`Bestuur rugbybond moet opkrassen'

Door een 27-11 nederlaag tegen Portugal degradeert de Nederlandse rugbyploeg zo goed als zeker naar de C-poule. Achter de schermen heeft de onvrede inmiddels een kookpunt bereikt.

Nederlaag op nederlaag stapelden de Nederlandse rugbyers de afgelopen weken en niemand die nog vreemd opkeek. Achtereenvolgens Georgië (88-0), Rusland (73-10), Roemenië (49-3) en Portugal (27-11) onderstreepten in het Zeslandentoernooi voor B-landen slechts wat vele volgers al wisten: het Nederlandse rugby is op sterven na dood.

Degradatie naar de C-poule, de kleuterklas van het internationale rugby, lijkt onafwendbaar. Slechts een mirakel tegen het nog nimmer bedwongen Spanje biedt begin volgende maand nog enig soelaas voor de ploeg, die is afgezakt van de 23ste (april 1999) naar de 45ste plaats op de wereldranglijst. Plaatsing voor het wereldkampioenschap, volgend jaar in Australië en (mogelijk) Nieuw Zeeland, lijkt een utopie met krachtmetingen tegen Tsjechië of Polen (19 mei) en Rusland (2 juni) in het vooruitzicht.

Daarmee is de sport met de ovalen bal terug bij af, op het vrijblijvende niveau van zes jaar geleden toen Geoff Old, een ex-international uit het rugbymaffe Nieuw Zeeland, aantrad als bondscoach. Onder diens leiding volgde, onder meer door de inzet van `buitenlandse hulptroepen' (semi-profs met een Nederlands paspoort), een kortstondige opleving, die vervolgens door grootmacht Engeland hardhandig de grond werd ingeboord: 110-0.

Het was het begin van het einde, want kort daarop diende de gedesillusioneerde Old, gefrustreerd door de beperkte (financiële) mogelijkheden, zijn ontslag in. Sinds het vertrek van de nurkse maar bevlogen oud-politieman (augustus 2000) vergaat het de nationale ploeg van kwaad tot erger. Bij gebrek aan financiële middelen en trainingsijver, menen de critici, maar vooral bij gebrek aan een doortimmerde toekomstvisie van de Nederlandse rugbybond (NRB).

Achter de schermen woedt al maanden een loopgravenoorlog. Twee partijen staan daarbij lijnrecht tegenover elkaar. Met aan de ene kant het bondsbestuur, in de persoon vooral van voorzitter Friso Teerink. En aan de andere kant de clubs uit de ere- en (een aantal uit) de eerste klasse, verenigd in een actiegroep die ,,pas rust zodra dit incompetente bestuur opkrast'', zo verklaart woordvoerder en oud-bondsvoorzitter Joop Roozeboom.

Het moddergevecht heeft veel weg van een ordinaire machtsstrijd, maar gaat en de clubs kunnen het niet vaak genoeg benadrukken vooral over de toekomst van de noodlijdende sport. `Geen visie, geen beleid', luidt kortweg de klacht van de verontruste (club)bestuurders, die begin december een motie van wantrouwen indienden.

De kritiek betrof `het niet of slechts ten dele beantwoorden van correspondentie, het niet nakomen van afspraken, het foutief informeren van gesprekspartners en de late en onzorgvuldige berichtgeving rond vergaderingen'. Ook `de onrust rondom de nationale selectie', die een jaar moest wachten op een uiteindelijk inderhaast benoemde bondscoach (de Noord-Ier Robbie Allen), was de verenigingen een doorn in het oog.

De stammenstrijd kreeg de afgelopen maanden een steeds grimmiger karakter, en bereikte vorige week een kookpunt met de brandbrief, gericht aan alle leden en oud-leden van de NRB, waarin Roozeboom en drie collega-rugbyfanaten zichzelf naar voren schuiven als tijdelijk alternatief voor het huidige bestuur. `De impasse doorbreken en datgene [..] weer centraal stellen dat van belang is: de rugbysport in Nederland', is de opdracht die de vier, daarin gesteund door de clubs, zichzelf hebben gesteld.

Of de `coup' slaagt, hangt af van de komende algemene ledenvergadering. Maar volgens Roozeboom rest de achterban niets anders dan het zittende bestuur weg te sturen. ,,Deze mensen blinken al twee jaar uit in onvermogen en doen er alles aan rugby van de kaart te halen. Het zijn visieloze boekhouders die slechts het eigenbelang dienen en nu krampachtig vasthouden aan de macht, terwijl ze geen enkel draagvlak meer hebben.''

Bondsvoorzitter Teerink heeft formeel een stap terug gedaan, maar zit in de praktijk nog altijd op het pluche, meent Roozeboom. ,,Onbegrijpelijk, want als iemand inmiddels zou moeten beseffen dat hij niet gepruimd wordt, dan is het Teerink wel. Maar in plaats daarvan zit hij nu als een klein kind te mokken bij de openhaard, omdat hij zogenaamd geen eerlijke kans heeft gehad.''

Teerink op zijn beurt weigert inhoudelijk te reageren op de kritiek. ,,Ik heb verantwoording af te leggen aan de ledenvergadering en aan niemand anders. Laat ik het er maar op houden dat mij regelmatig het gevoel bekruipt van een andere planeet te komen. Verder spelen de heren nogal op de man, hetgeen mijn werk er niet prettiger op maakt.''

Roozeboom en de zijnen hebben onlangs reeds een plan van aanpak gepresenteerd, dat kan rekenen op de steun van de grote clubs volgens DIOK-voorzitter Gerard Kemps. Centraal staat ,,het in alle geledingen sportief en organisatorisch verbeteren van onze sport'', zegt de jurist. ,,We willen terug naar de sfeer en de cultuur waarin alle partijen, van hoog tot laag, weer met elkaar door een en dezelfde deur kunnen, en de nationale ploeg niet langer als het lachertje van Europa wordt beschouwd. Want dat is momenteel helaas het geval.''