Apathie allochtonen helpt Fortuyn

Politieke onverschilligheid onder allochtonen, met name onder Marokkanen, heeft Pim Fortuyn geen windeieren gelegd, meent Youssef Azghari.

Sinds Fortuyn in Rotterdam een derde deel van de kiezers heeft bemachtigd, hebben media en politiek zich beziggehouden met het verklaren van zijn succes. Afgezien van de persoon Fortuyn, komen de meeste analyses steevast op twee verklaringen uit. De ene verklaring is dat het aan de politiek ligt, omdat de politiek een andere taal spreekt dan de burgers. Dit heeft vervreemding tussen burgers en politici in de hand gewerkt. De andere verklaring is dat de media zelf van Fortuyn een hype hebben gemaakt. Dat heeft de media geen windeieren gelegd. Een grote winst dus voor de kijk-, luister- en leescijfers voor de media en een enorm verlies van stemmen voor de gevestigde politiek.

Tot nu toe heb ik, zover mijn kennis reikt, nog niemand hardop horen zeggen dat het succes van Fortuyn vooral verklaard wordt door het niet-stemmen van allochtone groepen in Rotterdam. Hoe kan men anders verklaren dat juist in een stad als Rotterdam, waar minstens de helft gekleurd is, Fortuyn, die duidelijke taal spreekt over allochtonen, de grootste winnaar wordt? Dat een groot deel van de allochtonen op Fortuyn zou hebben gestemd is, gezien zijn harde en eenzijdige opvattingen over met name de islamitische cultuur van allochtonen, zeer onwaarschijnlijk. Dus blijft het nog steeds de vraag hoe groot de opkomst bij de raadsverkiezingen op 6 maart was van de allochtonen in Rotterdam.

Mijn stelling is dat de opkomst onder een aantal allochtone groepen wel zeer laag moet zijn geweest. Het zou interessant zijn om dit eens nader te onderzoeken. Ik beperk me tot de Marokkanen, omdat zij het vaakst en het negatiefst in het nieuws komen. Het zou zeker niet vreemd zijn als juist de Rotterdamse Marokkanen, die geen hechte gemeenschap vormen, de kroon spannen in het niet-uitoefenen van hun stemrecht. Onder de Turken daarentegen, die een veel hechtere gemeenschap vormen, ligt de opkomst, afgaande op het aantal Turkse raadsleden dat met voorkeursstemmen in de raad is gekomen, veel hoger.

De afgelopen tijd heb ik verschillende gesprekken gevoerd met sommige van mijn landgenoten. Als ik deze gesprekken als maatstaf zou nemen voor het aantal keren dat men wel of niet gestemd heeft, dan schat ik dat minder dan een kwart van alle Marokkanen, die ik gesproken heb, de moeite heeft genomen om te stemmen. De redenen die ik hoorde waarom ze niet gingen stemmen zijn zeer divers. Ik vat ze hieronder in vijf categorieën samen.

Ik stem niet want islam en democratie gaan niet goed samen.

Een eerste categorie Marokkanen, die zich moslim noemt en streng in de leer is, vindt dat je alleen op God (Allah) kunt stemmen. Daarom is het voor hen uit den boze om op een mens te stemmen. De enige partij waarop deze gelovigen eventueel op zouden gaan stemmen is de partij van God.

De opinie van deze `godstemmers' gaat tegen alle logica in. Als je kijkt naar de begintijd van de islam, dan heeft de oprichter Mohammed zich juist als een grote democraat gedragen. Hij was diegene die in de tijd van onwetendheid iedereen, ongeacht uit welke nest men kwam, duidelijk maakte dat iedere stem meetelde. Voor God waren alle stemmen sowieso gelijk.

Ik stem traditiegetrouw niet op een vrouw.

Deze tweede categorie Marokkanen, die veel relatief ouderen telt, heeft nog oerconservatieve ideeën ten aanzien van de rechten van de vrouw. Een vrouw is volgens hen minder dan de man, een idee dat al ruim voor de opkomst van de islam wijdverbreid was onder de Arabieren. Zij vinden wel dat een vrouw een recht (aanrecht) en een plicht (zwijgplicht) heeft. Over het algemeen wordt deze categorie gekenmerkt door het krampachtig vasthouden aan tradities, die teruggaan tot de pre-islamitische tijd, de tijd van de onwetendheid. Deze `traditiestemmers' kunnen zich overigens vaak niet baseren op de islam, omdat de islam al bij zijn oprichting in de zevende eeuw, zijn tijd ver vooruit was. Het in deze tijd herhalen van deze achterlijke ideeën van toen heeft geen enkele zin meer.

Ik stem niet want mijn stem telt toch niet mee.

Deze lege slogan kwam vooral van Marokkanen die nog nooit hadden gestemd, maar die binnenskamers wel van alles aan te merken hadden op de Nederlandse politiek. Vaak stelt deze categorie zich op als slachtoffer. Deze `slachtofferstemmers' hebben zeer lange tenen. Zij voelen zich het snelst achtergesteld en gediscrimineerd, maar durven het niet altijd te uiten. Onder deze mensen bevinden zich ook veel hypocrieten.

Ik stem niet want mijn stem verandert niets aan het lot.

Deze categorie niet-stemmers berust in haar lot: `fatalistenstemmers'. Voor hen is alles wat gebeurt voorbeschikt. Sommige baseren zich zelfs op hun islamitisch geloof. Deze categorie kenmerkt zich door weinig tot geen initiatieven te tonen om de eigen situatie te verbeteren. Zij zullen met deze instelling nooit een kritisch zelfbewustzijn ontwikkelen.

Ik stem alleen als mijn stem iets waard is.

Deze `fopstemmers' willen wel stemmen, maar alleen als ze daarvoor beloond worden. Een extraatje als beloning voor het stemmen kan hun net dat ene zetje geven om te gaan stemmen. Zij zijn meestal zelfs bereid om hun stem te verkopen. Zij zien hun stem als een product dat verkocht kan worden aan de hoogste bieder.

De bovenstaande uitspraken kwamen het vaakst naar boven borrelen in gesprekken met de Marokkaanse niet-stemmers. Begin deze maand konden we zien hoe de kiezers in Zimbabwe zich voor de stembureaus verdrongen om te gaan stemmen. Als ik daaraan denk dan schaam ik me ervoor dat veel Marokkanen hun stem zomaar hebben weggegooid. Veel onderzoek is nog nodig om er precies achter te komen hoe de opkomst (ook de verdeling naar geslacht en leeftijd) onder de allochtonen is geweest. Mocht blijken dat bovenstaande uitspraken door meer dan de helft van de Marokkaanse stemgerechtigden wordt gedeeld, dan vind ik dat de politieke verharding die na Fortuyn ten opzichte van allochtonen zeker zal optreden helemaal te wijten is aan de onverschilligheid van deze grote groepen allochtonen.

Het is heel wrang om het volgende te constateren: als zij opnieuw niet de moeite nemen om hun situatie te verbeteren door te gaan stemmen op 15 mei, dan zijn deze niet-stemmers wel de laatsten die mogen klagen over de positie waarin zij verkeren.

Drs. Youssef Azghari is docent aan de Hogeschool Brabant in Tilburg.