Meer dan een hockeyfiliaal

Uitgerekend de `grote buurman' Amsterdam bezorgde de hockeyers van Hurley gisteren de eerste thuisnederlaag van het seizoen. ,,Dankzij de jeugdopleiding zijn we in staat ons te handhaven in de hoofdklasse.''

Vooraf had hij nog zo zijn best gedaan om zijn selectie ,,te bevrijden van de spanning die een derby onmiskenbaar met zich meebrengt''. En dus wat riep Hurley-coach Wouter Tazelaar voorafgaand aan het duel met buurman Amsterdam? ,,Maak je niet druk, het is maar wedstrijd 345.''

Maar die ludieke oproep miste zijn uitwerking. Verkrampt begon Tazelaars elftal aan de confrontatie met de ploeg die slechts een paar honderd meter verderop huist en vorig seizoen nog twee keer onderuit ging tegen het stugge collectief in het blauw-wit. Zover kwam het gisteren niet, en zonder ook maar één moment te imponeren herstelde het `grote' Amsterdam de gezagsverhoudingen in het Amsterdamse Bos door het `kleine' Hurley met 3-1 opzij te zetten. Dankzij die overwinning klom de door blessures (Eikelboom, Jiskoot, Neumeier) geplaagde titelkandidaat ten koste van de stadgenoot naar de vijfde plaats op de ranglijst. En passant werd de schande van een week eerder uitgewist, toen de vrouwenploeg van Amsterdam zich in het eigen Wagener-stadion verslikte (0-2) in de minder bekwame collega's van Hurley.

Uitgerekend twee oud-spelers van `de tweede club uit Amsterdam' bezegelden het lot van de ploeg die gisteren de eerste thuisnederlaag van het seizoen moest incasseren: Kristaan Timman en Timme Hoyng. Nadat de eerste de score na bijna een half uur via een tip-in had geopend op het stroperige kunstgras, sloeg de tweede tien minuten voor tijd toe met een fraaie uithaal met de backhand. International Jaap-Derk Buma bepaalde de eindstand in de 67ste minuut op 1-3 via de stick van de onfortuinlijke Hurley-verdediger Erwin Sulkers.

Met hun doeltreffende optreden illustreerden Timman en Hoyng de tragiek van Hurley een club die kan pronken met een veelgeprezen jeugdopleiding, maar vrijwel elk jaar opnieuw is veroordeeld tot een achterhoedegevecht omdat de beste spelers uitwijken naar een van de naburige `topclubs': Amsterdam of Bloemendaal. Voorzitter Hans van Muijden kan het niet ontkennen, maar: ,,We beschouwen onszelf niet als een opleidingsfiliaal. Verre van dat zelfs. We investeren in de jeugd, enerzijds om talentvolle jeugdspelers de mogelijkheid te bieden zichzelf verder te ontwikkelen, anderzijds om hun band met de club te versterken. Dat werkt, want ook al zijn er de afgelopen jaren een paar talenten vertrokken, tien van de achttien spelers uit de huidige A-selectie hebben we zelf opgeleid.''

Toch zou ook Tazelaar graag willen breken met de naargeestige traditie van de terugkerende uittocht van uitzonderlijk talent, en spelers als Karel Klaver, de neo-international die anderhalf jaar geleden vertrok naar Bloemendaal, voortaan willen behouden. ,,Sterker nog: dat is dit seizoen mijn voornaamste doel. Goed hockeyen en een plaats in het linkerrijtje, zodat die jonge talenten aan het einde van het seizoen geen reden meer hebben om op te stappen.''

Een eerste aanzet daartoe deed de oud-speler van HDM afgelopen zomer door het aanvallende concept af te zweren. Na twee opeenvolgende seizoenen pas op de allerlaatste speeldag aan degradatie te zijn ontsnapt, verlegde Tazelaar het accent naar de verdediging. Die tactische omzetting sorteerde weliswaar het gewenste effect (achttien punten uit tien duels, goed voor de vijfde plaats op de ranglijst), maar kwam de tweedejaars trainer-coach op een storm van kritiek te staan. Hurley graaft zich in op eigen helft en heeft zich bekeerd tot `afbraak'- en `loopgravenhockey', mokte de concurrentie. Tazelaar (35) kent die geluiden. Stellig: ,,Clichématig gelul waarbij iedereen elkaar napraat. Ze doen hun best maar, ik moet er hard om lachen.''

Tegen Amsterdam bleek, alle vooroordelen ten spijt, van een laffe speelwijze geen sprake. Wat daarentegen wel opviel, was de absentie van een speler die tot voor kort kleur en richting gaf aan het spel van Hurley: Fernando Zylberberg. Na het wereldkampioenschap in Maleisië, waar hij met Argentinië op de zesde plaats eindigde, keerde de 24-jarige strateeg op het middenveld niet terug in het Amsterdamse Bos. Samen met topschutter Jorge Lombi van HCKZ ging hij in op een lucratief aanbod van zijn voormalige club uit Santander. Tazelaar toont begrip voor het overhaaste vertrek van zijn spelverdeler. ,,Die jongen kan wel een paar centen gebruiken, zeker met de economische crisis in eigen land. Van die Spanjaarden mag-ie zelfs zijn moeder laten overkomen, zo heb ik begrepen. Dus wie ben ik dan om tegen hem te zeggen: geen sprake van, jij blijft lekker hier.''

Wie bleef en gisteren één keer (strafbal) scoorde, is centrumspits Joost van den Berg. Tazelaar kaapte de 22-jarige strafcornerspecialist, met twaalf doelpunten topscorer van Hurley, afgelopen zomer weg bij zijn voormalige club, overgangsklasser Leonidas uit Rotterdam, vóór de neus van SCHC en HDM. Het bleek een gouden greep, want sinds zijn entree in de hoofdklasse pusht Van den Berg vrijwel wekelijks raak vanaf de rand van de cirkel. Gisteren werd de student bedrijfskunde overigens afgelost als topscorer in de hoogste afdeling door HCKZ-spits Sander Dreesmann, die tegen Kampong (8-3) maar liefst vier keer raak schoot en zijn seizoentotaal op vijftien bracht.

Vraag is hoelang Van den Berg nog blijft, want anders dan vele concurrenten weigert de zesde club van Nederland (1.692 leden volgens de laatste officiële peiling, oftewel vijf minder dan Amsterdam) de portefeuille te trekken. ,,We hebben het geld niet en al was dat wel zo, dan nog zouden we vermoedelijk de verleiding weerstaan om onze spelers financieel tegemoet te komen'', zegt voorzitter Van Muijden.

Spelersbetalingen passen immers niet in de cultuur van de familieclub waar, in de beste hockeytraditie, `gezelligheid en sportiviteit hand in hand gaan', aldus de clubwebsite (www.hurley.nl). Niettemin zag het bestuur van de dit jaar zeventig jaar oude vereniging afgelopen zomer af van het versturen van de jaarlijkse acceptgiro. Van Muijden: ,,Geen contributie, maar daar staat tegenover dat we van onze topspelers verwachten dat ze één keer in de week een jeugdtraining voor hun rekening nemen. Dat hebben we liever dan dat ze vakken staan te vullen bij Albert Heijn.''

Het geheim van de smid wil Van Muijden die aanpak niet noemen, maar: ,,Dankzij onze jeugdopleiding zijn we in staat ons te handhaven in de hoofdklasse en bloeit de club in alle geledingen. Want vergeet niet: omdat we oog hebben voor de kinderen, houden we ook de ouders vast. Met als gevolg een club van bijna 1.700 leden die binnenkort een vierde kunstgrasveld moet gaan aanleggen en het clubgebouw grondig gaat renoveren omdat we daar uit ons jasje groeien.''

Timme Hoyng gunt het zijn oude club van harte. ,,Maar mijn hart ligt toch bij Amsterdam'', sprak de 26-jarige spits die gisteren verbeten duels uitvocht met zijn drie jaar jongere broer Klaas. Die verliet Amsterdam vorig jaar en koos voor de club waar zijn oudere broer voor één seizoen (1997-'98) naar uitweek ,,omdat het vooruitzicht van Jacques Brinkman als speler-coach mij destijds helemaal niet aansprak''.

Hoyng beleefde bij het net gepromoveerde Hurley ,,een waanzinnig seizoen'', al kreeg de freelance-fotograaf al snel het gevoel in een glazen huis te bivakkeren. ,,Niets ten nadele van Hurley, want het is een geweldige club. Maar dat ons-kent-ons-sfeertje kwam me op een gegeven moment de keel uit. Overal waar ik kwam of ging, werd ik voor mijn gevoel gevolgd door honderden ogen. Zo hecht is deze club, zowel binnen als buiten de lijnen, dat het af en toe een sekte lijkt.''

Een sekte waar de jongste Hoyng zich desondanks thuisvoelt. ,,Klaas was de loze beloftes bij Amsterdam zat. Bij Hurley staat er minder druk op de ketel, kan hij elke week spelen en is hij prima op zijn plaats.''