Amerika, droom of nachtmerrie

De economie groeit in de Verenigde Staten sneller dan waar ook. Zelfs in de sombere maanden na 11 september vorig jaar, schrijft de Financial Times in de weekend-editie, groeide het Amerikaanse bruto binnenlandse product met 1,4 procent. In diezelfde periode daalde het bbp in Duitsland, Frankrijk en Italië. Het eerste kwartaal van dit jaar groeide het Amerikaanse bbp zelfs 5,2 procent.

Europa is niet in staat om soortgelijk bewijsmateriaal te leveren voor groeipotentie op lange termijn, meent het blad. Maar er zit wel een adder onder het gras. Want ook het Amerikaanse handelstekort blijft groeien. De economen hebben het volgens het blad opgegeven om te schatten op welk niveau het tekort onhoudbaar wordt. Maar er is geen historisch bewijs voor het idee dat ,,vergroting van het tekort kan doorgaan in het huidige tempo zonder een forse devaluatie van de munteenheid''. De Financial Times concludeert: ,,Een snel herstel van de Amerikaanse economie is beter nieuws voor de rest van de wereld dan een langzaam herstel, of helemaal geen. Maar als Europa en de rest van de wereld de Amerikaanse consumptie als laatste redmiddel blijven zien, kon het geduld van de financiële markten wel eens uitgeput raken.''

De Amerikaanse consumenten hebben nog krediet zat, meent BusinessWeek in de rubriek Economic trends. En dat komt gewoon doordat ze lang niet zo spilziek zijn als iedereen schijnt te denken. Natuurlijk is hun kredietwaardigheid wel acht procent gedaald, maar dat neemt niet weg dat ze relatief veel minder schulden hebben dan de Japanse en Duitse consumenten met hun reputatie van spaarzaamheid. De schuldenlast van de Amerikaanse consumenten is op twee na de laagste vergeleken bij die van de consumenten in de andere geïndustrialiseerde landen, schrijft het blad op gezag van de zakenbank Merrill Lynch.

Internationale financiële stabiliteit is van vitaal belang voor de welvaart van de Amerikanen, maar de Verenigde Staten hebben wel de samenwerking met anderen nodig om de stabiliteit te verzekeren, schrijft Joseph Nye in The Economist, in de rubriek By Invitation. De schrijver was onderminister van defensie in de periode 1994-1995, is conrector van Harvards Kennedy School of Government en auteur van een boek over Amerika's rol in de wereld. Het is waar, schrijft Nye, dat geen enkel land sinds het Romeinse rijk zo veel macht had over andere landen. Maar uiteindelijk kwam ook het Romeinse rijk ten val, niet ten gevolge van de verovering door een ander imperium, maar ,,als gevolg van intern verval en voortdurende oorlogen met verschillende barbaarse groepen''.

De hegemonie van de Verenigde Staten is niet alleen militair, maar ook economisch. Het Amerikaanse aandeel in de wereldproductie bedraagt 31 procent, ,,evenveel als Japan, Duitsland, Frankrijk, en Engeland bij elkaar''. De auteur citeert met instemming Josef Joffe, uitgever van Die Zeit: ,,Vandaag de dag komt de grootste macht niet uit de loop van een geweer. Het is veel interessanter anderen zo ver te krijgen dat ze doen wat jij wilt.'' En dat heeft volgens de auteur ,,te maken met culturele aantrekkelijkheid – Amerika is de nummer één film- en televisie-exporteur in de wereld –, met ideologie, het bepalen van de agenda, en het toepassen van economische aansporingen tot samenwerking.''

Stefan Baron, chefredacteur van Wirtschaftswoche, illustreert het betoog van Nye met een tirade tegen het Duitse immigratiebeleid. De auteur betoogt dat de verzorgingsstaat Duitsland de verkeerde immigranten aantrekt. Want ,,de ijverigsten, de besten, en de intelligentsten gaan liever naar Amerika, waar geen sociale verzekeringen zijn maar waar ze wel welkom zijn, en waar ze die wonderbaarlijke droom hebben die een goed leven belooft aan iedereen die zich voldoende inspant''.

Die droom wordt dagelijks werkelijkheid in Duitsland, tenminste als geld het criterium is. Het Duitse maandblad Manager Magasin schrijft in een artikel over de 100 rijkste Duitsers dat er in Duitsland dagelijks vijf miljonairs bij komen, meer dan 1800 per jaar. De drie rijkste mensen in Duitsland zijn Theo Albrecht van Aldi, goed voor 14,6 miljard euro, zijn broer Karl, goed voor 12,6 miljard euro, en Susanna Klatten van Altana en BMW, met een vermogen van 7,5 miljard euro.

Le Nouvel Obervateur onderkent de werkelijkheid van de Amerikaanse droom in een artikel van drie pagina's over de groeiende armoede in de Verenigde Staten. Sinds Bill Clinton in 1996 een wet tekende die bedoeld was om de bijstandsuitkeringen te reduceren is het aantal uitkeringsgerechtigden met meer dan de helft gedaald, van twaalf miljoen mensen tot 5,3 miljoen. Tijdens de hausse van de jaren negentig, schrijft het blad, is het aantal Amerikanen dat leeft onder de armoedegrens gestegen tot 11,3 procent, meer dan ooit sinds 1974. In de gouden jaren negentig is het aantal Amerikanen die zich geen ziektekostenverzekering kunnen permitteren gestegen tot veertig miljoen personen. ,,Arm zijn in de Verenigde Staten geeft u geen enkel recht'', concludeert Le Nouvel Observateur, ,,zelfs niet het recht om te worden geholpen.''

Herman Frijlink