Japan verheimelijkt doodstraf

De Japanse overheid geeft weinig ruchtbaarheid aan het bestaan van de doodstraf in het land. Toch zijn de afgelopen tien jaar 41 mensen geëxecuteerd.

Parlementslid Reiko Oshima houdt een foto omhoog van de nek van een man. Rondom de nek loopt een brede, paars gekleurde afdruk van de strop waarmee hij aan zijn einde kwam. ,,Deze foto is 29 uur na zijn executie gemaakt'', zegt Oshima. ,,Ik beschouw dit als zijn testament.''

Oshima spreekt op een avond in een zaaltje in Tokio waar zo'n 150 man op initiatief van Amnesty International bijeen zijn om te pleiten voor afschaffing van de doodstraf. De foto die ze toont is een uniek document in een land waar de overheid executies zoveel mogelijk in het verborgene houdt, alsof de executies zélf illegaal zijn.

Dezer dagen is de secretaris-generaal van de Raad van Europa op bezoek in Japan voor onder meer gesprekken over dit onderwerp. De parlementaire assemblee van deze organisatie besloot vorig jaar dat Japan en de VS de status van waarnemer bij de Raad in januari 2003 zullen verliezen als er geen moratorium komt op executies. Na een pauze van drie jaar zijn sinds 1993 41 mensen geëxecuteerd.

Het Europese besluit viel na een werkbezoek van de Finse parlementariër Gunar Jansson, die destijds constateerde dat veroordeelden ,,marteling'' ondergaan. ,,Betreurenswaardig'', zegt het Japanse ministerie van Justitie over het besluit van de assemblee, want Japan ,,beslist zelf over zijn eigen rechtsstelsel''.

De marteling waar Jansson op doelde, is dat veroordeelden in Japan pas op de ochtend van de executie wordt verteld dat het zover is. De gemiddelde wachttijd is ruim acht jaar. Al die jaren kan er elke dag iemand de cel binnenkomen met de mededeling dat het leven voorbij is. Tijd om afscheid te nemen van familie is er dan niet meer, dus acht jaar lang is elk afscheid van bezoekende familie een laatste afscheid.

Desondanks stelt een ambtenaar van justitie dat het beleid ,,in de eerste plaats is gericht op de geestelijke stabiliteit van de veroordeelde''. Jansson wilde hierover met een veroordeelde praten die daarmee via zijn echtgenote had ingestemd, maar ook dat werd uit oogpunt van de ,,geestelijke stabiliteit'' geweigerd.

De familie wordt pas na afloop over een executie ingelicht, per telefoon. De familie kan vervolgens het stoffelijk overschot komen ophalen.

Tijdens het vergezellen van een nabestaande op deze tocht maakte parlementslid Oshima afgelopen december de foto van de getekende hals van de geëxecuteerde moordenaar Hasegawa. Ook de media worden pas na afloop ingelicht, waarbij de naam van het slachtoffer niet wordt genoemd. Dat moeten de media zelf maar uitzoeken.

Het `geval-Hasegawa' is bijzonder omdat de broer van de man die bijna twintig jaar geleden door Hasegawa werd vermoord vorig jaar nog een verzoek indiende bij de minister van Justitie om geen bevel tot executie uit te vaardigen. [Vervolg DOODSTRAF: pagina 4]

DOODSTRAF

Rechters in Japan geloven de aanklagers

[Vervolg van pagina 1] Op de avond in Tokio zegt deze man, Masaharu Harada: ,,Ben ik getroost nu de dader is geëxecuteerd? Nee. Ik heb Hasegawa leren kennen als iemand die oprecht berouw had van zijn daad. De executie heeft niets opgelost, niets ten einde gebracht. Desondanks gebruikt justitie altijd de `gevoelens van de slachtoffers' als excuus voor de doodstraf. Daar moet een einde aan komen. Natuurlijk heb ik zijn daad niet goedgekeurd. In het begin wilde ik hem het liefst vermoorden, maar door met hem te praten zijn er voor mij nieuwe wegen opengegaan. De staat blokkeert deze weg nu door de executie te voltrekken.''

Harada is aangelopen tegen een massieve justitiële muur. Deze muur bestaat vanaf het begin van het proces in Japan. ,,Rechters geloven de aanklager'', zegt parlementslid en oud-politieofficier Shizuka Kamei, ,,en daar ligt een groot gevaar.'' Het gevaar schuilt erin dat justitie altijd een bekentenis tracht los te krijgen, het liefst kort na een arrestatie als er nog geen advocaat aanwezig is. ,,Ik heb angstaanjagende dingen meegemaakt'', zegt Kamei die nu een groep parlementsleden leidt die afschaffing van de doodstraf bepleiten. Ook al trekt een verdachte zijn verklaring tijdens het proces in, toch ,,houdt de eerdere verklaring exact dezelfde juridische waarde'', aldus Kamei, en als de aanklager op de inhoud blijft hameren zal de rechter waarde hechten aan diens woorden.

Het resultaat van dit juridische stelsel is dat in 2000 – het laatste jaar waarvoor de Hoge Raad in Tokio cijfers heeft – slechts 31 strafzaken in Japan op een vrijspraak uitliepen. Dit is slechts 0,04 procent en ontloopt het aantal van 14 doodstraffen in hetzelfde jaar maar weinig. Als je in Japan wordt aangeklaagd kun je dus vrijwel zeker zijn van een veroordeling. De slaafse navolging van politie en openbaar ministerie bestaat ook bij de media die al bij een arrestatie naam en foto van een verdachte publiceren. Alsof de schuld dan al vaststaat.

In deze omstandigheden is de strijd voor de zwaarst veroordeelden – zij die de doodstraf hebben horen uitspreken – niet populair. Het is dan ook bijzonder dat een aartsconservatief uit de regerende Liberaal Democratische Partij als Shizuka Kamei de parlementsleden aanvoert die de handen ineenslaan met een organisatie als Amnesty International, de organisator van de avond in Tokio. ,,In mijn eigen partij zijn de meesten ook vóór de doodstraf'', zegt Kamei. ,,Ik heb ze echter gezegd: maak niet uit. Sluit je aan bij onze groep en verdiep je in het onderwerp.'' Want, meent Kamei, pas als mensen zich erin verdiepen zien ze dat het bestaan van de doodstraf geen enkele invloed heeft op vermindering van zware criminaliteit in Japan. Wel ontneemt het een verkeerd veroordeelde voor eeuwig de kans op een goedmaking.