`Muziek en seks zijn eigenlijk hetzelfde'

In bijna een halve eeuw verkende de 67-jarige Amerikaanse zanger Les McCann op meer dan honderd albums blues, soul-jazz en funk. Met zijn niewste album Pump it up keert hij terug naar de funk. McCann: ,,Funk is een lifestyle. De ervaring levend te zijn, je goed te voelen.''

,,Weet je wat funky is?'' vraagt Les McCann uitdagend, zijn wenkbrauwen opgetrokken boven een paar twinkelende ogen. Als antwoord op zijn eigen vraag buigt hij zich over zijn tonronde buik, schopt zijn schoen los en trekt zijn sok uit. De zanger offreert het blauwe geval tussen duim en wijsvinger, en snuift eens diep. ,,Dat is nou funky!'', stelt hij vast met een bulderende lach die zijn stoel doet kraken en de koffiekopjes op tafel doet rinkelen.

Het is een typische Les McCann-reactie op de toch redelijk serieuze vraag of zijn nieuwste album Pump it up zijn definitieve terugkeer betekent naar de funk. Maar de 67-jarige Amerikaanse zanger uit California is niet te beroerd om, tussen een imitatie van Osama yo mama en een eindeloze reeks pratical jokes door, een inhoudelijk antwoord te geven.

,,Weet je, funk is een moeilijk te vangen begrip'', stelt hij. ,,Dat heb je met wel meer zwarte woorden, die hebben zelden een eenduidige betekenis. De eerste keer dat ik iemand die term hoorde gebruiken om muziek te beschrijven was tijdens de opnamen voor mijn eerste album The Truth in 1960. De baas van Pacific Jazz, Dick Bock, zei toen dat wat ik speelde met mijn trio `funky' was. Maar langzamerhand ben ik erachter gekomen dat die term minder te maken heeft met de soort muziek dan met de instelling waarmee die muziek gemaakt wordt. Funk is een lifestyle.''

In zijn 43-jarige carrière, die meer dan honderd plaatopnamen omvat waarvan 45 als bandleider, heeft McCann zich nooit helemaal bekend tot één specifieke stijl. In de vroege jaren zestig zong hij soulvolle blues in de uitbundige stijl van Erroll Garner en Ray Charles. Samen met saxofonist Eddie Harris experimenteerde hij later met geëlectrificeerde jazz en liet hij zich gelden als pionier op de elektrische piano, clavinet en synthesizer. Hij deelde het podium met zulke uiteenlopende figuren als Stanley Turrentine, Yusef Lateef, Rashaan Roland Kirk en Ben Webster. Zijn albums Les McCann sings (1961) en Swiss Movement (1968) worden beschouwd als evergreens uit de soul-jazz. McCann, die ook nog schildert en fotografeert, maakt er zelf woorden aan vuil en noemt zichzelf in interviews simpelweg `a multi-talented motherfucker'.

De naam die erop wordt geplakt mag dan soms verschillen maar over de bron van zijn muzikale creativiteit is McCann ondubbelzinnig. ,,Pop, rock, rhythm & blues, jazz; het komt allemaal voort uit gospel, het is kerkmuziek met andere woorden. En een goed concert moet ook zijn als een kerkdienst. De geest moet in je varen, het moet een unieke ervaring zijn. Als je naar de kerk gaat – niet zo'n stijve blanke kerk, maar een echte gospelkerk – dan is het iedere keer weer anders. En het hoeft niet perfect te zijn maar wel spontaan en gemeend. Bij het maken van Pump it up voelde het soms aan alsof Capitol Studios een soort funkkerk was.''

Het overlijden van Beatles-gitarist George Harrison tijdens de opnamen verleende het samenzijn nog een extra spiritueel tintje. Aan de gevel van het in rouw gedompelde studiogebouw hingen zwarte banieren. McCann had op Harrisons sterfdag een opname gepland met organist Billy Preston, de man die door sommigen wordt aangemerkt als `vijfde Beatle' vanwege zijn aandeel in Beatles-nummers als Let it be en Get back. ,,Tegen alle verwachtingen in kwam Billy toch naar de studio. En nadat hij zich langs de journalisten had gewerkt, ging hij achter de Hammond zitten. Hij had geen bladmuziek, wist niet eens om welk nummer het ging, maar hij speelde zijn partij in één keer in. Dat was werkelijk spiritueel. Geen stille, in zichzelf gekeerde rouw, maar emotie in iedere laag van het geluid.''

McCanns godsdienstigheid is van een blije, expressieve soort. Een soort die ruimte laat voor de menselijke, aardse dingen van het leven waar hij zo graag over zingt. Sinds hij in 1995 tijdens een optreden in Duitsland een hartaanval en gedeeltelijk verlamd raakte, moet hij op doktersvoorschrift rustig aan doen op het gebied van vrouwen en drank. Maar in nummers als Buckshot and Lefonque, een aanstekelijk schelmenverhaal over twee notoire versierders, en het moddervette Let it ride, rijgt McCann met krols gegrom de innuendo's aan elkaar. Ook de titel Pump it up – McCann: ,,nee, het gaat niet over luchtbedden'' – en de hoesfoto – een ingedeukt stuk rood rubber met een hoge aaibaarheidsfactor, dat door McCann `een funk-implantaat' wordt genoemd – vallen in de categorie `ondeugend amusement'.

,,Muziek en seks zijn eigenlijk hetzelfde'', stelt McCann met rollende ogen. ,,Zeker voor funk geldt dat het een lichamelijk fenomeen is. Het is direct. Het gaat er niet om iets echt te doen lijken, het gaat erom echt te zijn. Funk is de ervaring levend te zijn, je goed te voelen. En seks hoort daar natuurlijk bij. Maar als ik dit soort dingen zeg dan wordt dat vaak verkeerd begrepen. In recensies ben ik uitgemaakt voor `porno-predikant' en nog veel erger. Ik snap dat niet. Als een Fransman zoiets zegt dan heet het `sensueel', als ik het zeg is het plotseling `soul-porno'.''

Maar de kritiek weerhoudt McCann er niet van zijn boodschap van geestelijke verrijking via lichamelijk welbehagen uit te dragen. ,,Met funk is het zoals met een orgasme: je kan het niet faken. Maar de essentie van funk is eigenlijk heel simpel: laat de laatste letter van het woord weg en je hebt het...''

Les McCann: Pump it up (ESC Records, ESC/EFA 03678-2) Distr. Universal.