Oud publiek en jonge musici op Americana Festival

`Te veel country', klaagde zaterdagavond laat iemand tijdens Blue Highways. Het derde Americana-festival in het Utrechtse Vredenburg had dit keer inderdaad een hoog twang-gehalte. Maar het was de Texastwang uit Austin die regeerde, niet die uit Tennessee. Een paar artiesten slechts deden aan Nashville denken, en Bruce Robison was er een van. In de wat vrijblijvende sfeer van een festival met zijn in- en uitlopend publiek, kwam zijn fraai gearrangeerde muziek niet helemaal tot zijn recht. Maar zijn How Can It End Like That was van een aan Burt Bacharach herinnerende schoonheid, en een van de hoogtepunten van de dag.

Robison had nog het geluk dat hij niet als eerste in de Grote Zaal stond, zoals de met grote inzet spelende Brooklyn Cowboys. Het slechte zaalgeluid deed een groot deel van de bezoekers vluchten in drank en eten. Voordeel daarbij was dat de zang die binnen onverstaanbaar was, op de gang wel ontcijferd kon worden. Ook de Kleine Zaal werd aanvankelijk geplaagd door geluidsproblemen die pas gaandeweg werden opgelost. Sarah Harmer, die slechts gewapend met stem en haar gitaar moeiteloos het uitpuilende zaaltje in haar greep hield, had daar gelukkig geen last van.

Slaid Cleaves, de singer/songwriter die vorig jaar zo veel indruk maakte, mocht het dit keer in de Grote Zaal doen. Hoe hij het voor elkaar kreeg is een raadsel, maar als gitarist had hij Gurf Morlix weten te strikken: veteraan van duizenden studiosessies als producer en gitarist op andermans platen. Op een afgeragde Fender en zonder effectapparatuur liet hij horen hoe je, door vooral geconcentreerd naar de anderen te luisteren en met een minimaal aantal noten, een maximaal effect kunt creëren. De bassist klom tot vervelens toe op zijn instrument om aandacht te trekken, ook tijdens de soli van anderen, maar helaas lazerde hij er niet af en bleef het instrument ook nog heel.

Memorabel was ook het opzwepende optreden van de Twangbangers: messcherpe southern rock van het type ZZ Top/ Lynyrd Skynyrd met een scheut twang. Samengesteld uit topmuzikanten en allemaal te dik, te dun of met een te grote hoed op: ze zagen eruit alsof ze weggelopen waren uit een surrealistisch stripverhaal. Bij elkaar opgeteld wel goed voor een paar honderd jaar rockervaring, en dat was te horen.

Hoewel elk jaar het publiek iets meer jongeren telt, blijft Americana in dit land toch vooral muziek voor blanke, oudere mannen. Waar in Amerika met punk en later grunge opgegroeide jonge muzikanten hun eigen muzikale verleden mengen in dit aan country en folk verwante genre, associëren Europese jongeren die muzieksoorten met line-dancen en andere niet bepaald als `vet' te betitelen activiteiten. Daardoor was bij een groot aantal groepen op deze editie van het festival de gemiddelde leeftijd van de muzikanten ongeveer de helft van die van de toehoorders. En keek dat publiek alsof het water zag branden naar de revelatie van de dag, het optreden van Trailer Bride. Deze groep rond zangeres Melissa Swingle, onlangs tijdens London Calling nog in Paradiso, maakte dansbare muziek met het broeïerige van de Velvet Underground, maar die ook associaties opriep met de pop van de Breeders. Maar eigenlijk was het muziek die gelukkig nu eens nergens op leek.

Festival: Blue Highways. Gehoord: 23/3 Vredenburg Utrecht