Varia

Golfbaan. Van het Antarctisch Schiereiland is een stuk ter grootte van de provincie Overijssel in duizenden ijsschotsen uiteengevallen. Het gaat om een stuk van 3.250 vierkante kilometer. ,,Met het water van de plaat'', las ik in een krant, ,,zouden 1.500 golfbanen gedurende een heel jaar kunnen worden nat gehouden.'' Journalisten verzinnen dat soort vergelijkingen om de boel inzichtelijker te maken. De meest gebruikte vergelijking is de afstand tot de maan. Misschien kom ik te weinig op golfbanen, maar die liggen toch gewoon buiten, in de vrije natuur? Ik besproei mijn tuintje alleen in hele hete zomers, als het gras geel begint te worden. Bij 1.500 flinke zwembaden kan ik me nog íéts voorstellen, maar hoeveel water gaat er jaarlijks in hemelsnaam in `een' golfbaan? En zijn die dan allemaal even groot?

Kut-Marokkanen. De mooiste reactie kwam van Job Cohen: ,,Maar het zijn wel ónze kut-Marokkanen.'' Dit zou weleens net zo gevleugeld kunnen worden als: ,,Blijf met je rotpoten van ónze rotjoden af.'' Het kan overigens goed zijn dat Cohen dááraan dacht, toen hij dit zei. Het is iedereen duidelijk wat er met kut-Marokkaan wordt bedoeld, maar wie de functie van het versterkende voorvoegsel kut- opzoekt in de Grote Van Dale, leest: ,,als eerste lid in samengestelde zn. ter aanduiding dat het in het tweede lid genoemde geringschattend wordt gekwalificeerd als iets onbenulligs. Synoniem: lul-.'' Aha, het gaat dus om onbenullige Marokkanen, ook wel: lul-Marokkanen.

Minder. Sinds een maand of wat hoor ik mijn kinderen zeggen dat is minder. Aanvankelijk klonk dat heel vreemd – als een halve zin. ,,Minder dan wat?'' dacht ik steeds. Maar inmiddels ben ik het gewend. Moet de soap halverwege uit omdat het nu echt bedtijd is? ,,Dat is minder!'' Of, nog sterker: ,,Dat is vet minder!'' Ook regelmatig te horen: ,,Doe niet zo minder.''

Kutjebef. Maak een zin met twee woorden of uitdrukkingen die je bijna nooit hoort. Geen moeilijke opdracht als je ervoor mag gaan zitten, maar spontaan is een ander verhaal. Het lukte Loes Luca onlangs in een vraaggesprek in de Volkskrant. Had zij zichzelf in de hand toen zij in de Arena het volksfeestje voor Máxima en Willem-Alexander aan elkaar babbelde, wilde de verslaggever weten. Luca: ,,Je bedoelt dat ik een slip of the tongue zou kunnen maken? [...] Dat ik bijvoorbeeld `kutjebef' tegen de koningin zou zeggen? Zoiets? Nee, ondenkbaar. Ik ben gekke Betje niet.'' In de digitale leggers van ruim twintig kranten vond ik de afgelopen twaalf jaar slechts drie kutjebefs, met name als uitroep van ongeloof. Googlewhackers opgelet: score voor gekke Betje in zoekmachine Google = 0. Ook niet te vinden in die krantenleggers, trouwens, terwijl het mij toch zeer bekend in de oren klinkt.

Pet. Door al het gekrakeel rond Leefbaar Nederland en Pim Fortuyn lukt het de ouderenpartijen nauwelijks om media-aandacht te krijgen. Commentaar van een dame van in de zeventig, op de radio: ,,Dat vind ik pet.'' Ze zei het met zo'n breekbare stem dat ik even dacht dat ik het verkeerd had verstaan. Maar toen schoot het me weer te binnen: verdomd, zo kún je dat zeggen, al hoor je het bijna nooit. Het laatste wat mijn oma tegen mij zei, op haar sterfbed, was: ,,Jongen, je oma is in de lappenmand.'' Die uitdrukking hoor je gelukkig nog regelmatig.

Kernwapentje. De techniek is nu zo ver gevorderd dat we hele kleine kernwapens kunnen maken. De bom die in 1941 zo'n 200.000 inwoners van Hiroshima doodde – bijgenaamd Little Boy – was al niet groot, maar we hebben het nu over kernwapens ter grootte van een pingpongbal of een vulpen. Daar kun je geen hele stad meer mee wegvagen, maar wel een flinke wijk. In een radiodiscussie over deze mini-kernwapens viel het woord kernwapentjes. Zo'n woord demonstreert dat een verkleining niet altijd op z'n plaats is. Zelfs in de mond van de Groningse polemoloog Hylke Tromp kreeg kernwapentje iets gezelligs. Een leuk klein bommetje, altijd handig om op zak te hebben. Dat voelt net zo ongepast als kinderverkrachtertje, holocaustje of martelpraktijkje.

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl. Voor een samenvatting hiervan zie op vrijdag www.nrc.nl