Immigratiewet vertroebeld door scherpslijperij

Het tumult in de Duitse Bondsraad, de Eerste kamer, over de immigratiewet laat zien dat de verkiezingsstrijd in volle hevigheid is begonnen.

Sinds vrijdagmiddag kan er geen twijfel meer over bestaan: in Duitsland heerst verkiezingskoorts. Bestond de strijd tussen kanselier Gerhard Schröder (SPD) en uitdager Edmund Stoiber (CDU/CSU) tot dan toe vooral uit voorspelbare en zouteloze woordenwisselingen, met een bikkelhard gevecht over een nieuwe immigratiewet is de verkiezingsrace 2002 opgewarmd van lauw tot zeer heet.

Het was politiek theater zoals je het zelden aantreft. In de Bondsraad, de deelstatenkamer, door de ontwerpers van de Duitse grondwet ooit bedoeld als parlementaire instantie voor bezinning en niet-partijgebonden discours, kwam het eind vorige week tot een tumultueuze confrontatie waarin partijdiscipline overheerste en procedurele scherpslijperij het zicht op de wetgeving in kwestie volledig vertroebelde.

Op de rol stond een van de belangrijkste projecten van de rood-groene regering. Met de immigratiewet wil het kabinet de toestroom van buitenlanders beter reguleren, de integratie van immigranten bevorderen en het voor hooggekwalificeerde arbeidskrachten eenvoudiger maken om in Duitsland een verblijfsvergunning te krijgen. De oppositie vreest dat de wet tot meer immigranten zal leiden dan Duitsland, waar al zeven miljoen buitenlanders wonen, aankan. In maandenlange onderhandelingen waren regering en oppositie elkaar zeer dicht genaderd, maar zes maanden voor de verkiezingen van 22 september werd cohabitatie niet langer opportuun geacht.

In de Bondsraad kwam het daarom tot een krachtmeting. Oppositie en regering waren voor een meerderheid aangewezen op de stemmen van deelstaat Brandenburg, waar een coalitie van SPD en CDU de scepter zwaait. Artikel 51 van de grondwet zegt dat een deelstaat in de Bondsraad als eenheid moet optreden. In de Bondsraad moeten immers de regionale belangen uit de Duitse federatie tot gelding komen; partijpolitieke machtsconstellaties horen thuis in de Bondsdag.

Brandenburg sprak evenwel niet met één stem. Minister-president Stolpe (SPD) stemde voor, zijn plaatsvervanger, minister van Binnenlandse Zaken Schönbohm (CDU) sprak zich uit tegen de wet. De president van de Bondsraad, de burgemeester van Berlijn, de SPD'er Wowereit, negeerde de evidente verdeeldheid en telde Brandenburg tot de ja-stemmers: het wetsvoorstel was aangenomen.

De oppositie schreeuwde moord en brand. Wowereit had de grondwet geschonden en de integriteit van de Bondsraad aangetast: de stemmen van een verdeelde deelstaat waren niet geldig. De oppositie wil het besluit aanvechten voor het Constitutionele Hof in Karlsruhe. Kenners van het staatsrecht twisten sindsdien over het besluit van Wowereit. Oud-bondspresident en voormalig president van het Hof, Roman Herzog (CDU), meent dat Wowereit de grondwet heeft geschonden. Ernst Benda, eveneens voormalig president van het Hof, oordeelt ook dat Wowereit fout lag. De hoogleraren Denninger (Frankfurt), Dörr (Mainz) en Wesel (Berlijn) steunen Wowereit. Bondspresident Rau (SPD) mag nu als eerste de grondwettelijkheid van het besluit toetsen. De oppositie heeft hem opgeroepen de wet niet te tekenen.