De `Paul-de-Leeuwisering' van de politiek 4

Naar blijkt bestaat bij veel kiezers een onbestemd verlangen naar politieke vertegenwoordiging die anders, leuker, spannender en onderhoudender is. Een verlangen vergelijkbaar met de behoefte aan grensverleggend entertainment, ongebruikelijke vakantiebestemmingen en spraakmakende televisie- en radioprogramma's. De bijzondere aantrekkingskracht van de non-conformistische, excentrieke en brutale Pim Fortuyn laat zich dan ook goed vergelijken met de grote populariteit van Paul de Leeuw in de afgelopen jaren.

Op dezelfde wijze waarop De Leeuw lak heeft aan conventies en de gasten in zijn programma's aanpakt, maakt Fortuyn korte metten met het kleurloze en saaie politieke establishment. En met even groot succes. In die zin belichaamt Fortuyn wat je zou kunnen aanduiden met `de Paul-de-Leeuwisering' van de politiek. Het feit dat de keuze voor politieke vertegenwoordiging door sommigen op dezelfde onbekommerde en oppervlakkige wijze wordt gemaakt als de keuze voor televisievermaak is een teken van vergaande vervlakking. Een land dat altijd voorop heeft gelopen in de verontwaardiging over de opkomst van rechts-extremisme (in deze categorie kan Fortuyn in alle objectiviteit worden geschaard) stelt zich vergaand berustend op nu dit fenomeen zich in onbehoorlijke omvang in eigen huis voordoet.

Met de Nederlandse morele superioriteit lijkt het te vergaan als met het onoverwinnelijk geachte nationale voetbalelftal.

Degenen die onlangs nog vooropliepen in de Europese boycot van het Oostenrijk van Jörg Haider, zwijgen in alle talen.

Ondanks dat zich een ongezonde revolutie lijkt te voltrekken in de politieke verhoudingen, is er kennelijk één aspect van de Nederlandse volksaard dat zich, diep geworteld in de historie, standvastig toont: de bijkans grenzeloze zelfgenoegzaamheid.