Boerenopafstand

De landerijen zijn groot, de regels zijn soepel. Nederlandse agrariërs zoeken de ruimte in Polen. Eigenaar van hun grond zijn ze nog lang niet: verkoop van land aan buitenlanders ligt in Polen gevoelig, vooral in de voormalige Duitse gebieden waar de Nederlanders zijn neergestreken. `Je pakt wat je krijgen kunt.'

Ze zijn gekomen om productie te draaien. Om extensieve landbouw te bedrijven op grote oppervlakken tegen lage productiekosten. Over hoe hun bedrijven eruit zien maken ze zich minder zorgen. De bedrijven van de Brabander René Segeren (38) en de Groninger Pieter Sijpkens (31) in het zuidwesten van Polen zijn uitgekiende zakelijke ondernemingen. De winst zit in de `marges': goedkope grond, lage arbeidskosten, optimaal gebruik van de (vaak tweedehands) landbouwmachines.

Sijpkens bestuurt zijn bedrijf van 500 hectare vanuit een paar opgestapelde gele portocabins op de binnenplaats van een oude hoeve. De meeste grond ligt in de directe omgeving van zijn dorp Biskupice, vijftien kilometer buiten Wroclaw. Maar hij heeft ook stukken op dertig kilometer liggen. ,,Je wilt zoveel mogelijk bebouwen. Dus je pakt wat je krijgen kunt.'' Sijpkens komt uit een boerengezin. Toen hij op zijn vijfentwintigste de Hogere Landbouwschool had afgelegd stond hij voor de keuze: bij zijn vader werken, of zelf iets beginnen. Het avontuur en de ruimte brachten hem naar Polen. ,,De eerste nacht nadat ik de knoop had doorgehakt, kon ik niet slapen. Maar ja, het was afgesproken. Ik kon niet veel anders doen dan aan de slag gaan.''

De Groningse boerenzoon uit de buurt van Lauwersmeer is geen eigenaar van de grond die hij bebouwt. Hij pacht van de Poolse staat, zoals de meeste buitenlandse boeren dat doen. Polen is erg gevoelig op het punt van verkoop van grond aan buitenlanders. Vooral in de voormalige Duitse gebieden waar Sijpkens en Segeren zijn neergestreken. Vorige week kwamen Polen en de EU na eindeloos onderhandelen eindelijk overeen dat boeren als Sijpkens en Segeren zeven jaar na het begin van hun pachttermijn een bod mogen doen op de grond. In het midden en oosten van Polen mag dat al na drie jaar pachten.

Polen was de laatste van de belangrijke kandidaat-lidstaten die dit moeizame hoofdstuk afsloot. Maar de Nederlanders raken er niet erg opgewonden van. Voor ons is het voorlopig beter om te pachten, zeggen ze. ,,Geld dat je in de grond stopt kun je niet gebruiken voor de productie'', stelt Sijpkens nuchter. Het land en de opstallen die Sijpkens en Segeren pachten, komen uit de boedel van de communistische staatsboerderijen die in dit deel van Polen na de Tweede Wereldoorlog werden opgericht. In het grootste deel van Polen werd de landbouw nooit gecollectiviseerd. Maar hier, in de gebieden die tot het einde van de oorlog Duits waren geweest, gebeurde dat wel.

De geschiedenis is aan de bedrijven van de Nederlanders af te lezen: Duitse bouw in een communistisch jasje. Op het bedrijf van Sijpkens staat een enorme schuur die minstens honderd jaar oud is. De Nederlander is onder de indruk van de schuur: ,,Meer dan een eeuw geleden wisten ze hier al hoe je een schuur moest bouwen zonder stutbalken in het midden. Spantloos bouwen noemen ze dat. Bij ons in Groningen staan er altijd balken in de weg waardoor je niet vrij kunt rondrijden.''

Ook op het bedrijf van Segeren, zestig kilometer meer naar het oosten, zijn de restanten van een roemrijk Duits landbouwverleden duidelijk zichtbaar. De koeienstal is met zijn gewelfde plafond bijna antiek te noemen. Onder de bogen staan zesentachtig koeien. ,,In Nederland wordt de productie bepaald door het melkquotum, hier bepaalt de stal hoe ver ik kan gaan.'' Toen Segeren vier jaar geleden de oude Duitse hoeve betrok stonden er vijfenveertig koeien in de stal. Er liep vier man personeel rond. Die zijn er nog altijd, maar de hoeveelheid koeien en de melkproductie zijn inmiddels bijna verdubbeld. Het is net aan. Als de loonkosten hoger worden moet Segeren een nieuwe, efficiëntere stal neerzetten – of helemaal met de veeteelt ophouden.

Een bedrijf pachten van de Poolse staat betekent niet alleen het beheer over landerijen en opstallen, maar ook over personeel. De boerderij van Segeren wordt door in totaal vijftien mensen gerund met aan de top een bedrijfsleider. De Brabander stuurt aan en springt in als het nodig is. De helft van de tijd boert hij op afstand. Hij is `semigrant': de ene week is hij op de boerderij in Polen en de andere week bij zijn gezin in Brabant. ,,Mijn vrouw en ik hebben een plan gemaakt. Zolang de kinderen op school zijn rijd ik op en neer. Heb je nog eens tijd om ergens over na te denken.''

Segeren is van oorsprong varkensboer. Zijn varkensstallen waren nog tot 2008 goedgekeurd, maar toen de Nederlandse overheid twee jaar geleden met een opkoopregeling kwam, zette Segeren er meteen een punt achter. Zijn bedrijf in Mariahout was steeds meer tussen de woonhuizen komen te staan. Vorig jaar gooide hij zijn stallen tegen de grond.

In het dorp Wiecmierzyce even ten noorden van de Tsjechische grens vond de Brabander langs de rivier de Nysa (Neisse) precies wat hij zocht: een bedrijf van vijfhonderd hectare met een uitstekende bedrijfsleider. De Duitse hoeve zag er voor Poolse begrippen redelijk onderhouden uit en Segeren ging meteen aan de slag.

Het personeel was gewend om dienstjes te draaien en op gezette tijden de zaaien en te oogsten. Dag en nacht doorwerken om voor de regen de oogst binnen te halen was na bijna een halve eeuw communisme niet meer vanzelfsprekend. Met een laptop, een rekenmachientje en gekleurde viltstiften begon de Nederlander nieuwe lijnen uit te zetten.

Punt één was de productie spreiden en verhogen. Naast koolzaad en tarwe begon Segeren ook gerst en maïs te verbouwen. Door anders te plannen is er nu het hele jaar door werk voor de vijftien werknemers die er nog over zijn van de oorspronkelijke drieëntwintig. Bovendien kan Segeren zijn landbouwmachines ook inzetten voor loonwerk bij andere boeren in de omgeving. Zo haalt hij het maximale rendement uit zijn goedkope personeel en zijn goedkope machines. Als het even kan werkt hij met tweedehands materiaal uit het westen. Hij laat zijn mensen net zo lang sleutelen tot de machines weer soepel draaien. Wat productie genereert moet goed zijn, wat productie ondersteunt kan best een beetje minder.

Tarwe speelt een centrale rol op de boerenbedrijven van de Nederlanders in Polen. Voor baktarwe (tarwe van de hoogste kwaliteit) kunnen ze een prijs krijgen die bijna dertig procent hoger ligt dan in Nederland. De Poolse overheid koopt namelijk jaarlijks een derde van de oogst op tegen vastgestelde prijzen. Dat beleid is ontworpen om de kleine boeren een steuntje in de rug te geven, maar de grote boeren zoals Segeren en Sijpkens profiteren daar natuurlijk ook van. Bovendien kun je tarwe om het jaar verbouwen zonder de grond uit te putten.

Van de tarwe komt het gesprek automatisch op de Europese Unie. Als Polen over een jaar of twee lid wordt van de EU is het uit met de interventieprijzen die de Poolse overheid nu nog betaalt. De Nederlanders vrezen dat de prijzen die ze voor hun producten krijgen zullen dalen terwijl de kosten, zoals het arbeidsloon van de werknemers, zullen stijgen.

Toen Sijpkens vijf jaar geleden kwam, vond hij dat Polen zo snel mogelijk lid moest worden van de Europese Unie. Inmiddels denkt hij daar genuanceerder over. Met de plannen die nu in Brussel op tafel liggen om de Poolse boeren in eerste instantie slechts vijfentwintig procent van de inkomenssteun te geven van wat de Europese boeren krijgen, schep je een ongelijke concurrentiepositie voor de Polen, vindt hij. En daar bedoelt hij ook zichzelf mee, want de Nederlandse boeren produceren in Polen tenslotte gewoon voor de Poolse markt.

Polen telt in totaal ruim twee miljoen boerenbedrijven en bedrijfjes. Slechts eenderde daarvan – de bedrijven van twintig hectare en groter – geldt als perspectiefvol. ,,Van die perspectiefvolle bedrijven is niemand hier bang voor eerlijke concurrentie. Maar wij Poolse boeren maken ons zorgen dat de concurrentieslag niet eerlijk zal zijn. Voor het land Polen zal de toetreding best goed zijn, maar voor de boeren heb ik mijn vraagtekens.''

Collega Segeren: ,,Je kunt straks niet meten met twee maten en zeggen: we gaan de markt afgrendelen en de kosten omhoog brengen, als daar niets tegenover staat.'' De Poolse, en dus ook de Nederlandse boeren in Polen, zullen na toetreding tot de EU door een diep dal moeten, menen de twee. Hun concurrentiepositie zal aanvankelijk sterk onder druk komen. Wat hen betreft mag het EU-lidmaatschap dan ook best nog even op zich laten wachten.

Toch hebben ze geen moment spijt van hun keuze. In Polen kunnen ze boeren op een schaal die in Nederland bijna niet meer mogelijk is; vervallen oude boerenbedrijven weer aan de praat krijgen; nieuwe methodes uitproberen; improviseren en avonturieren. ,,Soms is het gewoon kicken!'' zegt Segeren stralend. De Nederlanders staan in nauw contact met elkaar en met het thuisfront. Heimwee hebben ze niet, zeggen ze, wel hebben ze allebei een schoteltje op het dak waarmee ze naar de Nederlandse televisie kunnen kijken. Sijpkens spreekt inmiddels vloeiend Pools en heeft een eigen vriendenkring opgebouwd. Segeren laat in de zomervakantie zijn familie overkomen en is apetrots als hij zijn vijftienjarige zoon op de trekker over zijn land ziet rijden.

De twee willen hun bedrijven nog verder uitbreiden. Segeren wil er nog een paar honderd hectare bij. Sijpkens zou op den duur wel naar duizend of vijftienhonderd hectare willen, maar dan moet hij wel zijn machinepark uitbreiden.

Grondaankoop heeft voor de Nederlanders geen hoge prioriteit. Segeren heeft samen met zijn Poolse bedrijfsleider een eigen Poolse BV opgericht en honderd hectare bijgekocht bij wijze van investering voor de toekomst. Sijpkens denkt nog niet aan zijn pensioen. Pachten komt hem voorlopig het best uit.

Segeren en Sijpkens hebben een eigen adviesbureau Polagricon (www.polagricon.nl) opgericht om emigranten en semigranten in Polen wegwijs te maken. Met een investering van 1500 à 2000 euro per hectare kunnen ondernemende Nederlanders die het avontuur niet schuwen, in Polen hun vleugels uitslaan, is het advies.