Tranen

Het spektakel heeft iets surrealistisch. Iets dat niet helemaal strookt met het beeld dat ik doorgaans van sport heb. Een vrouw op een paard met een microfoon in de hand onder een lichtstraal. Anky van Grunsven neemt afscheid van haar vierbenige compagnon Bonfire in de Bossche Brabanthallen. Na een tijdje begrijp ik wat gênant is aan het tafereel: de microfoon. Dat ding in de vuist van Anky komt vreemd over. Meestal wordt een microfoon door een journalist onder de neus van een sporter geduwd na het behalen van een prestatie. Maar hier heeft de topster zelf het initiatief genomen. Wie anders dan zijzelf kan in staat zijn haar emoties het best te regisseren? Eindelijk geen vragen meer maar een lange monoloog. Het gaat om de dramatiek. Een afscheid. Bonfire c'est mourir un peu.

De tv-camera's draaien en regisseren. De Brabanthallen zijn doodstil. Anky praat over liefde, geluk en verdriet. Zachte herinneringen over vervlogen tijden en zoete sentimenten sijpelen een voor een uit haar geheugen. Ze vinden een weg door haar vernauwde keel en worden door de microfoon als door een spons opgezogen om uiteindelijk door de luidsprekers te galmen. Zachte g's en zoete worden. Gaat het paard soms dood? Heeft hij een fataal virus opgelopen? Moet hij morgen al richting het abattoir? Nee, nee, geen MKZ. Het dier zal alleen niet meer aan competities deelnemen. Anky is licht overstuur en snikt. Haar stem hapert, haar hoofd is een tranendal en haar hart smelt. Nu houden de duizenden toeschouwers het ook niet meer droog. Het gesnik is algemeen op de tribunes en mijn fascinatie is des te groter.

De enige die redelijk nuchter blijft is Bonfire zelf. Wat zou het paard van deze explosie van aanstelleritis niet kunnen denken? Hier klopt iets niet. Nu spreekt Anky haar paard toe en stikt bijna in een huilbui. Op de tribunes zijn de zakdoekjes doorweekt. Zijn ze allemaal gek geworden daar in Brabant? Hallo, het gaat om een paard dat vanaf nu rustig in een weiland gaat slenteren en grazen. En terwijl wereldvreemde Nederlanders in een hal met zijn allen zitten te snotteren worden overal in de wereld onschuldige burgers door soldaten vermoord, ontploffen terroristen midden in drukke straten waar kinderen spelen en creperen hele volksstammen van de honger.

Ooit waren Nederlanders wereldkampioenen in nuchterheid. Een volk van koele kikkers die vol medelij de komedies van hun Latijnse buren gadesloegen. Maar tegenwoordig hoeven maar een paar tangoakkoorden ergens te weerklinken en het land verandert in een tranendal.

Een andere mooie gelegenheid afgelopen weekeinde om een traantje weg te pinken werd in Sanremo de Nederlandse sportjournalistiek op een presenteerblaadje aangeboden. Erik Dekker, nummer 1 van de wielerranglijst, breekt zijn bovenbeen terwijl hij in de vorm van zijn leven verkeert. Drama en tragiek voor weinig geld. Hordes journalisten openen onmiddellijk de jacht op die ene ambulance die onophoudelijk door het scherm zoeft. Als het voertuig eindelijk in een ziekenhuis in Nice aankomt, wordt de ambulance door het complete gilde der tranentrekkers opgewacht. Men kan zich alvast op de voorspelbare vragen voorbereiden. Maar als de deuren van de auto opengaan en de microfonen en camera's erin worden gepropt, is de verbijstering groot. Erik Dekker wil de hem opgedrongen rol niet aanvaarden. Niet alleen vloeit er geen vocht op zijn wangen, het lijkt zelfs alsof hij voortdurend glimlacht. Beseft hij soms wel wat voor ramp zijn wielercarrière in Italië heeft getroffen? Ach, relativeert de Rabo-renner nog steeds half glimlachend, er zijn veel erger dingen in het leven.

Ik glunder van tevredenheid. Ze bestaan dus nog wel, de oer-Hollanders die niet meteen in janken uitbarsten zodra de camera's beginnen te draaien. Een hele geruststelling.