De banken hebben de broek aan

Marconi leek een troef in handen te hebben bij de onderhandelingen met zijn banken. De geplaagde Britse producent van telecomapparatuur had de beschikking over een ongebruikte kredietfaciliteit van 3 miljard euro (1,85 miljard pond). Als de banken lastig zouden doen bij het heronderhandelen over een bestaande lening van 2,2 miljard pond, waarom zou het bedrijf ze dan niet laten zweten door een beroep te doen op dat ongebruikte krediet? En toch heeft Marconi er afgelopen vrijdag mee ingestemd deze mogelijkheid niet alleen te laten varen, maar de banken ook de gelegenheid te bieden de bestaande lening van 2,2 miljard pond op te eisen wanneer ze maar willen.

Ook ABB had schijnbaar een troef in handen toen het bedrijf de toegang tot de obligatiemarkt werd ontzegd: een ongebruikte kredietfaciliteit van 3 miljard dollar. Het addertje onder het gras was dat het Zwitsers-Zweedse elektrotechnische concern geen gebruik van het krediet zou kunnen maken als zijn kredietwaardigheid onder het A3-niveau terecht zou komen, wat inmiddels is gebeurd. ABB heeft afgelopen week het krediet opgenomen, maar loopt nu het risico dat het alsnog wordt ingetrokken.

ABB en Marconi gedragen zich als onderdanige chimpansees die vlooien uit het haar plukken van een alfa-mannetje dat ze zojuist een afranseling heeft gegeven. Waarom dit onderdanige gedrag? Het antwoord luidt: omdat geplaagde bedrijven er niets mee opschieten hun banken tegen zich in het harnas te jagen, zeker niet als die banken ook nog over eigen troeven beschikken.

In de leenovereenkomst van Marconi stond een clausule die het opnemen van de lening onder de huidige marktomstandigheden uitsloot. Aanvankelijk leek het erop dat Marconi desondanks zijn zin wilde doordrijven, maar het kwam al snel tot de slotsom dat het moeilijk zou zijn om overeind te houden dat de marktomstandigheden verslechterd waren. Het was beter een beroep te doen op de resterende goede wil van de banken dan een juridisch gevecht aan te gaan dat Marconi zeker zou verliezen.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.