Pessimisme kenmerkt The Lord of the Rings

Het eerste deel van de verfilming van het boek The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien is vannacht onderscheiden met enkele, hoewel ondergeschikte, Oscars. Ron Pirson meent dat de diepe betekenis van Tolkiens werk nog niet is opgemerkt.

Bij de bespreking van het eerste deel van de verfilming van The Lord of the Rings is de schepper van het literaire epos, J.R.R. Tolkien, niet onvermeld gebleven. Zoals in het verleden werd ook nu vaak schamper gedaan om die stoffige professor met zijn jongensboeken-helden en nauwelijks verholen vrouwenangst. Nee, voor serieuze literatuur kunnen zijn boeken niet doorgaan. Hoe dat ook zij, Tolkien zelf had geen ander doel voor ogen dan een verhaal te schrijven dat lezers kon boeien. Dat hem dit aardig is gelukt blijkt uit de verkoopcijfers van The Lord of the Rings.

Één element uit de recensies van het boek en de film was echter geheel misplaatst omdat het een grove simplificatie van het boek betreft. Nagenoeg iedereen was het erover eens dat het boek/de film over de klassieke strijd tussen goed en kwaad gaat. Zelden heb ik grotere onzin gelezen, of laat ik het voorzichtiger zeggen: welke boeken gaan niet over de strijd tussen goed en kwaad?

Maar wat betreft The Lord of the Rings: wie vertegenwoordigen het goede, wie het kwade? Helder natuurlijk: de hobbits en de andere helden strijden tegen de duistere vorst Sauron en diens machten. Het is zo klaar als een klontje of toch niet? Wat bepaalt of iets of iemand goed is? Is een leeuw slecht omdat hij een mens opeet als hij honger heeft? Sauron een vertegenwoordiger van het kwaad, akkoord. Maar de orks, zij zijn niet bekend met het goede en handelen overeenkomstig hun natuur. Maakt ze dat slecht? Zij voeren niet enkel gedachteloos maar ook bewust-loos hun opdrachten uit. Neen, dan de legers van de goeden de elfen, mensen en dwergen , zij jagen welbewust duizenden `slechteriken' over de kling. Versta me goed: ook ik heb liever dat de mensen zegevieren dan dat de orks de overwinning behalen. Het is hier niet de plaats om in te gaan op alle implicaties van `de strijd tussen goed en kwaad', maar die strijd is veelkleuriger dan het zwart-wit uit de besprekingen doet vermoeden. Zoals ook Bush' retoriek over de ,,As van het Kwaad'' de complexiteit van de problematiek geweld aandoet.

Onder die thematiek van `goed en kwaad' ligt een thema dat het boek veel meer beheerst. Dit is de reden waarom The Lord of the Rings een pessimistisch boek is. Want al krijgen we in de film overwegend overwinningen van `de goeden' voorgeschoteld, in het boek ligt alles iets genuanceerder. Het is dan ook de vraag of het in 2003 te verschijnen laatste deel van de film (eind dit jaar komt deel twee in de bioscopen) zal uitdraaien op het resultaat van Tolkiens epos: de totale mislukking van Frodo's queeste. Tegen alle verwachting in bereikt hij de vulkaan waarin de ring vernietigd kan en moet worden. Maar ook hij valt ten prooi aan de corrumperende invloed van de ring. Eenmaal aangekomen eist hij de ring op voor zichzelf en weigert hij uit te voeren waarvoor hij op weg was gegaan.

Dat de ring vervolgens toch in het vuur belandt is niet aan Frodo te danken. Zijn falen staat voorop. Het gevolg is dat hij het leven in de wereld die is gered van het kwaad, niet langer kan verdragen. Uiteindelijk verlaat hij haar en mag met de elfen mee overzee naar de elysische velden in het Westen. Een soort euthanasie, zeg maar.

Over deze aanzienlijk minder triomfantelijke lezing van The Lord of the Rings heb ik zelden iets gelezen. Blijkbaar is men tevreden met Saurons ondergang en doet Frodo's lot er niet zo toe. Tolkien zelf zag de vernietiging van de ring in ieder geval niet als het eind na die vernietiging volgen er nog ruim honderd pagina's. Ook uit de schetsen voor een vervolg, dat uit slechts enkele pagina's aantekeningen bestaat, blijkt dat. Het heet niet voor niets The NewShadow.

Het is vaak opgemerkt dat de Eerste Wereldoorlog waarin Tolkien heeft gevochten diepe sporen in zijn leven heeft achtergelaten. Gedurende de periode van zijn herstel van loopgravenkoorts begon hij met de eerste schetsen van zijn imaginaire wereld, en verder is de oorlog op vele plaatsen in zijn werk aanwijsbaar. Wie foto's heeft gezien van de veldslagen in Ieper en aan de Somme, weet precies welke aanblik Mordor, het land van de zwarte heerser, biedt. De hopeloze taak die Frodo en zijn dienaar Sam op zich nemen is eveneens goed in verband te brengen met de aanvallen die de, veelal jonge, soldaten uit de loopgraven moesten uitvoeren. Zij wisten dat hun opmars naar de vijandelijke linies na een urenlang trommelvuur hoogstwaarschijnlijk op niets zou uitlopen en hun dood kon betekenen. Desondanks verlieten zij de loopgraven om tot de aanval over te gaan.

Zulke ervaringen spelen door in de manier waarop Tolkien zijn personages neerzet. ,,Mijn Sam Gamgee is inderdaad een afspiegeling van de Engelse militair, van de soldaten en oppassers die ik in de oorlog van 1914 heb gekend en erkend als ver superieur aan mijzelf'', schreef Tolkien, die zelf officier was geweest en een `Sam Gamgee' naast zich had. Die mentaliteit om tegen alle hoop in door te gaan, die Frodo deelt met de frontsoldaat uit de Eerste Wereldoorlog, is ook door Erich Maria Remarque verwoord. Zijn Im Westen nichts Neues kon inderdaad niet voorkomen dat er opnieuw oorlogen zouden uitbreken, maar ,,Was bleibt, wenn wir nicht daran glauben, dass ein Fortschritt möglich ist, was bleibt? [...] Man muss daran glauben und dafür arbeiten.''

Naast de invloed van de oorlog op The Lord of het Rings is Tolkiens religieuze achtergrond van fundamenteel belang voor een goed verstaan van het boek evenmin opgemerkt in de besprekingen van de afgelopen tijd. Ook van daaruit is het pessimistische karakter van het boek goed te verklaren: Tolkien had een weinig hoopvolle visie op de wereld, die hij beschouwde als een gevallen wereld. Zelf gaf hij aan dat het boek `door en door katholiek' is. De christelijke invloeden zijn op vele plaatsen aanwijsbaar. Het meest voor de hand liggend is de tovenaar Gandalf, die wederkeert uit de dood. Of neem de terugkeer van de koning naar wie men al eeuwenlang heeft uitgezien. Maar Tolkien heeft ook kleinere verwijzingen naar de christelijke traditie aangebracht. Zo staat de episode die de hobbits doorbrengen bij Tom Bombadil (tot veler verdriet niet in de film te zien) vol met toespelingen op het Nieuwe Testament. En de ondergang van de zwarte heerser is gedateerd op 25 maart de datum die men in de vroege Middeleeuwen zag als de dag van de kruisiging.

Ik ben me ervan bewust dat hetgeen ik hier heb aangestipt geen dwingend leesraster is. Wie dat wil kan The Lord of the Rings als een spannend verhaal lezen (of niet!). Daar is niets op tegen, want wie de thema's die ik hier heb genoemd niet wenst te zien, hoeft dat uiteraard ook niet. Dan is het boek niet veel meer dan wat de film de kijker tot nog toe heeft voorgeschoteld. Maar The Lord of the Rings biedt veel meer en reikt dieper dan wat men ervan zou kunnen denken na het aanschouwen van hetgeen Jackson er tot nu toe van heeft gebakken. En wat het merendeel van de recensenten van het boek al vanaf halverwege de jaren vijftig beweert.

Ron Pirson is universitair docent voor de uitleg van het Oude Testament aan de Theologische Faculteit Tilburg/Katholieke Universiteit Brabant.

goed en kwaad?