Sharon gokt, en verliest opnieuw

Israëls premier Ariel Sharon dacht zijn vijanden te ontmoedigen en overrompelen met geweld. Maar dat is andermaal geen houdbare strategie gebleken, betoogt David Ignatius.

Toen hij nog generaal was, werd de huidige Israëlische premier Ariel Sharon vaak gehekeld als een dapper maar onbetrouwbaar leider – een man die grote sprongen nam zonder te weten waar hij terechtkwam. Dat soort avonturisme is al gevaarlijk als je het bevel voert over troepen, maar het is nagenoeg onvergeeflijk als je verantwoordelijk bent voor de veiligheid van een heel land.

Sharon heeft de afgelopen twintig jaar tweemaal gegokt en verloren met de veiligheid van Israël. De reden was in wezen steeds dezelfde. Hij dacht dat de explosieve toepassing van geweld zijn vijanden zou ontmoedigen en overrompelen – waarna ze zich geïntimideerd zouden onderwerpen. Beide keren mislukte die `strategie' en had Sharon geen ander plan meer achter de hand – zodat hij alleen kon wachten op een diplomatieke redding door de Verenigde Staten.

De eerste tragische mislukking van Sharon was in de zomer van 1982 in Libanon. Hij meende dat een vlugge actie van Israëlische lucht- en grondstrijdkrachten de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie uit Beiroet zou verdrijven. Maar de PLO groef zich in en hield stand, en dwong Sharon zo tot een beleg van de Libanese hoofdstad dat politiek rampzalig was voor de Israëliërs – en dat pas eindigde toen de Verenigde Staten met een plan kwamen om PLO-leider Yasser Arafat en zijn mannen uit Beiroet weg te krijgen.

De tweede mislukking van Sharon heeft zich het afgelopen jaar ontvouwd, in zijn strijd als Israëlische premier om de nieuwe Palestijnse intifada de kop in te drukken. De Palestijnse opstand was het collectieve equivalent van een zelfmoordbom en Sharon had niet zo heel veel te kiezen. Maar de aanpak die hij koos had dezelfde gebrekkige logica als de Amerikaanse politiek van `geleidelijke escalatie' in Vietnam – het idee dat de wil van de vijand te breken is door nog iets meer geweld, en nog iets meer, en nog iets meer...

Net als in Libanon lijkt Sharon ook deze militaire campagne te zijn ingesprongen zonder te weten waar hij terecht zou komen. In die zin had hij niet echt een strategie – meer de hoop dat hij zich er wel doorheen zou vechten. Maar dat heeft niet gewerkt en nu lijkt Sharon op weg naar aanvaarding van een nieuw Amerikaans diplomatiek initiatief om het conflict op te lossen.

De rampzalige gevolgen van Sharons beleid voor Israël werden onlangs duidelijk gemaakt in een artikel van James Bennet in The New York Times. Hij merkte op dat de Palestijnen zich allerminst tot onderwerping laten intimideren en dat Sharons tactiek van geleidelijke escalatie hen veeleer tot een hoger niveau van geweld heeft gedreven. In een koele analyse van deze vreselijke menselijke tragedie schreef Bennet dat het relatieve dodencijfer van één Israëliër op vijfentwintig Palestijnen tijdens de eerste intifadah vijftien jaar geleden was gestegen tot één Israëliër op drie Palestijnen bij de huidige opstand.

Het weerwoord van Sharon en zijn medestanders, zowel in 1982 als nu, is dat hun beleid heus wel zou slagen als ze maar echt met een ,,ijzeren vuist'' de wil van de vijand mochten breken. ,,Nu moeten we ze treffen'', zei Sharon eerder deze maand. ,,We moeten hun zware verliezen toebrengen, zodat ze weten dat ze niet door kunnen gaan met terreur om politieke doeleinden te bereiken.'' Maar het gruwelijke geweld tegen Israël gaat gewoon door, zoals ook de afgelopen dagen is gebleken.

Zelfs Sharon lijkt in te zien dat de cyclus van bommen en vergelding geen houdbare strategie is. Hij wil van het uiterst professionele Israëlische leger geen wrede moordmachine maken en wil ook geen Israëlische versie van het `Hama'-bloedbad dat in 1982 in Syrië het verzet tegen het bewind van Hafez Assad verpletterde. Die aanpak zou voor Israël politiek en moreel onaanvaardbaar zijn. Maar zonder zo'n ijzeren hand neemt het Palestijnse geweld alleen maar toe.

Wie zich verdiept in de militaire geschiedenis kan zich niet verbazen dat Sharon geen succes heeft. Want één duidelijke les van de moderne oorlogvoering is dat het zelden lukt om een burgerbevolking door intimidatie tot overgave te dwingen. Dat komt doordat die campagnes de wil van de vijand meestal niet breken maar eerder versterken – en de mensen aansporen om zich rond hun bestaande leiders te scharen, hoezeer die het spoor ook bijster mogen zijn.

Misschien is dat wel het ergste gevolg van de politiek van Sharon: hij heeft de Palestijnen niet zozeer geïntimideerd, als wel overtuigd van de wrede logica van het dodencijfer.

David Ignatius is columnist.

© LAT-WP Newsservice