cliché en spreekt daardoor steeds de taal van zijn grote lezerskring – heeft ongetwijfeld meegewerkt aan zijn roem. Voor ironie of distantie is op zijn pagina geen plaats. Geheel in de Van der Meyden-stijl meldt de Telegraaf vandaag, dat hij nu zelf ,,tot ster' is verheven. Maar dat was hij allang; hij wist in de jaren zestig al dat ieder cabaretnummer dat tegen hem was gericht, alleen maar meewerkte om hem beroemd te maken. En in de loop der jaren hebben bijna alle voormalige vijanden vrede met hem gesloten, net als de velen tegen wie hij zelf in zijn kolommen heeft geageerd.

Vandaag is zijn Privé-pagina door anderen gevuld. Morgen is Van der Meyden er zelf weer, tot eind deze week. ,,Als u nog nieuwtjes hebt, nú kan het nog', riep hij gisteravond in zijn dankwoord. Volgende week wordt hij opgevolgd door een driekoppig team van jongeren – onder wie de huidige politiek verslaggever Sjuul Paradijs – voor wie hij het lichtende voorbeeld is.

Gerectificeerd

Van der Meyden

Het artikel De privé-primeur als handelswaar (26 maart, pagina 2) meldt dat Telegraaf-journalist Henk van der Meyden wordt opgevolgd door een driemanschap, onder wie politiek verslaggever Sjuul Paradijs. Paradijs volgt bij De Telegraaf Thomas Lepeltak op, die de society-rubriek Stan Huygensjournaal maakt.