Boerenerf is te schoon voor boerenzwaluw

De boerenzwaluw, hét symbool van het goede leven op het platteland, wordt in zijn voortbestaan bedreigd. Oorzaak: een volgens ornitologen overdreven hang naar hygiëne op de boerderij.

Bert Zomer heeft zorgen. De melkveehouder uit het Noord-Hollandse Schardam voert al jaren een bittere strijd met waterbeheerders over zijn land dat grenst aan het IJsselmeer. Hij lijdt aan multiple sclerose en hij moet het verzorgen van zijn zestig melkkoeien overlaten aan zijn vrouw en dochters.

Maar elk jaar rond deze tijd springt zijn hart weer op, als de eerste boerenzwaluwen uit Afrika terugkeren naar Schardam, naar hun komvormige nesten die tegen de balken van zijn koeienstal lijken te zijn geplakt. ,,Dan weet ik dat de lente is begonnen'', lacht hij.

Bart Zomer is met zijn demonstratiebedrijf Zwaluwenoord een ware boerenzwaluwkampioen. Duizend mensen komen jaarlijks naar de ongeveer zestig nesten kijken. Zomer: ,,Het is een mooi gezicht. Het verbaast me telkens weer hoe hard de zwaluwen door de luiken van de stal naar binnen en buiten vliegen zonder ergens tegenaan te botsen. Het zijn net F-16's.''

De boerenzwaluw (Hirundo rustica) is vanouds een symbool van het goede leven op het platteland, van het harmonieus samenleven van mens en natuur, van de wisseling der seizoenen. De vraag is hoe lang dat zo blijft. Het aantal boerenzwaluwen in Nederland is de laatste dertig jaar met 50 tot 75 procent gedaald. Er zijn nog ongeveer 150.000 broedparen over. Had in de jaren tachtig nog 61 procent van de boerenbedrijven nesten, zo blijkt uit onderzoek van Vogelbescherming Nederland, zes jaar geleden was dat nog maar 28 procent.

Door de vele regels op vooral hygiënisch gebied wordt de boerderij een steeds minder aantrekkelijke broedplaats. Boerenzwaluwen gedijen bij grote hoeveelheden insecten, en die zijn er de laatste decennia steeds minder. ,,Als je het erf van een Franse boerderij opstapt, zoemen de bromvliegen je tegemoet. Hier wordt alles opgeruimd en weggehaald'', zegt Johan Thissen van Vogelbescherming Nederland. En de Belgische zwaluwendeskundige Jenny de Laet, gedragsecoloog aan de Universiteit van Gent: ,,De beste insectenverdelging op je bedrijf is drie of vier koppeltjes boerenzwaluwen. Een nest met gemiddeld vijf jongen eet per seizoen ongeveer een miljoen insecten.''

Het aantal insecten was al dramatisch gedaald door het verbod op een open mestvaalt, door de toegenomen chemische insectenverdelging in de koeienstal en door het verharden van boerenerven. Steen des aanstoots is nu ook de KetenKwaliteitMelk, een door de zuivelindustrie én boerenorganisatie LTO Nederland opgezet systeem om de kwaliteit van melk te garanderen aan supermarkt, consument en buitenland. Boeren die willen dat hun melk tegen de reguliere prijs wordt opgehaald, moeten niet alleen erkende geneesmiddelen en voer gebruiken, deugdelijke apparatuur voor de melkwinning et cetera, ze moeten bovendien hun zogenoemde melktanklokaal hermetisch afsluiten. Dit lokaal, meestal een hok naast de melkruimte waar de koeltank staat, moet potdicht worden afgesloten. Vrij van ratten en muizen, vrij van honden en katten, én vrij van boerenzwaluwen die er nogal eens plegen te broeden.

Woordvoerder Tiny Brouwers van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO): ,,Ik ben zelf op een boerderij met boerenzwaluwen opgegroeid. Ik weet waarover we spreken. Melk is een hoogwaardig product voor menselijke consumptie waaraan onze afnemers hoge eisen stellen. Van de honderd liter melk gaat zeventig liter naar het buitenland. Onze melk moet concurreren met plaatselijke producten. Dat kan alleen als wij garanderen dat onze melk aan de hoogste kwaliteitseisen voldoet en boven elke twijfel is verheven. Het is in het belang van de sector.''

Boerenzwaluwdeskundigen vinden de maatregelen overdreven. ,,Je mag nog geen schoteltje melk voor de kat in het melktanklokaal zetten'', briest Bennie van den Brink. Hij kent zelfs fruittelers die uit hun opslagplaatsen boerenzwaluwen moeten weren. ,,Eén poepje van de boerenzwaluw is genoeg om een hele partij af te keuren.'' Onnodig, vindt ook zwaluwendeskundige Jenny de Laet: ,,De kans dat zo'n klein vogeltje een besmettelijke ziekte overdraagt is te verwaarlozen. Jullie gaan in Nederland te ver.'' Van den Brink: ,,Er is nog nooit iemand doodgegaan aan vieze melk. Dit soort maatregelen wordt de boeren door Albert Heijn door de strot geduwd.''

Brouwers van de zuivelindustrie: ,,De voedselketen begint in het melktanklokaal. Zou u melk kopen in een supermarkt waar vogels nestelen? Ik kan u trouwens verzekeren dat de koeienstallen open mogen blijven. Er blijft genoeg nestgelegenheid voor boerenzwaluwen over.''

De zuivelindustrie heeft ornitoloog Dick Jonkers van het wetenschappelijk instituut Alterra in Wageningen gevraagd te melden wat de afsluiting van het melktanklokaal betekent voor de populatie van de boerenzwaluw. Jonkers gebruikt daarvoor onder meer de resultaten van onderzoek door Bennie van den Brink, coördinator van een groot Europees onderzoek naar boerenzwaluwen. Daaruit bleek dat van de onderzochte ligboxenstallen bijna 80 procent is bezet door nesten van boerenzwaluwen, en dat van de melktanklokalen en melkstallen 33 procent wordt bevolkt door nestelende boerenzwaluwen. Jonkers: ,,Ik heb de Nederlandse Zuivel Organisatie al gezegd dat ik begrip heb voor de zorg om voedselveiligheid, maar dat ik hun maatregel de grootst mogelijke onzin vind. Als je echt bang bent voor een poepje van de boerenzwaluw, spijker je een plankje onder het nest en je bent klaar.'' Van den Brink sluit zich hierbij aan. ,,Varkensstallen en kippenstallen zijn al helemaal dicht, straks zijn ook de koeienstallen aan de beurt. We gaan naar een steriele maatschappij.''