De `Paul-de-Leeuwisering' van de politiek 7

Het lezenswaardige artikel van Herman Philipse (NRC Handelsblad, 14 maart), raakt echter, evenals alle betogen, niet de kern van het probleem dat de gevestigde politieke orde meent met het verschijnsel Fortuyn te hebben.

De harde kern daarvan is dat de politiek bij het op gang komen van de huidige volksverhuizing, de publieke discussie daarover door het opwerpen van een taboe, onmogelijk heeft gemaakt.

Het ongelooflijke daarvan is dat juist de PvdA, wiens voorloper de SDAP sinds het begin van 1900 zich heeft beijverd om het volk mondig te maken, dat volk de mond heeft gesnoerd. Dat is deze huidige regentenpartij thans noodlottig geworden.

Het gaat hier helemaal niet om een figuur als Fortuyn, die slechts de boodschapper van het slechte nieuws is.

Waarom het echt gaat is de manier waarop ons volk reageert: soeverein en op de plaats en het tijdstip waar dat behoort: bij democratische verkiezingen.

Nog erger dan het scheppen van een taboe is dat de gevestigde politieke elite, gezien de volstrekt onbeholpen reacties, geen flauw idee bleek te hebben van de mening van het volk dat men pretendeert te vertegenwoordigen.

Het is voorts uitermate droefstemmend om bij voortduren te zien hoe de smaakmakende coryfeeën over elkaar heen buitelen om `de brenger van de boodschap' op de meest onfatsoenlijke manier te beschimpen. Het moet zelfs voor een politicus toch een afgang zijn om straks met `de brenger van de boodschap' aan tafel te moeten zitten om tot zaken te komen.

De overheid is in haar arrogantie in het eigen zwaard gevallen en waar we met z'n allen zeer verheugd over kunnen zijn, is dat we als volk zoveel zelfvertrouwen en weerbaarheid hebben om een regenteske overheid de wind uit de zeilen te nemen.