Kartels

De bouwenquête komt eraan. Steeds duidelijker wordt dat dit parlementaire onderzoek wel eens een analyse kan worden van een afsprakencultuur in Nederland die nu wordt verfoeid, maar ooit populair was en haar profijt ontegenzeggelijk heeft opgeleverd. Het poldermodel van veelvuldig en breed overleg, met daarin ruimte om een oogje dicht te knijpen (`gedogen'), was jarenlang de ideale omgeving voor het ontstaan van kartels. Het maken van prijsafspraken is bij wet verboden, maar in het verleden was dat anders. Kartels, de aaneensluitingen van producenten die de markt willen beheersen en de concurrentie willen uitsluiten, waren gemeengoed en werden door de overheid gestimuleerd. De bouwenquête moet uitwijzen hoe de overheid met de bouw is omgegaan. Hierbij valt veelvuldig het woord `fraude', een onnauwkeurig begrip. Het gaat om omkoping of valsheid in geschrifte. Daarnaast is de enquête vooral een onderzoek naar kartels en de betrokkenheid van lokale en nationale overheden daarbij.

Vorige week viel justitie bij 45 bouwbedrijven binnen, op zoek naar mogelijk belastende administratie. Pal na de inval klonken ook weer de woorden dat het zou gaan om de grootste fraudezaak ooit. Of dat zo is, moet nog blijken. Wat vaststaat is dat de overheid, van ministerie tot gemeentebestuur, al heel lang en tot in de details op de hoogte moet zijn van kartelvorming en omkoping in de bouw. Uit een artikel in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant kan worden geconcludeerd dat de rijksoverheid de laatste twintig jaar signalen over de vorming van kartels en omkoping van ambtenaren veelvuldig heeft genegeerd. Incidentbestrijding was er wel, maar een algemene aanpak van illegale kartels en ambtelijke corruptie ontbrak.

Dit hoeft niet te verwonderen. Nederland stond ooit bekend als hèt kartelland van Europa. Wetgeving heeft dat veranderd. Maar gebruiken die decennialang gemeengoed waren en op toestemming van hogerhand konden rekenen, laten zich niet zomaar door Europese en nationale regelgeving ongedaan maken. Dat maakt ze overigens niet minder afkeurenswaardig. Kartels, in de bouw of elders, zijn uitwassen die de belastingbetaler en de consument veel geld kunnen kosten en om die reden met strenge hand moeten worden aangepakt. Het is een illusie te veronderstellen dat wet- en regelgeving kartelvorming kan uitsluiten. Het gaat niet slechts om het opstellen van de regels; de naleving ervan en controle op de naleving zijn juist in dit geval van groot belang.

Kartelvorming loont – en ondernemingen weten dat. Het maken van prijsafspraken kan voor een bedrijf een geldelijk gewin opleveren dat oploopt tot meer dan twintig procent van de omzet. De gemiddelde levensduur van een kartel bedraagt zes jaar. Eenderde van de kartels bestaat langer dan tien jaar. Het profijt is evident. Iedere keer als een kartel wordt ontdekt en ontmanteld, blijkt hoe systematisch en eenvoudig de boosdoeners te werk gaan en hoe verbluffend de details zijn. Prijsafspraken worden tot achter de komma gemaakt. Het is goed dat de Europese Commissie kartelvorming serieus neemt. En dat in Den Haag de nationale kartelwaakhond alert is, de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Toezicht op de mededinging bevordert eerlijke concurrentie en dient dus het belang van de consument. De bouw staat nu in de schijnwerpers, maar dat mag de aandacht voor prijsafspraken in andere sectoren niet doen verflauwen. Kartels zijn overal.